Home

Hoe polsstokhoogspringer Armand Duplantis van een wereldtopper uitgroeide tot wereldster

Duplantis laat zien dat ook een polsstokhoogspringer kan uitgroeien tot uithangbord van de atletiek. Dat zit ’m uiteraard in zijn topprestaties (donderdag kan hij wéér zijn wereldrecord verbreken), maar zeker ook in zijn filmsterrenuitstraling.

De grootste atletieksterren zijn de sprinters. Althans, dat was altijd de wet in het atletiekstadion, maar die geldt niet meer. Tijdens wedstrijden is het steeds nadrukkelijker polsstokhoogspringer Armand Duplantis die de aandacht voor zich opeist. En dat begint na zijn olympische titel in Parijs, uitgeserveerd met een nieuw wereldrecord, ook buiten de stadions door te dringen.

De Amerikaanse Zweed is een fenomeen in zijn tak van sport. Al tienmaal scherpte de pas 24-jarige atleet het wereldrecord aan. Hij begon in 2020 aan zijn reeks, toen hij, nog maar 20 jaar oud, over 6,17 meter vloog in het Poolse Torun. Zijn tiende record vestigde hij ook in Polen. Twintig dagen nadat hij in Parijs zijn olympische titel had geprolongeerd, ging hij in Chorzow over 6,26 meter.

Zo hoog als een huis

‘Het is net golf’, zei hij zelf eens. Het gaat erom de juiste stok te kiezen. Als geen ander beheerst hij de even wankele als explosieve sprint naar de dikke valmat, weet hij hoe precies hij de bijna 6 meter lange koolstofvezelstok onder controle moet houden en hoe hij die in het gat vlak voor de mat moet prikken. Hij voelt exact wanneer het doorbuigen van de stok overgaat in een zwiep die snelheid meegeeft. Dan strekt hij zich uit, met de voeten hemelwaarts, en kromt zijn lijf om de lat op een indrukwekkende hoogte: bij een gemiddeld rijtjeshuis hangt de dakgoot ook iets meer dan 6 meter boven de grond.

Over de auteur

Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.

Met de roepnaam Mondo past het dat hij is uitgegroeid tot een mondiale superster, net zoals het Usain Bolt niet misstond dat zijn achternaam schicht betekent. En wie in Hollywoodlogica gelooft, zou zeggen dat Duplantis was voorbestemd voor een schitterend leven boven 6 meter. Hij kon eerder springen dan fietsen, allemaal dankzij zijn ouders. Moeder Helena was meerkampster en volleybalster, vader Greg was polsstokhoogspringer en liet zijn zoon in hun achtertuin als 4-jarige al kennismaken met de sport.

Zweden, het land van zijn moeder

Hij koos ervoor om voor het land van zijn moeder uit te komen en niet als Amerikaan de atletiekbaan op te gaan. Op die manier kon hij de nietsontziende ‘trials’ ontlopen, die in de Verenigde Staten bepalen wie er naar de WK’s en de Spelen mogen. Wie tijdens de kwalificatiewedstrijden niet presteert, kan zich niet op status of resultaten uit het verleden beroepen. Zijn vader, die de olympische trials nooit overleefde, weet hoe hoog de druk kan zijn. In Zweden is veel minder concurrentie en wist Duplantis dat hij zich met zijn talent geen zorgen hoefde te maken over ingewikkelde of zware selectieprocedures.

Het zelfvertrouwen straalt van Duplantis af. Hij heeft die typisch Amerikaanse overtuigingskracht, die veel sporters uit dat land lijken te bezitten, zeker als de camera’s draaien. Zoals hij voorafgaand aan de olympische finale het Stade de France binnentrad, was dan weer heel typisch Duplantis. Voor hem kwamen zijn concurrenten veelal juichend de baan op als hun naam werd omgeroepen, duidelijk met volle teugen genietend van de aanmoedigingen die vanaf de afgeladen tribunes naar beneden rolden.

Maar Duplantis leek geen oog te hebben voor de 70 duizend toeschouwers, alsof hij dit soort mensenmassa’s wel gewend is. Duplantis kwam met een strak gezicht binnen en sloeg direct na binnenkomst even rechtsaf om daar Sebastian Coe, oud-atleet maar vooral voorzitter van wereldatletiekbond World Athletics, een handje te geven. Alsof hij zijn bijzondere status wilde onderstrepen: ik sta op goede voet met de grote baas.

Groots en toch nonchalant

Hij paart dat aplomb aan een hoge mate van aanraakbaarheid, aan een uitstraling van nonchalance. Zoals toen hij in 2023 een digitale persconferentie gaf vanuit zijn geparkeerde auto. Net zo ontwapenend was zijn televisieoptreden een dag na het behalen van zijn olympische titel in Parijs. Hij schoof aan in een Zweedse televisieshow, nog met een kater van het feestgedruis, om in zijn wat moeizame Zweeds terug te blikken op zijn zege. Het filmpje ging heel de wereld over.

Zo is Duplantis eigenlijk steeds van tweeën een en misschien maakt dat hem zo aantrekkelijk als boegbeeld van de atletiek. Wie hem zomaar buiten op straat zou tegenkomen zou in zijn silhouet met de wat kromme bovenrug en hangende schouders niet onmiddellijk een topatleet herkennen. Een kantoorklerk met een wat kakkineus kapsel, dat had ook gekund.

Maar tegelijkertijd herkennen fans in hem, onderstreept door zijn halflange haar en stevige wenkbrauwen, de filmstertrekken van Timothée Chalamet. Ook de gelijkenis met acteur Jeremy Allen White in de hitserie The Bear valt op.

Natuurlijk, wie wereldrecord aan wereldrecord rijgt, mag meer aandacht verwachten dan een subtopper. Maar in de atletiek zijn er anderen die op hun terrein bijna net zo ongenaakbaar zijn als hij. Neem Ryan Crouser. Hij is wereldrecordhouder bij het kogelstoten, drievoudig olympisch kampioen, heeft ongeveer de helft van de beste 100 stoten uit de geschiedenis van de sport achter zijn naam. En toch. Wie kent deze grote vriendelijke reus uit Oregon, die uit een echte werpfamilie komt en in zijn vrije tijd graag uit vissen gaat? Het uiterlijk van Duplantis zal ongetwijfeld meespelen.

Beslissing op grote hoogte

Maar een deel van Duplantis’ aantrekkingskracht zit ’m zeker ook in de discipline die hij beoefent. Hoogspringen, met of zonder stok, werkt anders dan de andere onderdelen altijd naar een hoogtepunt toe. Dat klinkt misschien logisch, maar dat geldt voor alle andere technische nummers niet. Een kogelstoter kan winnen met de eerste stoot en daarna alles verprutsen: zo lang de concurrentie niet voorbij komt, is dat geen probleem. Dat levert soms wedstrijden op die eindigen in een anticlimax. Zo niet het polsstokhoogspringen, waar de beslissing altijd aan het eind en op de grootste hoogte plaatsvindt.

En dan is er nog een voordeel van het hoogspringen: als er nog een atleet over is, mag die ervoor kiezen de lat nog veel hoger te leggen. Dat is het vaste recept van Duplantis. Als de rest is gesneuveld rond de 6 meter, laat hij doodleuk de lat 20 centimeter of meer omhoog hijsen om zijn wedstrijddag te beëindigen met een wereldrecordpoging. En hij heeft er een neusje voor om het zo te timen dat die recordpoging plaatsvindt terwijl alle andere onderdelen al zijn afgelopen en het hele stadion alleen maar aandacht heeft voor hem.

Vriendin Desiré Inglander

Zo deed hij het in Parijs. Het Stade de France hield de adem in bij de eerste aanloop en liet een langgerekte aahh van teleurstelling horen toen hij de lat eraf stootte bij de eerste poging. Hetzelfde gebeurde bij poging twee. Toen hij er bij zijn derde sprong wel overheen vloog, was dat tot in de diepste krochten van het stadion te horen. Door de dikke betonnen muren heen galmde het gejuich van de gek geworden toeschouwers.

Net zoals de kus, die hij daarna op de lippen van zijn vriendin Desiré Inglander drukte, over het internet vloog. Zij is model en influencer. Op Instagram deelt de 23-jarige Zweedse veel modellenfoto’s, maar ook Duplantis komt geregeld voorbij. Samen poseerden ze voor het juni-nummer van Vogue Scandinavia. Zijn nonchalance doet het goed op beeld.

Centimeter voor centimeter

Duplantis is een man die weet wat hij doet. Het is niet voor niets dat hij zijn eigen record steeds met een centimeter bijschaaft. Hij kan ongetwijfeld veel hoger. Wie zijn sprongen nauwkeurig bekijkt, ziet dat hij vaak meer dan voldoende ruimte heeft om de 6.30 meter te ronden. Maar het zou nutteloos zijn om de lat de volgende keer, bijvoorbeeld donderdag in Zürich, direct met 4 centimeter op te trekken. En vooral financieel onverstandig.

Duplantis’ legendarische voorganger Serhij Boebka wist het al: een record moet je met de kleinste eenheid verbreken. De Sovjet-springer deed het zeventien keer met zo weinig mogelijk marge. Bij elk nieuw wereldrecord is er nieuwe aandacht, verse bewondering en zeker nu voor Duplantis: een dikke bonus. Wedstrijdorganisatoren trekken de portemonnee, evenals sponsoren. Van Puma krijgt Duplantis, zo meldt Time Magazine, tussen de 30 duizend en 100 duizend dollar per keer. Al met al heeft hij meer dan een miljoen dollar verdiend met zijn recordjacht.

Je zou het effectbejag kunnen noemen, geldhonger wellicht. Toch is dat niet wat aan Duplantis kleeft. De fans in het stadion en de televisiekijkers vinden het heerlijk dat hij zowat op bestelling wereldrecords levert. De vliegende Zweed staat garant voor show. En veel meer dan bijvoorbeeld onder sprinters gebruikelijk is, brengt hij vrolijkheid. Hij jut het publiek op, maakt ze deel van zijn wedstrijd. Ook achter de schermen trapt hij lol. Hij maakt gebbetjes bij persconferenties en heeft, getuige de talloze vrolijke groepsfoto’s die rondgaan, goed contact met zijn collega-atleten.

Dat Duplantis uit de doorgaans onbeminde hoek van polsstokhoogspringers kon uitgroeien tot een boegbeeld van de hele atletiek heeft ook daarmee te maken. Dat hij, buiten zijn prestaties en zijn looks, een bijzonder besmettelijke soort plezier uitstraalt.



Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next