Home

Landbouwsubsidies moeten veel meer bij kleinere boeren terechtkomen, blijkt uit unaniem advies

Europese landbouwsubsidies moeten voor een groter deel bij kleinere boeren belanden van wie het inkomen niet hoog is. Nu gaat circa 80 procent van de directe inkomenssteun die de EU verstrekt naar 20 procent van de boeren.

Een herschikking van de landbouwsubsidies – in totaal ruim 50 miljard euro per jaar – is een van de aanbevelingen in het woensdag gepresenteerde eindrapport van de ‘strategische dialoog’ over de landbouw in de EU, dat werd opgesteld na gesprekken afgelopen maanden met alle betrokkenen in de landbouwsector. Een tweede advies is dat er meer geld wordt vrijgemaakt om de landbouw in Europa te verduurzamen, inclusief gelden voor de vrijwillige uitkoop van veehouders in gebieden met grote milieuproblemen.

‘Dit is het moment voor verandering’, schrijft voorzitter Peter Strohschneider van de strategische dialoog. Europa moet voldoende en kwalitatief goed voedsel blijven produceren, maar dat moet wel economisch en ecologisch verantwoord gebeuren. Winst- en productiemaximalisatie zijn in tijden van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en vervuiling niet langer houdbaar.

Over de auteur
Marc Peeperkorn is sinds 2008 de EU-correspondent van de Volkskrant. Hij woont en werkt in Brussel.

De aanbevelingen in het rapport-Strohschneider zullen een belangrijke rol spelen in het nieuwe landbouwbeleid dat de nieuwe Europese Commissie begin 2025 presenteert. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen beloofde in juli bij haar herverkiezing dat ze binnen honderd dagen na het aantreden van haar tweede Commissie met een ‘Visie op Landbouw en Voedsel’ zal komen.

Von der Leyen-II begint naar verwachting op 1 december. ‘We moeten meer ambitie tonen, we zullen extra stappen zetten’, zei Von der Leyen woensdag.

‘Complexe compromissen’

Strohschneider onderstreepte dat voor de omschakeling naar een duurzaam landbouwmodel ‘complexe compromissen’ nodig zijn, omdat de belangen van boeren, supermarkten en consumenten uiteenlopen. Dat bleek ook tijdens de maandenlange strategische dialoog waar alle partijen (inclusief milieuorganisaties) aan tafel zaten.

Von der Leyen prees de dialoog (die ze zelf had geïnitieerd) omdat die volgens haar aantoont dat de polarisatie in het debat overwonnen kan worden en er ruimte is voor vertrouwen tussen de betrokkenen. ‘Wat we hebben opgeschreven is niet direct revolutionair, wel dat er consensus is’, aldus Strohschneider.

De dialoogdeelnemers willen niet morrelen aan de bestaande Europese milieuwetten zoals de nitraatrichtlijn, de habitatrichtlijnen en de recent in werking getreden natuurherstelwet. Het nieuwe kabinet-Schoof wil een deel van die wetgeving juist aanpassen in Brussel. Het rapport bepleit een uniforme toepassing van de regels.

Boeren moeten volgens Strohschneider een sterkere positie krijgen tegenover de handelaren en supermarkten. Von der Leyen heeft dat ook al herhaaldelijk bepleit. Boeren klagen nu vaak over de lage prijzen die ze ontvangen voor hun producten.

Ommezwaai

Meer steun verlenen aan ‘de boeren die dat het hardst nodig hebben’, zoals Strohschneider bepleit, zou een ommezwaai zijn in het Europese subsidiestelsel. De scheve verhouding waarbij een handjevol boeren de meeste inkomenssteun krijgt, is al zowel boeren als milieuclubs al jaren een doorn in het oog. De landbouwlobby heeft veranderingen hierin echter lang tegengehouden.

De omschakeling naar duurzame landbouw kan volgens de opstellers van het rapport niet zonder extra geld. Dat zou onder meer uit de fondsen moeten komen voor de Green Deal (de verduurzaming van de hele samenleving). Ook zou de Europese Investeringsbank een grotere rol kunnen spelen.

Minder vlees

Strohschneider bepleit dat de EU bij het sluiten van handelsverdragen meer rekening houdt met de belangen van de Europese boeren. Die vrezen steevast voor goedkope import terwijl ze zelf gebonden zijn aan Europese milieu-eisen.

Het rapport stelt verder dat de EU de trend naar minder vlees eten moet aanmoedigen, bijvoorbeeld door regels voor reclame en etikettering van producten. Lidstaten zouden ook vlees extra kunnen belasten.

Opvallend is dat opstellers van het rapport het te vroeg vinden om de landbouwsector net als andere sectoren te laten betalen voor de uitstoot van broeikasgassen als CO2. De hele voedselketen (productie, verwerking, verkoop, transport, afval) is verantwoordelijk voor circa 30 procent van de broeikasgassen die de EU produceert, de landbouw alleen is goed voor 10 procent.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next