Een paar jaar geleden schreef Paul Brill, voormalig buitenlandredacteur van deze krant, over een concert dat hij bijwoonde in het vermaarde Gewandhaus Leipzig. Die zaal is het thuis van het gelijknamige orkest, dat misschien nog vermaarder is dan het orkest van het Concertgebouw. Werken van Beethoven, Schubert, Brahms en vele andere grootheden beleefden er hun première. Het was Felix Mendelssohn die in de 19de eeuw het orkest tot ongekende bloei heeft gebracht.
Over de auteur
Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Toen de orkestleden waren gezeten, bij het concert dat Brill bezocht, stapten de directeur van het orkest en de voorzitter van de orkestraad naar voren om een verklaring af te leggen. Als leidinggevenden van een orkest, ‘waarin medewerkers uit meer dan twintig naties samenwerken’, spraken zij hun bezorgdheid uit over de recente maatschappelijke ontwikkelingen aangaande asielzoekers. Als tegenwicht wilde het orkest respect en tolerantie uitdragen. Om ‘een vreedzaam samenleven’ te bevorderen, werd voor die avond een extra concert aangekondigd, waaraan ook de Staatskapelle Dresden zou meewerken.
De verklaring werd door het publiek beloond met ‘een ferm applaus’, maar Brill vroeg zich af of dit niet ‘een tikje overdreven’ was. In Nederland zouden we toch vreemd opkijken ‘als ’s lands eerste orkest zich geroepen achtte om ostentatief een onmuzikale alarmbel te luiden’, schreef hij.
Vorig jaar deed ook ik Leipzig aan en indachtig Paul Brills woorden bezocht ik eveneens het Gewandhaus Leipzig. Dit keer stonden liederen uit het operetterepertoire op het programma, die door een dirigent vanachter een enorme bierbuik met flair werden gebracht. Van een politieke verklaring door de staf war diesmal geen sprake.
Wie de recente verkiezingsuitslagen bekijkt van twee Duitse deelstaten zal wellicht tot de conclusie komen dat het luiden van de onmuzikale alarmbel minder overdreven is dan het lijkt. In Thüringen, waar Weimar en Buchenwald praktisch naast elkaar liggen, werd Alternatieve für Deutschland (AfD) de grootste partij met 32,8 procent van de stemmen. In Saksen, ook wel Freistaat Sachsen, eindigde de AfD als tweede met 30,6 procent.
Leipzig leek mij welvarender dan ooit tevoren. Vandaar reden we naar het herbouwde Dresden en volgden de Elbe tot aan de Tsjechische grens. Dat alles omdat ik graag de Bastelbrücke wilde zien, een grillige rotsformatie die ligt in een natuurgebied dat het ‘Saksische Zwitserland’ wordt genoemd. De landerijen die we onderweg passeerden lagen er vlekkeloos bij, nergens opstootjes van boeren met geheven hooivorken, zoals je ze in Frankrijk wel tegenkomt.
Toch schijnt volgens een onderzoek maar liefst twee derde van de voormalige Oost-Duitsers een heimelijk verlangen te koesteren naar de DDR, die in 1989 ophield te bestaan. Heimwee naar iets dat verschrikkelijk moet zijn geweest. Het Stasi Museum in Leipzig laat er geen twijfel over bestaan hoe treurig het bestaan was onder Erich Honecker en zijn kornuiten. Armoede als standaard, overal in de rij staan, altijd hijgende staatspionnen in je nek, nooit vrij mogen reizen, vervalste verkiezingen, het Trabantje als enige luxe voor een groepje uitverkorenen en als je niet mee wilde werken, kon je vermoord worden in een speciaal daarvoor aangelegde dodencel. In Leipzig mag de museumbezoeker even op de brits gaan zitten om te voelen hoe dat voelt. Nergens werd het Hitler-regime zo voortgezet als in de DDR, al deden ze er een Stalin-Sovjetsausje overheen om het ideologisch te verantwoorden.
Niettemin: heimwee. Verlangen naar vroeger, toen alles slechter was, tenminste als je in zo’n communistisch woonblok woonde, wat de meeste Oost-Duitsers braaf deden.
Tekenend is ook de verkiezingswinst van de BSW – van 0 naar 16 procent. Voluit heet die partij naar haar naamgeefster: Bündnis Sahra Wagenknecht, für Vernunft und Gerechtigkeit. In de media wordt haar partij ‘oud-links’ genoemd, maar ik las ook: ‘een Duitse links-nationalistische, populistische en sociaal-conservatieve politieke partij’. Dat is zo’n beetje alles in één. Ik begin zo langzamerhand te geloven dat je in Europa een enorm succes kunt hebben met een Links-Rechtse-Conservatief-Nationalistische Partij, die op een aantal thema’s – zoals abortus en ‘gratis geld voor iedereen’ – uitermate progressief is.
Sahra Wagenknecht zag de treinen met militair materieel richting Oekraïne rijden en werd toen fel tegen de oorlog. Het gebroken geweertje is altijd links geweest. Poetin staat al klaar om haar te bedanken. Je gelooft het niet, maar er bestaat zelfs heimwee naar de Berlijnse Muur. We hadden het niet rijk, maar daar zaten we veilig achter. Antiglobalistischer kun je het niet bedenken.
Uiterst rechts is in Saksen tegen de 4,5 procent buitenlanders die er wonen, omdat zij uit xenofobie tegen buitenlanders zijn. Uiterst links is in Saksen tegen de buitenlanders, omdat die kapitalistisch worden uitgebuit. Klinkt beter, maar het is lood om oud ijzer. Ik heb een zeer links iemand gekend, die nooit aan een collecte gaf, omdat hij vond dat de staat maar voor de slachtoffers en de achtergestelden moest zorgen.
Hij was een principieel mens.