Home

De onderzeese opslag van CO₂ komt nu echt van de grond, met alle kritiek van dien

Na jaren vertraging werd deze week de bouw van Porthos gevierd, een groots project voor de opslag van CO₂ in lege gasvelden. Nederland heeft ambitieuze plannen, maar lang niet iedereen is enthousiast.

Wie over de A15 via de Botlek naar de Maasvlakte rijdt, zal mogelijk niet direct opvallen dat tussen alle buizenstelsels en pijpleidingen nu ook een reeks zwarte buizen naast de snelweg ligt, als een reusachtige kralenketting die nog aaneengeregen moet worden. Hier wordt gewerkt aan de slagader van Porthos, een van ’s werelds grootste projecten voor het opslaan van CO₂ onder de zeebodem.

Over de auteur

Bard van de Weijer is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie. Hij richt zich op de vraagstukken waar consumenten, bedrijven en overheden voor staan.

De meter dikke buis die door de Botlek, Europoort en Maasvlakte kronkelt, voert vanaf 2026 CO₂ af die afkomstig is van vier bedrijven in de Rotterdamse haven; Shell, ExxonMobil, Air Liquide en Air Products. Het gaat om veel CO₂; als het systeem straks operationeel is, zal jaarlijks 2,5 miljoen ton koolstofdioxide 3 kilometer onder de zeebodem verdwijnen, in een bijna leeg gasveld. Hiermee reduceert de haven ongeveer 10 procent van zijn jaarlijkse uitstoot.

Ruimte voor 1.600 ton CO₂

Afgelopen maandag werd door aandeelhouders en andere betrokkenen het officiële begin van de bouw gevierd, met een rondvaart door de Rotterdamse haven, langs onder meer het compressorstation dat de CO₂ op druk moet brengen voor transport naar de locatie op zee waar het voorgoed verdwijnt.

Ondergrondse CO₂-opslag, ofwel CCS, heeft een grote toekomst, denken ze in Rotterdam. In totaal kan er in de lege gasvelden voor de Nederlandse kust 1.600 miljoen ton worden opgeborgen, zegt de directeur van Energie Beheer Nederland (EBN), Jan Willem van Hoogstraten. EBN is een van de drie overheidsbedrijven (ook Gasunie en het Rotterdamse havenbedrijf) die eigenaar zijn van Porthos.

Of de onderzeese CO₂-kelders voor de kust allemaal gevuld worden is onzeker, maar er wordt al gewerkt aan een tien keer grotere broer van Porthos, niet toevallig Aramis genaamd, eveneens naar de drie musketiers. Ook onderzoekt Gasunie met onder meer Shell of er een terminal gebouwd kan worden waar in de toekomst CO₂-schepen kunnen afmeren om koolstofdioxide te lossen van bedrijven zonder aansluiting op de pijpleiding, vergelijkbaar met een groot project in Noorwegen waarin Shell ook participeert.

Nederland heeft dus grootse plannen voor de opslag van CO₂. Volgens de Gasunie-bestuursvoorzitter Willemien Terpstra is Nederland inmiddels zelfs ‘leidend’ in het bergen van het broeikasgas, hoewel er nog geen ton onder de grond verdwenen is.

‘Bizar idee’

Niet iedereen is enthousiast. Milieuorganisatie MOB stapte naar de rechter om het project van tafel te krijgen, wat mislukte, maar wat wel twee jaar vertraging opleverde. Ook bijvoorbeeld Greenpeace noemt CCS de verkeerde weg, omdat klimaatonvriendelijke concerns als Shell en ExxonMobil zo goedkoop hun afval kwijtraken, wat de prikkel om werkelijk te verduurzamen wegneemt.

Bovendien heeft de Nederlandse overheid ruim 2 miljard subsidie klaargezet voor Porthosklanten. Een bizar idee, vinden sommige milieuorganisaties: waarom moeten burgers wél een afvalheffing betalen en krijgen (doorgaans rijke) olieconcerns financiële ondersteuning om van hun rommel af te komen?

Dit zien de aandeelhouders en andere betrokkenen bij Porthos uiteraard anders. Het project kan volgens hen vergeleken worden met de grootschalige aanleg van riolering in de 19de eeuw, een hygiëneslag die de mensheid veel goeds heeft gebracht. CCS kan een vergelijkbaar effect hebben, omdat ondergrondse opslag CO₂ definitief uit de atmosfeer houdt, waarvan het klimaat en toekomstige generaties profiteren.

Vastgeklonken

Ook VVD-minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei toont zich deze maandag een pleitbezorger van CCS. Projecten als Porthos, zegt zij, helpen bedrijven tegen relatief lage kosten af te komen van hun CO₂. Hierdoor ontstaat een eerlijker speelveld voor de Nederlandse zware industrie, die het vanwege hoge energiekosten toch al zwaar heeft. Bedrijven die CCS omarmen, blijven volgens de minister in Nederland, al was het maar omdat ze letterlijk en figuurlijk vastgeklonken zitten aan de Rotterdamse CO₂-pijplijn.

Dat de rekening bij de Nederlandse burger terechtkomt, ontkent Porthos. Het bedrijf zegt dat een prijs van rond de 80 euro nog altijd volstaat om CO₂ op te bergen zonder de subsidiepot aan te spreken. De prijs schommelt nu rond de 70 euro per ton, dus met een beetje geluk blijft het meeste geld (dat gereserveerd is voor de klanten van Porthos) de komende vijftien jaar goeddeels onaangeroerd. De verwachting is dat de CO₂-prijs de komende jaren zal oplopen, omdat de zogeheten uitstootrechten schaarser worden, waardoor het uitstoten van koolstofdioxide voor bedrijven duurder wordt.

Hermans beschouwt Porthos en Aramis tot 2050 als belangrijke schakels in de energietransitie. ‘Met CCS kopen we tijd om een duurzaam energiesysteem te ontwikkelen’, zegt de minister. CCS is momenteel de enige manier om op financieel verantwoorde wijze koolstofdioxide op te bergen: ‘Dit houdt onze industrie competitief.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next