‘Wat is een fatbike? Ik wil hierover graag nadenken.’ Het parlementaire jaar is amper een paar minuten bezig, de gloednieuwe minister Barry Madlener van Infrastructuur en Waterstaat (PVV) maar net aan het woord, of het wordt al filosofisch.
Ja, wat is een fatbike? Is het ‘een grappige stoere fiets’, zoals Madlener hem deze zomer zelf in het nieuws noemde? Of ‘een kleine tank’, zoals Harmen Krul (CDA) hem bestempelt, die er kritische vragen over stelt tijdens het eerste vragenuur van het jaar.
Je zou verwachten dat iedereen op de wereld het eens is over de fatbike: het is een ongelofelijk lelijk, irritant, luimakend en vooral gevaarlijk ding, en nog meer als hij wordt bereden door een tienjarige met oortjes in die Tiktoks kijkt op zijn iPhone, met twee vrienden achterop, slingerend over de stoep.
Aaf Brandt Corstius doet eens per week op geheel eigen wijze verslag van een debat in politiek Den Haag.
Dat nu net de Minister van Fatbikes de fatbike als enige volwassene van Nederland wél leuk vindt, is wel een wonderlijke speling van het lot. Madlener, al doorfilosoferende, ziet de fatbike niet als het probleem, maar de mensen die erop rijden. ‘De fatbike is een elektrische fiets met dikke banden’, verkondigt hij. Oké, dat is waar. ‘Dat is niet het probleem. Het probleem is dat het jonge mensen zijn die erop rijden.’
Ja, goed, dat is zo. En een pistool is een stalen ding met kogels erin, en dat is ook niet het probleem. Het probleem is dat mensen een pistool oppakken en ermee in het rond gaan schieten. En daarom is het pistool in Nederland verboden.
Een verbod, of een helmplicht, of een maximumsnelheid, of een minimumleeftijd: het zijn allemaal mogelijkheden die Kamerleden aandragen om van de terreur en het gevaar van de fatbike af te komen. Minister Madlener houdt zich op de vlakte. ‘Het zijn allemaal keuzes die ik nog niet heb gemaakt.’
Hij komt wel met fascinerende argumenten voor het behoud van de fatbike. Zo is Madlener ‘bang dat mensen minder gaan fietsen’ als de fatbike wordt verboden. Ook vindt hij het sneu als er een minimumleeftijd komt. ‘Dan ga je een aantal kinderen hun fiets afpakken.’ In de steden zijn fatbikes ‘heel irritant’, erkent hij ruiterlijk, maar ‘in de dorpen zijn er heel veel kindjes die zich er goed mee gedragen’. Bovendien vindt hij dat de Kamer er maar over moet beslissen. ‘Dit nieuwe kabinet zet de hoofdlijnen uit, de Kamer krijgt nu meer ruimte’, zegt hij royaal. Hij noemt de Kamer zelfs ‘de nationale denktank’.
Maar dat vinden de Kamerleden van oppositiepartijen niks. ‘Grijp in en wacht niet op de Kamer’, zegt Habtamu de Hoop (GL-PvdA). ‘Neem uw rol!’ Bart van Kent (SP) zegt: ‘Ik begrijp niet waarom u als een bange bureaucraat terugverwijst naar de Kamer.’ Mpanzu Bamenga (D66) vraagt: ‘Waarom pakt de minister niet gewoon door?’
En zo zitten we op de eerste dag nu al op twéé filosofische kwesties: wat is een fatbike, en wat is een extraparlementaire minister?
Alleen Pepijn van Houwelingen (FvD) lijkt op een lijn te zitten met Madlener. ‘Ik zie in de minister zijn lichaamstaal iets van ‘Wat een betutteling’, merkt hij op. Van Houwelingen meende die lichaamstaal ook te bemerken tijdens ‘het debat over de piepjes’. (Hij bedoelt het debat over snelheidsbegrenzing in de auto.)
Die lezing van zijn lichaamstaal klopt, zegt Madlener. ‘We moeten ervoor waken dat we niet teveel doorschieten.’
Kortom: fatbikes blijven.
Ander probleem met het thema jeugd en gevaar: steeds minder kinderen halen hun zwemdiploma en het aantal verdrinkingen neemt toe. Mohammed Mohandis (GL-PvdA) wil dat gemeenten zorgen dat alle kinderen zwemles kunnen volgen. ‘En ook mensen met een beperking, en ouderen die niet kunnen zwemmen. Er zit daar veel schaamte’, zegt hij.
Ineens komt een herinnering boven: het was Mohandis die deze winter, samen met zijn dochter, zijn A-diploma haalde. ‘Ik heb deze zomer gemerkt hoe fijn het is om met mijn kinderen in het diepe te springen, al is het op 38-jarige leeftijd’, zegt hij.
Acute visualisatie: Mohammed Mohandis, dolgelukkig in het diepe.
En zo, op dag 1 van het parlementaire jaar, ineens echte ontroering.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant