Toegeven dat je fout zat, is een van de moeilijkere zaken in het leven. Ik heb bijvoorbeeld spijt van een kritische column die ik een tijd geleden schreef over de rol van prinses Laurentien in het herstel van het toeslagenschandaal. Die deed haar geen recht. De prinses heeft veel toeslagenouders echt geholpen.
Kritische zelfreflectie, of veel liever nog wroeging, is wat ik hoop te bespeuren bij de ambtenaren die een snoeiharde, jarenlange jacht op toeslagenouders hielden en tot ongetwijfeld hun verbijstering erachter kwamen dat deze ouders helemaal geen fraudeurs waren. Omdat ze nu een sleutelrol hebben bij het herstellen van het ongekende onrecht dat ze hebben aangericht.
Over de auteur
Harriët Duurvoort is publicist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Hoe met prinses Laurentien is afgerekend, is fnuikend. Wat is grensoverschrijdend gedrag? Je stem verheffen? Emotie tonen? Is dat niet gewoon een zeer terechte menselijke reactie op dit ongekende leed? Ik speculeer uiteraard, want zoals vaak blijft vaag waar dat grensoverschrijdende gedrag uit heeft bestaan.
Eerder vind ik dat ambtenaren die om hun eigen hachje te redden lafjes anoniem hun beklag doen bij gewillige, ophefhongerige media, zich schuldig maken aan grensoverschrijdend gedrag. De enige manier waarop dit uitzichtloze dossier ooit opgelost, ja geheeld kan worden, is met empathie. Ambtenaren moeten zich eens werkelijk proberen te verplaatsen in de toeslagenslachtoffers.
Misschien kan de beklemmende speelfilm De Jacht op Meral Ö. van Stijn Bouma hierin een rol spelen. Ik was bij de première in De Balie in Amsterdam. Meral heeft 34 duizend euro kinderopvangtoeslagschuld en wordt bovendien gemonitord in een fraudeonderzoek. Door het loonbeslag kan ze niet anders dan zwart bijwerken om te overleven.
Het gaat van kwaad tot erger. Sociaal rechercheurs die haar hele huis overhoop halen op zoek naar een paar tientjes contant geld. Die onderling racistische opmerkingen maken. Jeugdzorg die de kinderen wil weghalen. Uit wanhoop verkoopt ze haar lichaam en probeert ze naar het buitenland te vluchten.
Hoofdpersonage Meral Öztürk is gebaseerd op het gemiddelde toeslagenslachtoffer: een biculturele, hardwerkende en vaak alleenstaande moeder, die als ze niet ten onrechte van fraude beschuldigd was gewoon prima haar eigen kostje kon koken. Vrouwen aan wie de overheid via reguliere loonbelasting een prima inkomstenbron zou hebben gehad.
Er zitten scènes tussen waarvan je denkt: dat kan toch niet. Iemand laten schaduwen om te bewijzen hoe ze ‘fraude’ pleegt door een zakje afhaalchinees van haar vriendin aan te nemen. Maar na afloop van de film corrigeerden de toeslagenslachtoffers mij. Dat is heel normaal bij fraudejacht.
We hebben het gezonde verstand verloren als het gaat om zogenaamde fraudebestrijding bij de armste Nederlanders. Wat kost het om deze ambtenaren fulltime te betalen, en wat levert deze fraudejacht naar ‘meesteroplichters’ aan de onderkant van de samenleving onder de streep op? De kosten van de hersteloperatie dreigen op te lopen tot wel 14 miljard euro.
Het geld komt nog nauwelijks bij de gedupeerde ouders, maar blijft aan een strijkstok hangen van duurbetaalde consultants en interimjuristen wier onhebbelijke taak het is om de schadevergoedingsverzoeken andermaal met wantrouwen en muggenzifterij tergend langzaam af te handelen.
En dan is daar de surrealistische uitspraak van de Raad van State, die stelde dat je van toeslagenouders die geld leenden van familie of vrienden inderdaad kunt verwachten dat ze dit kunnen bewijzen met een akte van de notaris. Dus als je in 2009 75 euro van je moeder leende om boodschappen te doen om je kinderen eten te geven, had je voor 300 euro een notariële akte moeten laten opmaken om te onderbouwen dat je niet fraudeert.
Ongekend onrecht en ongekend absurd.
Een oudere Turkse man merkte op bij de première: Nederland was vroeger anders. Als het tegenzat in het leven kon je even een beroep doen op een redelijke overheid en dat gaf een veilig gevoel. Natuurlijk trok dat ook rotte appels aan. Maar nu wordt ervan uitgegaan dat iedereen een rotte appel is.
De enige structurele oplossing is een overheid die burgers weer gaat vertrouwen. Dat we absurde wetgeving over notariële akten bij kleine leningen subiet kaltstellen. Dat ambtenaren durven toe te geven dat ze fout zaten en dat ze de ruimte krijgen hun mens-zijn op één te zetten.
Wat overbleef van de welvaartsstaat is sinds de Participatiewet verworden tot een dystopische, intimiderende controlebureaucratie. Die bureaucratie kost zoveel geld dat je daar bijna een basisinkomen van zou kunnen financieren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns