Mijn vader kwam uit een gezin met veel kinderen, ik heb in deze krant vaak geschreven zeventien, maar op een gezinsfoto uit 1941 die vorige week uit een verhuisdoos viel, telde ik er veertien. Ik kan er dus gerust een paar naast zitten. En er viel er ook wel eens eentje uit.
„Ons Huubke is voor altijd in de sloot blijven liggen.”
Mijn vaders vader was hoofdonderwijzer in Middelbeers. Op een dag, het vroor dat het kraakte – de aarde was nog niet opgewarmd – ontdekte hij terwijl hij met de aanwijsstok door het klaslokaal raasde dat er alleen maar ‘eigen kinderen’ naar school waren gekomen. Hij kende ze niet allemaal van naam, maar wel van gezicht. Mijn grootmoeder kreeg bij de geboorte van nummer twaalf of dertien een oorkonde van de kerk. Die liet hij inlijsten.
Goed gebaard.
Mijn moeder kwam uit een gezin van minimaal negen. Ze zijn allemaal overleden, jeugdfoto’s ontbreken omdat de boerderij in Oirschot aan het eind van de oorlog in brand werd geschoten. Haar moeder overleed op 43-jarige leeftijd. De doodsoorzaak was bloedarmoede, zo noemden ze uitputting toen.
Met terugwerkende kracht ben ik best trots op mijn voorouders, wat een mooie vruchtbaarheidscijfers! Uitgaande van veertien kinderen bij mijn vader kom ik uit op een gemiddelde van 11,5 kind per oma. Meer dan het gemiddelde in Afrika nu en vooral meer dan tien keer zoveel als de huidige 1,43 per Nederlandse vrouw waar Pieter Omtzigt zich maandagavond tijdens de ‘Hendrik Jan Schoo-lezing’ zo’n zorgen over maakte.
Ik ken de verhalen over schoenen afdragen, met elkaar in de hooischuur slapen en onderbroeken omdraaien in plaats van wassen.
Met een beetje geluk gaat het Kinderwetje van Van Houten uit 1874 er straks ook nog aan. Voor agrariërs is een grote kinderschare ideaal, je schopt ze het land op en al plukkend, rooiend, voederend en zaaiend maken ze dan herinneringen voor het leven. Jammer dat mijn ouders de roep om grotere gezinnen van Pieter Omtzigt niet meer meemaken. Mijn moeder viel als negenjarige in de punten van een eg. Twee pinnen prikten door haar dijbeen, het bloed spoot eruit. In het verzorgingstehuis voor dementerenden herinnerde ze zich 75 jaar later nog hoe boos haar vader was geworden. Al het werk moeten stilleggen, alleen maar omdat zij naar het ziekenhuis moest.
Source: NRC