Ik was een lang weekend in Kopenhagen voor familiebezoek en wandelend door de stad dacht ik terug aan de laatste keer dat ik hier was, voor een interview met René Redzepi, de wereldberoemde kok die hier toen nog zijn restaurant Noma had. „Sprinkhanen”, zei de Deen aan wie ik vroeg waar ik precies moest zijn. „Levende mieren. Die kant uit.” Hij grijnsde. Had ik al trek?
Dat was in september 2014. Aan de overkant van het water lag Nyhavn, nieuwe haven, met z’n houten zeilschepen en bontgekleurde koopmanshuizen, het oudste uit 1681. Een toeristische hotspot, toen ook al, maar als ik nu vanaf Kongens Nytorv, het nieuwe koningsplein, kom aanlopen ben ik toch verbaasd. Zo veel mensen! Ze schuifelen schouder aan schouder over de kade, ijs of polser etend, Deense hotdog met ui, augurk en remoulade. Ze hangen met hun aperol spritz op een van de talloze terrassen. Ze staan in de rij om weet ik veel waar naar binnen te gaan. Het huis van Hans Christian Andersen misschien? De Wallen in Amsterdam, hoogseizoen, dat is wat ik zie. En geen toerist te bekennen die al kajakkend rommel uit het water aan het vissen is – lees hierover meer in de reportage van mijn collega Merel Thie, begin augustus.
Vraag me niet waarom, maar ik perste mezelf door de mensenmassa heen naar nummer 49, waar sinds 1953 ijssalon Vaffelbageren gevestigd is, en wachtte twaalf minuten op mijn beurt om aan te wijzen welke smaak ik wenste. Banana choco? Coconut passion? Oreo Cookie? „Vanille graag”, zei ik met de hulp van Google Translate in het Deens tegen de verveeld kijkende verkoopster. „Eén bolletje.” Ze haalde haar schouders op en schepte een reusachtige, naar een recept uit 1920 gebakken wafelhoorn vol roomijs. „Caramelsaus erop? Chocoladesnippers?” Ik moet zeggen: het smaakte verrukkelijk.
Om het af te maken wandelde ik over de Langelinie langs het water naar het beeld van Den lille havfrue, de kleine zeemeermin. Wanneer had ik haar voor het laatst gezien? Zeker twintig jaar geleden, mijn kinderen waren nog klein en ik herinner me hun teleurstelling toen we erlangs voeren in een rondvaartboot. Was dat alles? Toeristisch was het hier toen ook al, maar wat ik nu zag sloeg echt alles. De ene na de andere bus loste hier een nieuwe lading passagiers, die zich vervolgens waggelend naar de waterkant verplaatste om dertig seconden naar het bronzen naakt te kijken, en soms zelfs dat niet eens. Ik liet me meevoeren om nog eens goed te voelen hoe het voelt om gereduceerd te worden tot geld uitgevend kuddedier, of nee, om mezélf daartoe te reduceren, want zo is het. Niemand die je dwingt. De rest van de middag bracht ik door in een van de vele parken van Kopenhagen en nam me voor om nooit meer toerist te zijn. Nu kijken of dat lukt.
Jannetje Koelewijn(j.koelewijn@nrc.nl) vervangt vandaag voor Gemma Venhuizen
Source: NRC