Nederland stond vandaag voor de Europese rechter om te verdedigen hoe het is omgegaan met derdelanders uit Oekraïne. Het definitieve oordeel laat nog even op zich wachten, maar wel werd al duidelijk dat de derdelanders waarschijnlijk te vroeg zijn gemaand te vertrekken.
Vluchtelingen uit Oekraïne hebben door een speciale Europese richtlijn recht op onder meer opvang, onderwijs en de mogelijkheid om te werken. Ze hoeven geen gewone asielprocedure te doorlopen, zoals vluchtelingen uit andere landen wel moeten. Ook mensen die in Oekraïne woonden en daar een tijdelijke verblijfsvergunning hadden, zoals studenten, vielen in Nederland eerst onder deze zogenoemde Richtlijn Tijdelijke Bescherming.
En daarin was Nederland milder dan andere Europese landen: slechts zes of zeven andere landen hebben deze zogenoemde derdelanders uit Oekraïne (even) onder dezelfde regels laten vallen als andere Oekraïense vluchtelingen. "Maar al heel snel liep Nederland tegen capaciteitsproblemen aan", zei de advocaat die Nederland vertegenwoordigt.
En omdat het erop leek dat de oorlog nog lange tijd zou duren, besloot toenmalig staatssecretaris Eric van der Burg in de zomer van 2022 om te stoppen met de tijdelijke bescherming van derdelanders. De speciale regeling bleef wel gelden voor andere vluchtelingen uit Oekraïne.
Over de vraag of dat mocht, konden Nederlandse rechters het niet eens worden. Omdat het om een Europese richtlijn gaat, is de zaak bij het Europese Hof van Justitie beland. Daar kwamen dinsdag vijftien rechters bijeen om de pleidooien van de advocaten van de derdelanders, de Nederlandse Staat en de Europese Commissie aan te horen.
De Europese Commissie is het met Nederland eens dat de bescherming van de derdelanders eerder mocht stoppen. "Een Senegalese student die Oekraïne is ontvlucht en niet meteen over de financiële middelen beschikt om snel terug te keren, bevindt zich niet in dezelfde situatie als een Oekraïens gezin dat nog nooit buiten Oekraïne is geweest", zei een vertegenwoordiger van de Europese Commissie.
De Richtlijn Tijdelijke Bescherming is door de oorlog in Oekraïne voor het eerst ingezet. Daardoor waren de meningen over de vraag of Nederland dit zomaar mocht doen dinsdag flink verdeeld.
De advocaten van de derdelanders noemden het in ieder geval "onjuist" dat "lidstaten op elk moment kunnen beginnen met tijdelijke bescherming en ook kunnen zeggen dat ze ermee gaan stoppen". En als de Europese Commissie daarbij onderscheid had willen maken tussen derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning en andere vluchtelingen uit Oekraïne, waarom staat dat dan niet duidelijk in de richtlijn?
Naast over de vraag of de regels alleen in het geval van derdelanders uit Oekraïne aangepast mochten worden, moeten de rechters zich ook gaan buigen over de zogenoemde terugkeerbesluiten voor deze derdelanders.
De derdelanders kregen namelijk een zogenoemd terugkeerbesluit op de mat waarin stond dat ze vanaf een bepaalde datum moesten vertrekken of asiel moesten aanvragen. Maar volgens de wet mag dit pas worden gedaan op het moment dat iemand al niet meer legaal in Nederland is. Daar wezen niet alleen de rechters op; het werd ook erkend door de Europese Commissie.
Dat zou in dit geval hebben betekend dat in één dag ongeveer veertienhonderd terugkeerbesluiten werden opgelegd, zo verdedigde de advocaat van Nederland het besluit. Omdat al werd verwacht dat derdelanders naar de rechter zouden stappen, besloot het ministerie de rechtspraak tegemoet te komen en de besluiten eerder te versturen.
Volgens de advocaten van de derdelanders was daar vanuit de advocaten niet om gevraagd. "En zelfs als is getracht de advocaten tegemoet te komen, dan betekent dat nog niet dat dat kán. De bedoelingen waren goed, maar het effect was het tegenovergestelde."
Hoewel de rechters waarschijnlijk kritisch gaan oordelen over de terugkeerbesluiten, is het effect van dat oordeel nog onzeker. Het betekent in ieder geval dat Europese landen bij het terugsturen van een grote groep mensen niet dezelfde weg kunnen bewandelen als Nederland heeft gedaan. Maar of het voor de derdelanders uit Oekraïne verschil gaat maken, hangt erg af van het antwoord op de vraag of ze überhaupt wel teruggestuurd mochten worden.
Het duurt nog enige tijd voor we het antwoord op die vraag weten. De advocaat-generaal, die een onafhankelijk advies uitbrengt aan de rechters van het EU-hof, komt op 22 oktober met zijn conclusie. De uitspraak van de rechters zal enkele maanden later volgen.
Source: Nu.nl algemeen