Met zo’n twintig andere gedupeerden van de toeslagenaffaire bekeek Derya Selvi maandagavond de speelfilm De jacht op Meral Ö. Ze ziet veel details terug van gebeurtenissen die ze met de regisseur heeft gedeeld. ‘Ik krijg complete flashbacks.’
Op het moment in de speelfilm De jacht op Meral Ö dat gemeentelijke controleurs de woning binnengaan van de hoofdpersoon, een aangeslagen gedupeerde van de toeslagenaffaire, weet Derya Selvi (47) al wat er gaat gebeuren. ‘Ze gaan in de nachtkastjes kijken en door de onderbroeken wroeten’, zegt ze. Ze slaat haar hand voor haar mond. ‘Het is zo heftig om je eigen verhaal op een groot scherm te zien. Ik krijg complete flashbacks.’
Selvi is een van de pakweg twintig gedupeerden van de toeslagenaffaire maandagavond in een zaaltje van het Amsterdamse debatcentrum De Balie. Ze zijn uitgenodigd voor een première voor genodigden van de speelfilm De jacht op Meral Ö. De film van regisseur Stijn Bouma gaat over een gescheiden Turks-Nederlandse moeder van twee kinderen die steeds dieper in de problemen komt door toedoen van de Belastingdienst. Ook NSC-staatssecretaris Nora Achahbar (Toeslagen) is aanwezig. Prinses Laurentien heeft afgezegd vanwege de negatieve publiciteit over haar persoon.
Eerder maakte Bouma twee documentaires over gedupeerden van de toeslagenaffaire. Op die manier hoorde hij hun verhalen. Maar deze speelfilm is fictie, beklemtoont hij, ‘een samenraapsel van al die verschillende verhalen en details die ik heb gehoord’.
De speelfilm, vanaf donderdag in zestig bioscoopzalen, laat zien hoe het overheidssysteem een alleenstaande moeder vermorzelt. Veel aanwezigen herkennen zichzelf in dat gegeven. Als in de film twee medewerkers van jeugdzorg aan de deur van de hoofdpersoon staan, kun je in de zaal een speld horen vallen.
Maar voor Selvi zijn de overeenkomsten met de film zo groot dat ze nu met gemengde gevoelens in de zaal zit. Een reeks sleutelscènes herkent ze tot in detail. Haar ervaringen heeft ze uitgebreid gedeeld met de regisseur in urenlange gesprekken bij haar thuis.
Bovendien wonen er, voor zover zij weet, behalve zijzelf geen andere Turks-Nederlandse toeslagengedupeerden in de Almeerse wijk Oostvaarders, waar de film is opgenomen. Zij is net als de hoofdpersoon gescheiden en heeft twee kinderen. ‘Als de film zou gaan over een gedupeerde met Caribische wortels uit Rotterdam, was het veel minder herleidbaar geweest.’
Deze weken krijgt Selvi al vaak de vraag: gaat dit over jou? Dat zou ze nog aan kunnen, zegt ze, als er niet ook een verwijzing naar prostitutie in de film zou zitten, want dat is nu net níet haar geschiedenis. ‘Ik herken jou in deze film’, zegt vriendin en medegedupeerde Kristie Rongen tegen Selvi, als zij haar na de filmvertoning stevig omhelst. ‘Alleen zie ik jou niet snel op je rug liggen.’
Maar Derya Selvi vreest dat sommige van haar familieleden en vrienden na het zien van de film wél gaan denken dat zij haar lichaam heeft verkocht. ‘Waarom zegt de regisseur niet dat de film grotendeels op mijn verhaal is gebaseerd, op zo’n voor mij pijnlijk element na?’, vraagt ze zich af.
‘Ik kan begrijpen dat ze dit vervelend vindt, maar ik had het vooraf niet voorzien’, zegt regisseur Bouma na afloop. ‘De film vertelt verhalen van Derya, maar er zitten ook elementen in die niet van haar zijn. Daarom heb ik haar aandeel ook niet specifiek genoemd in de publiciteit over de film.’
Maar ze had liever wél genoemd willen worden, bijvoorbeeld op deze première-avond, dan had hij ook de andere ouders kunnen noemen met wie hij had gesproken. Dat zou haar recht doen. Derya Selvi was de eerste gedupeerde bij wie de regisseur thuis kwam. Vervolgens was zij een van de vijf gedupeerden die centraal stonden in Bouma’s documentaire Alleen tegen de Staat, die in 2021 veel stof deed opwaaien.
Selvi schreef een aanbevelingsbrief aan het Nederlands Filmfonds voor Bouma. Voor de speelfilm ging ze uit eten met hem en de hoofdrolspeler, actrice Dilan Yurdakul. ‘Ze vroeg me het hemd van het lijf.’
Het gebeurt vaker dat personen die zich te zeer herkennen in een roman of een speelfilm, daarmee ongelukkig zijn. Literatuurwetenschapper Thomas Vaessens aan de Universiteit Utrecht, die zich eerder verdiepte in de heikele scheidslijn tussen feit en fictie, herkent het probleem dat Selvi aansnijdt. ‘Mensen die fictie maken, stelen dingen uit de werkelijkheid. Het gebeurt vaker dat iemand dan zegt: dat is mijn verhaal.’
Daarom moet, vindt Vaessens, een maker goed de keuze maken: zet ik één verhaal centraal of maak ik een duidelijke mengeling van meerdere verhalen? Hij had zich kunnen voorstellen dat de regisseur vooraf met haar en andere gedupeerden een gesprek zou aangaan over de gelijkenissen. ‘Een filmmaker is ook verantwoordelijk voor zijn bronnen’, zegt de literatuurwetenschapper. ‘Het is vooral een morele kwestie, zeker als mensen al eens gedupeerd zijn geweest. Het lijkt me een redelijke vraag van haar dat ze wil dat hij zichzelf uitspreekt.’
Ook de gedupeerde die met de regisseur heeft gesproken over haar periode in de prostitutie, had graag vooraf van de regisseur gehoord dat hij haar verhaal zou gebruiken, zegt ze. Zij heeft er nog steeds veel last van dat ze destijds, uit pure wanhoop vanwege de terugvorderingen van de Belastingdienst, geen andere uitweg meer zag dan haar lichaam verkopen.
Tegelijk vindt ze de film niet heftig genoeg. ‘Het was allemaal honderd keer erger dan dit.’ Ze mist in het verhaal het ‘schrijnende’ contrast met ‘het mooie leventje’ dat veel toeslagenouders hadden vóór ze onterecht van fraude werden beschuldigd en ook hoe de affaire jaren later nog steeds negatief doorwerkt in hun leven. En wat haar betreft komt ‘het kwaad van de Belastingdienst’ te weinig aan bod.
Anderen hebben zich wel laten meeslepen door de film. Ze hebben gehuild of kregen kippenvel van bepaalde scènes. Ook gedupeerde Faith Bruyning, nu NSC-Kamerlid, heeft het niet droog gehouden, vertelt ze. ‘Het is confronterend en herkenbaar om te zien hoe de hoofdpersoon alles doet om het voor haar kinderen goed te houden.’
Bruyning hoopt dat door deze film ‘meer mensen kunnen doorléven wat wij hebben meegemaakt’. ‘De film laat daar maar een fractie van zien, naar mijn gevoel, zo’n 10, 15 procent. Maar misschien zou de kijker het ook niet aankunnen als onze hele lijdensweg zou worden getoond.’
Donderdag publiceert de Volkskrant een interview met regisseur Stijn Bouma en een recensie van zijn speelfilm.
Over de auteur
Charlotte Huisman is verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over jeugdzorg en de nasleep van de toeslagenaffaire
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant