De Amsterdamse schoolbestuurders in het voortgezet onderwijs gooien de handdoek in de ring: ze hebben besloten dat het lerarentekort ‘niet meer op te lossen’ is (Het Parool, 26-8-2024). In Amsterdam is het tekort groter dan elders. Het Amsterdamse voortgezet onderwijs komt 149 fulltime leerkrachten tekort. Bestuurders staken pogingen om die te vinden. Liever maken ze frisse plannen, dat klinkt lekkerder dan het slaapverwekkende probleem van een eeuwig tekort. Er zijn ‘langetermijnplannen’ nodig; ‘we moeten het onderwijs echt anders organiseren’.
Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.
‘Anders’ organiseren – dan weet je wel waar het heen gaat: minder les van een vakdocent, meer onbevoegd personeel. Inderdaad wordt komend jaar geëxperimenteerd met studenten (niet van de lerarenopleidingen) die leerlingen begeleiden, en statushouders met een lesbevoegdheid kunnen stage lopen en lessen Nederlands volgen – prima, zolang deze mensen niet de ontbrekende bevoegde vakdocenten vervangen.
Dat bestuurders niet langer hun best doen docenten te vinden, is schandelijk. De mogelijkheden zijn niet uitgeput. Ze zouden meer zijinstromers kunnen werven; er zijn veel mensen in bullshitberoepen die iets zinvols willen doen. Die moet je dan wel goed begeleiden. Besturen kunnen eerder vaste aanstellingen geven. Ze kunnen leraren verleiden tot iets meer lesuren, in ruil voor betere roosters en minder werkdruk.
De praktijk laat zien dat je de bestrijding van het lerarentekort niet aan schoolbesturen kunt overlaten; die zijn elkaars concurrenten. Wel weten de Amsterdamse bestuurders elkaar te vinden bij het kort houden van docenten. Ze hebben een gentlemen’s agreement gesloten om leerkrachten niet hoger dan normaal in te schalen. Want schaarste maakt dat die verdomde leraren gaan ‘shoppen’ en onderhandelen over hun salaris – zoals overal op de arbeidsmarkt. Gek hè? Je organiseert het onderwijs als een bedrijf met jezelf als ceo en werknemers gedragen zich daarnaar. Met andere bedrijven probeer je hun dat te beletten. Kartelvorming heet dat. Het gaat niet werken: docenten zullen solliciteren bij scholen buiten de stad.
Het ministerie van OCW is jarenlang onvergeeflijk passief geweest. Als verantwoordelijke voor goed onderwijs kun je simpelweg niet gedogen dat er zoveel onbevoegden in het onderwijs werken. En: hoe heeft het kunnen gebeuren dat massa’s mensen met een lesbevoegdheid níet voor de klas staan? Dat ze gerieflijker baantjes prefereren, als onderwijsadviseur, beleidsambtenaar, leerplanontwikkelaar of cursusaanbieder?
De ondergrens bij het ministerie moet zijn: géén experimenten met kinderen, geen ingrepen die niet bewezen effectief zijn. Onlangs werd bekend dat 150 middelbare scholen experimenteren met minder lesgeven, door lessen te verkorten van 50 naar 40 minuten of één middag vrij te geven (RTL, 1-9-2024). Of dit een verkapte manier is om het lerarentekort te bestrijden, is onduidelijk (je mag leraren niet zomaar meer lessen laten geven, maar misschien verandert dat ooit). De bedoeling lijkt vooral meer vrije tijd voor leerlingen en meer tijd voor voorbereiding en nascholing voor leraren. Scholen zouden ‘lesfabrieken’ zijn – het favoriete woord van onderwijsvernieuwers voor scholen waar gewoon wordt lesgegeven.
Mag dit zomaar? Zeker is dat leerlingen in Nederland meer les krijgen dan elders; juist in landen met de beste onderwijsresultaten geven leraren minder les. Maar je kunt het niet zomaar omdraaien: minder les, dús hogere kwaliteit. Dat kan schadelijk zijn. En is het verantwoord om op deze manier toe te geven aan het afnemende concentratievermogen bij leerlingen? Levert minder lesgeven minder werkdruk op? Twintig korte lessen voorbereiden is evenveel werk als twintig langere lessen. In de middag werken docenten onder ‘professionele begeleiding’ aan de verbetering van lessen. En zo marcheren ze toch weer de scholen binnen, de commerciële cursusaanbieders die hun voormalige collega’s de les komen lezen.