Home

Als Limburgers hun streektaal willen behouden, moeten ze de straat op

Vroeger, niet lang geleden, was Limburgs gewoon de taal die je thuis leerde, de voertaal in de dorpen, op verenigingen en bij voetbal. De kinderen van niet-Limburgse ouders leerden Limburgs op straat. Dat heette integratie.

Tegenwoordig staat de streektaal onder druk. Het versterken van het Limburgs is een politiek streven. Om deze nieuwe authenticiteit vorm te geven, investeert de provincie Limburg structureel 1,1 miljoen euro. Bureau Berenschot treedt op als adviseur, het dialect is niet meer alleen van de straat.

De belangstelling voor het Limburgs sluit aan bij andere zaken die modern authentiek zijn. Lokaal gebrouwen bier, melk van de melktap, niet langer Engels op de verinternationaliseerde universiteit, maar terug naar het Nederlands, houvast in een geglobaliseerde samenleving. Regeringspartij BBB draagt streektalen een warm hart toe.

De Limburgse taal ‘is toch iets van jezelf’, zegt PvdA-statenlid Lisa Wolters, ‘misschien juist nu’. Gedeputeerde Jasper Kuntzelaers begint over ‘een zoektocht naar iets uit het verleden dat ons bindt in een snel veranderende wereld’.

Het is nu of nooit, stelt streektaelfunktionaoris Roeland van Hout, voorzitter van de Raod veur ’t Limburgs. ‘Als Limburgs de kant opgaat van het Brabants of het Gelderlands, dan is het weg.’ Hij blijkt Brabander van origine. Handig om buitenstaander te zijn als in een Limburgs overleg de spanning oploopt.

Limburgse politici zijn met een bus naar de andere kant van het land gereden, naar de Friese hoofdstad Leeuwarden. Wie een streektaal wil beschermen, kan van de Friezen leren: Fries geldt in Friesland als officiële taal. De Limburgers zouden deze status ook graag voor het Limburgs zien, want dan ben je verzekerd van subsidie uit Den Haag.

Alles wat in Limburg nu nog klein is, is in Friesland groot. Friesland krijgt van het Rijk de komende jaren 18 miljoen euro om het Fries te versterken. Op het Friese Provinciehuis werken tien ambtenaren fulltime in het ‘taaldomein’. Er is een strak georganiseerde lobby in Den Haag, samenwerking met Friese kernen in Duitsland, en cursussen Fries voor journalisten en zorgpersoneel die het Nederlands als moedertaal hebben.

Dit is een verschil met Limburgs: Fries is een geschreven taal. Boekhandel en cursuscentrum Afûk in Leeuwarden heeft 25 man in dienst, je kunt er boeken kopen als De Tocht der Tochten, maar ook de bundel Het vaderpaard - It faderpaard, van de Friese dichter Tsjebbe Hettinga.

BBB-gedeputeerde Eke Folkerts besteedt ‘70 procent’ van haar werktijd aan het Fries. Haar ouders zijn Fries, maar ze bracht haar jeugd door op Urk. Een Fries ‘om utens’, daar word je ‘iets chauvinistischer van’, dat maakt je extra trots op de Friese taal. Een adviseur die lang buiten de provincie werkte, vertelt over zijn ‘begeisterung’ voor de Friese taal – het Fries volstaat hier niet, het Nederlands evenmin.

In het Friese provinciehuis luisteren de Limburgers naar bloedige verzetsverhalen die ver teruggaan en breed uitwaaieren: Friezen in Rome, Friezen die Bonifatius doodden, de eeuwen van de Friese vrijheid, Kneppelfreed – het volksprotest in Leeuwarden in 1951 om Fries te mogen spreken in de rechtszaal.

Limburg, zegt iemand, ‘zit nog voor de eerste volksopstand’. Als de Limburgers hun streektaal willen behouden, moeten ze de straat op.

Als je vraagt waar het misloopt, dan gaat het over de kinderopvang. Peuters die van huis uit Limburgs spreken, gaan naar de opvang, leren daar hele dagen Nederlands, en blijven dat met hun ouders praten. ‘Tweetalige kinderopvang op fietsafstand’ is het streven in Friesland.

En zo gaat het door. Friezen blijken Dolle Mina’s die aan Limburgers de beginselen van de taalemancipatie uitleggen. Limburgs spreken tijdens vergaderingen van Provinciale Staten? Mag niet, zeggen de Limburgers. Jawel, zegt een Friese bestuursadviseur. ‘Je moet voor je rechten opkomen.’

De Limburgse gedeputeerde hoopt op een ‘set tools’ om mee naar huis te nemen, in deze geglobaliseerde wereld sluipt er wel eens een woord in van over de grens.

a.vanes@volkskrant.nl

Over de auteur
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Eerder was ze onder meer correspondent in het Midden-Oosten.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next