Home

Opinie: Een leraar hoort in de klas, niet excursies te begeleiden of te surveilleren in pauzes

De noodtoestand van het onderwijs vraagt om maatregelen die docenten die meer les willen geven tegemoet komen. Dat betekent een leraarschap met meer status en een hogere beloning, ook als er geen taken buiten de klas worden gedaan.

De scholen zijn weer begonnen en de pers besteedt daarom traditiegetrouw aandacht aan de staat van het onderwijs. Deze gaat momenteelover twee serieuze problemen: het lerarentekort en het dalende niveau van de leerlingen.

Al is de term ‘lerarentekort’ weinig passend: er lopen in Nederland genoeg bevoegde leraren rond om de roosters rond te krijgen. Het probleem is dat die mensen niet voor de klas staan, en veelal ook niet op een school werken. Geen lerarentekort dus, maar een onderwijslek.

Beide problemen zijn niet los van elkaar te zien. Inmiddels gaan weliswaar de nodige ‘Plannen B’ rond, maar daarbij ligt de nadruk veelal op het lager leggen van de kwalificatielat (zij-instromers, studenten en statushouders voor de klas, et cetera), waarmee aan het probleem van de onderwijskwaliteit voorbij wordt gegaan. Het onderwijsministerie zou er beter aan doen om bevoegde mensen te motiveren om meer – of überhaupt – les te gaan geven.

Wie als bevoegde leraar in een andere sector is beland, kan wellicht middels de juiste financiële en logistieke regelingen terug het onderwijs in worden geholpen. Nieuwkomers zouden financieel geprikkeld kunnen worden: betaal hen, als ze de eerste vijf jaar na het afstuderen structureel ten minste 0,8 fte voor de klas hebben gestaan, hun studiekosten terug.

Groothandel in kleine baantjes

Want er is nog iets anders aan de hand. Het onderwijs (vooral het voortgezet onderwijs) is verworden tot een groothandel in kleine baantjes. De tijd dat een school draaide op enkele tientallen voltijdsleraren die wekelijks 27 lesuren draaiden is een vage herinnering uit het verleden: het deeltijdwerken zit meer dan ooit vast verankerd in het onderwijs-DNA.

Lesgeven doet men twee of drie dagen per week (óók veel mannen). Voor de beginnende docent een logische keuze: lesgeven is zwaar. Maar wie investeert en het een paar jaar (nagenoeg) fulltime doet, maakt zich het vak eigen, bouwt routine op en kan daar de rest van zijn loopbaan de vruchten van plukken.

Verder geven veel van de deeltijders niet enkel les: sinds zo’n vijftien jaar zijn er, naast een schoolleiding, bataljons aan leerjaarcoördinatoren, zorgcoördinatoren, dyslexiecoördinatoren, cultuurcoördinatoren, reiscoördinatoren, faalangstcoördinatoren, et cetera. Er wordt wat afgecoördineerd op een gemiddelde school.

Talloze bevoegde docenten, die hun taak overigens vaak met toewijding uitvoeren, vullen er hun baan mee. En geven dus minder of geen les.

Over de auteurs

Elbert Booij is roostermaker op het Gerrit van der Veen College in Amsterdam. Luuck Droste is eerstegraads docent Frans en Duits op het Gerrit van der Veen College.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Studiedagen

Kort en goed: stimuleer leraren om zoveel mogelijk les te geven, laat hun kwaliteiten minder ‘weglekken’ naar andere taken en – misschien belangrijker nog – dwing ze er óók niet langer toe. Buiten het lesgeven moeten docenten nu mentor zijn, mee met reizen en excursies, surveilleren in pauzes en op sportdagen en schoolfeesten, lessen van collega’s opvangen en – last but not least – deelnemen aan allerlei generieke scholingen en studiedagen, veelal verzorgd door ‘onderwijsprofessionals’ van commerciële bureaus die zelf geen les (meer) geven en komen vertellen wat goed onderwijs is.

Het is weinig verrassend dat studiedagen door veel goed functionerende docenten als afstompend en aanmatigend worden ervaren. Intussen vallen de lessen bij bosjes uit.

Misschien moeten de jaartaken van docenten eens tegen het licht worden gehouden: bied docenten alleen scholing op vlakken waar zij iets te halen hebben en laat uitstekende leraren gewoon lesgeven. Haal ook andere taken bij hen weg, door niet-lesgevende professionals te werven.

Iedereen snapt dat een school een conciërge nodig heeft, een systeembeheerder en nog veel meer. Maar misschien ook professionele mentoren? Pauzesurveillanten?

Excursies kunnen eventueel door vrijwilligers worden begeleid. In ieder geval zouden er geen docenten voor uit de les moeten worden gehaald: die kunnen beter extra lessen geven.

Hogere salarisschaal

Dat alles gaat niet vanzelf: het bezoldigingssysteem moet op de schop. Degenen die het meest voor de klas staan hebben nu vaak een lagere salarisschaal, omdat men voor de hogere salarisschalen vaak juist andere taken moet aanvaarden. Dat moet andersom: wie veel voor de klas staat, een geroutineerde docent en daarmee een stabiele factor is, verdient een hogere salarisschaal.

Misschien kan de ietwat neerbuigende term ‘lesboer’ een positieve doorstart krijgen, door het leraarschap in status en beloning te verheffen boven taken buiten de klas. De noodtoestand van het onderwijs vraagt om maatregelen die docenten tegemoetkomen die meer les willen geven. Ze bestaan!

Vraag een willekeurige gepensioneerde docent maar eens of hij of zij het werk mist. Het antwoord is doorgaans: het lesgeven soms wel, alle rompslomp eromheen niet.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next