Home

Fout goud: waarom goud in hetzelfde rijtje hoort als ivoor en bloeddiamanten

Goud, bezegeling van liefde. Maar voordat een gouden ring om je vinger zit, is al veel leed aangericht. Wat zijn de duistere kanten van een van de edelste metalen?

Schizofreen. Zo kun je de menselijke relatie met goud gerust typeren. Eenmaal gesmeed tot een trouwring, een Indiase mangalsutra of een Chinese, met draken en feniksen versierde bruidsarmband verandert goud in een symbool van eeuwige liefde. Tegelijkertijd is datzelfde goud de vrucht van bruut geweld.

Allereerst de vrucht van buitenaards geweld: astronomen vermoeden dat goud miljarden jaren geleden is ontstaan door botsende neutronensterren en ontploffende supernova’s. Maar ook van het onderaardse geweld van drilboren en explosieven, die in soms kilometersdiepe mijnschachten zo’n 1.000 kilo aarde per gram goud verpulveren. En dan is er nog het aardse geweld van oorlogen, moordpartijen, landroof, kinderarbeid en gedwongen prostitutie, waarmee goudwinning in veel landen gepaard gaat.

Over de auteur
Jonathan Witteman is economieredacteur voor de Volkskrant en schrijft over de macro-economie en de bankensector.

Nu de goudprijs record na record breekt – de koers is dankzij corona, de Oekraïne-oorlog en de koopkrachtcrisis in vijf jaar verdubbeld – is het hoog tijd de duistere kanten van het edelmetaal te belichten. Want die 72 duizend euro per kilo is eigenlijk nog steeds te goedkoop, zoals Cambridge-onderzoeker Stephen Lezak het onlangs omschreef. ‘De goudprijs omvat niet de tol die ecosystemen en gemeenschappen over de hele wereld voor de goudwinning betalen.’

Zou het niet beter zijn, vroeg Lezak zich af, om goud voortaan lekker in de grond te laten? Te meer omdat goud vooral een luxegoed is. Slechts 7 procent van het jaarlijks gewonnen edelmetaal dient immers voor technologische toepassingen, zoals gehoorapparaten, pacemakers en mobiele telefoons – in elke smartphone zit gemiddeld zo’n 0,034 gram goud. Daarentegen komt de helft van al het gedolven goud uiteindelijk terecht in sieraden. Daarom drie redenen waarom goud volgens critici in hetzelfde dubieuze rijtje thuishoort als ivoor en bloeddiamanten.

1. Levensgevaarlijk werk

Vorige week maandag was de 32-jarige Rosemary Anyango goud aan het delven in Uradi, een dorpje in het westen van Kenia, toen de door zware regenval verzwakte mijnschacht in elkaar stortte. Haar vier collega’s, die minder ver waren afgedaald, konden zich in veiligheid brengen, maar Anyango werd levend begraven, schreven Keniaanse kranten.

Dodelijke ongevallen zoals die in Uradi zijn schering en inslag in goudmijnen. Begin augustus stierven er 15 mijnwerkers in het zuiden van Soedan. De maand ervoor vielen er zeker 23 doden op het Indonesische eiland Sulawesi toen een goudmijn vol liep door een aardverschuiving. En zo volgen de ongelukken elkaar op in de goudindustrie, van Mali (70 doden in januari) tot Venezuela (23 doden in februari) en van Rusland (13 doden in maart) tot Argentinië (2 doden in april).

Een deel van de doden valt in de industriële goudmijnbouw, waarin grote bedrijven als het Amerikaanse Newmont, het Canadese Barrick Gold en het Zuid-Afrikaanse AngloGold Ashanti de dienst uitmaken. In februari kwamen negen mijnwerkers om het leven in Turkije toen hun door een Amerikaans bedrijf uitgebate goudmijn werd overspoeld door een lawine van met cyanide vervuilde modder. Een maand later stierf een Australische goudgraver nabij Melbourne. Ook de ongelukken in Rusland en Argentinië vonden plaats in de industriële mijnbouw.

Nog gevaarlijker is echter de kleinschalige, ambachtelijke mijnbouw, waarin wereldwijd 15 à 20 miljoen gouddelvers werkzaam zijn, inclusief zo’n 1 miljoen kinderen, sommigen nog kleuters. Zij vormen samen grofweg 80 procent van alle arbeiders in de industrie, en leveren 20 procent van het mondiale goud – in de industriële mijnbouw is de verhouding precies andersom.

Goudgraven is daarmee ‘het belangrijkste niet-agrarische plattelandswerk in de ontwikkelingslanden’, volgens de Wereldbank. Goud levert hen doorgaans een betere boterham op dan landbouw, al verdienen goudzoekers slechts een fractie van wat het edelmetaal uiteindelijk op de markt oplevert.

‘Het grote geld komt terecht bij handelaren, smokkelaars en andere tussenpersonen, die het goud bijvoorbeeld aan raffinaderijen verkopen’, zegt Mark Pieth, een Zwitserse hoogleraar strafrecht, die het boek Gold Laundering schreef over de misstanden in de goudindustrie.

Voor die betere boterham moeten goudzoekers niet alleen instortende mijnschachten, maar ook kwik op de koop toe nemen. Ambachtelijke gouddelvers gebruiken het zwaar giftige element – ruwweg 10 gram kwik per gram goud – om goud van de erts te scheiden, ook al lopen ze daardoor het risico op lever- en nierschade, blindheid, huidkanker, vruchtbaarheidsproblemen en hersenverlamde kinderen.

De consument – of het nu een sieradenkoper, investeerder of centrale bankier is – merkt niets van al deze gevaren, weet Pieth. Alle goudklompjes komen uiteindelijk terecht bij raffinaderijen, voornamelijk in Zwitserland, waar het ruwe edelmetaal wordt omgesmolten tot glad, blinkend goud.

‘In de raffinaderijen worden daarmee en passant ook alle vuile geheimen weggewassen over waar het goud vandaan komt, en over welk leed er bij de winning heeft plaatsgevonden.’

2. Vervuiling

Het gebruik van giftige stoffen bij de goudwinning is niet alleen desastreus voor mijnwerkers, maar ook voor lokale gemeenschappen en het milieu. Zo onthulde Human Rights Watch vorig jaar dat kreken in de buurt van Lega Dembi, de grootste Ethiopische goudmijn, zwaar vervuild zijn met cyanide en arsenicum. Voor omwonenden dienen deze kreken als drinkwater. De vervuiling had een verhoogd aantal miskramen, doodgeboortes en aangeboren afwijkingen tot gevolg, ontdekte de mensenrechtenorganisatie.

Het Duitse tijdschrift Der Spiegel berekende ooit dat de goudindustrie voor elke trouwring zo’n 20 ton giftig afval produceert. Het gaat daarbij voornamelijk om cyanide, waarmee in de industriële mijnbouw het goud van de erts wordt gezuiverd. Berucht is de ramp in het Roemeense Baia Mare begin 2000, toen door een dambreuk tussen de 50 en 100 ton cyanide in de rivieren de Tisza en de Donau belandde, in wat wel de grootste milieucatastrofe sinds de kernramp van Tsjernobyl is genoemd.

Een ander gevolg van de consumentenhonger naar goud is ontbossing. ‘Het woord ontbossing klinkt abstract en technisch’, schrijft Pieth in zijn boek, ‘maar de gevolgen zijn echt: oerbossen gaan voorgoed verloren, waarna de erosie toeslaat en de natuur al snel verandert in een maanlandschap.’ Uit Braziliaanse analyses van satellietbeelden blijkt dat de ontbossing van het Amazoneregenwoud door de winning van goud en andere mineralen tussen 1985 en 2020 ruim verzesvoudigd is.

En dan zijn het grote waterverbruik en de dito CO2-voetafdruk van goud nog niet genoemd. Elke kilo gewonnen goud vergt bijna 266 duizend liter water, dat bijvoorbeeld nodig is om de gouderts te vermalen tot een smurrie, en het goud daarna op te lossen in een brouwsel van water en cyanide. Bovendien is de CO2-voetafdruk van het luxeproduct nog hoger dan die van de gehele binnen-Europese luchtvaart, aldus Stephen Lezak.

‘Als je aan goud denkt, denk je aan een schone, pure, luxueuze substantie’, zoals hij het in de Financial Times verwoordde. ‘Niets staat verder van de werkelijkheid dan dat.’

3. Geweld

In december 2019 was een menigte Tanzanianen goud aan het delven bij North Mara, een mijn van de Canadese multinational Barrick Gold. Omwonenden mogen graag grasduinen in het afvalgesteente van het mijnbouwbedrijf, dat voor Barrick Gold zelf waardeloos is, maar voor de lokale bevolking met een beetje geluk misschien net genoeg goud oplevert om een paar schoenen te kunnen kopen, zoals een van hen vertelde tegen de Zwitserse nieuwssite swissinfo.ch.

De goudzoekers gokten erop dat de lokale politie een oogje zou dichtknijpen voor deze vorm van huisvredebreuk, maar op een ochtend in december ging het mis. Met geweerschoten en traangas joegen agenten de menigte weg. Een 23-jarige goudzoeker werd daarbij dodelijk in zijn rug getroffen. Een half jaar eerder was er ook al een dode gevallen toen de politie het vuur opende op gouddelvers bij de mijn.

De tragedie kreeg dit jaar een staartje: in juni werd bekend dat een Brits advocatenkantoor de London Bullion Market Association (LBMA) voor het gerecht daagt, de handelsvereniging achter ’s werelds grootste goudmarkt. De LBMA had het goud uit de mijn een keurmerk verleend, als verzekering voor kopers dat er bij de winning geen mensenrechten waren geschonden. Het advocatenkantoor houdt de LBMA mede-verantwoordelijk voor de dood van de twee gouddelvers.

In een reactie aan de Volkskrant laat de LBMA weten dat het zelf geen inspecties uitvoert bij goudmijnen, noch bij de raffinaderijen die dit goud verwerken. ‘Wij zijn niet in staat zelf een inspectie uit te voeren en vertrouwen daarom noodzakelijkerwijs op raffinaderijen, die jaarlijks onafhankelijke externe garanties moeten verstrekken over hun activiteiten, en die van hun leveranciers.’

Het politiegeweld tegen gouddelvers in landen als Brazilië, Tanzania en Zuid-Afrika laat volgens Pieth zien hoe nauw goud en geweld verweven zijn. Gedwongen prostitutie is een ander voorbeeld, ontdekte hij tijdens zijn bezoeken aan Peruaanse goudmijnen. Alleen al de mijnstad La Rinconada, met 5.100 meter de hoogste bewoonde plek op aarde, zou zo’n 4.500 prostituees tellen. Velen van hen worden onder valse voorwendselen naar de stad gelokt, waarna mensenhandelaren hun paspoorten afpakken en ze onder dwang in bordelen moeten werken, zag Pieth.

Ook het militaire geweld in landen als Soedan en Congo-Kinshasa is deels gedreven door goud. ‘In Soedan financieren de gewapende partijen zich in belangrijke mate door goud het land uit te smokkelen. Via de goudmarkt van Dubai belandt het Soedanese goud daarna vaak bij Zwitserse raffinaderijen, waar het geld wordt omgesmolten en het stempel ‘Zwitsers goud’ krijgt.’

Voor Pieth is goud in al zijn tegenstrijdigheid een symbool van de wereldeconomie. In de westerse wereld mag goud dan als verzinnebeelding van liefde, schoonheid en rijkdom gelden, de werkelijkheid is minder fraai.

‘Goud staat symbool voor de kloof tussen arm en rijk. In het oude Egypte mochten vroeger alleen de farao’s goud bezitten, en moesten slaven het goud delven. Tegenwoordig zijn we in het westen bijna allemaal een beetje farao’s geworden: veel mensen kunnen zich nu goud veroorloven, maar de omstandigheden waaronder dat goud wordt gewonnen, zijn niet veel beter dan in de tijd van de Egyptische slaven.’

Goed goud

Bestaat er ook ‘goed’ goud? Pieth is te spreken over Fairmined, een kleine Colombiaanse organisatie die een keurmerk verleent aan goud dat op een humanitair en ecologisch gezien verantwoorde manier is gedolven. In Nederland hebben inmiddels meer dan twintig juweliers en edelsmeden zich aangesloten bij Fairmined.

Pieth bezocht een van de Fairmined-mijnen in Peru. ‘Ik moet zeggen dat ik onder de indruk was. In de mijn werd bijvoorbeeld geen kwik meer gebruikt. Ook werken er relatief veel vrouwen, en ziet Fairmined erop toe dat die goed behandeld worden.’

De Utrechtse edelsmid Ronald Kuijer (63) koopt sinds enkele jaren goud in via Fairmined. ‘Ik heb dit beroep gekozen omdat ik mooie dingen wil maken. Maar mooie dingen maken dankzij andermans armoede, daar heb ik helemaal geen zin in.’

Kuijer schat dat grofweg een kwart van de kopers van zijn gouden armbanden, ringen en colliers specifiek vraagt naar ‘eerlijk’ goud zoals dat van Fairmined. ‘Ik maak er dan vaak een spelletje van. Dan zeg ik: ‘Ik heb zowel traditioneel goud als Fairmined-goud. Het goud van Fairmined is alleen wel iets duurder: zo’n 3 euro per gram meer, dus 30 euro voor een ringetje van tien gram. Ik betaal de helft van die 30 euro zelf, als jullie de andere helft betalen. Wat kiezen jullie?’ De meeste klanten kiezen dan toch voor Fairmined.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next