Home

Je geest bezeren

Ik weet dat je het niet moet doen wanneer je om half drie ’s nachts even uit bed gaat om te plassen, maar eenmaal op de wc dacht ik toch „hoe moet het in godsnaam verder met Europa”. Oorlog op het continent, opkomst van het populisme, de hele wereldorde op zijn kop, nepnieuws alom en niemand die iets lijkt te hebben geleerd van de afgelopen eeuwen.

Ik begon me voor te stellen hoe alles naar de filistijnen zou gaan en binnen enkele momenten had ik een knoeperd van een paniekaanval, waardoor ik niet anders meer kon dan trillend op de grond liggen terwijl adrenaline en cortisol door mijn bloed daverden als een kudde bizons. Ten einde raad belde ik mijn vader, want die slaapt toch nooit.

„Wat doe je jezelf toch weer aan”, gaapte hij toen hij na dertig keer overgaan eindelijk had opgenomen en ik hem zo ongeveer had uitgelegd waar ik mee zat. „Je moet ook niet tussen tien uur ’s avonds en zeven uur ’s ochtends aan dat soort dingen denken, onze hersens zijn dan veel te catastrofegevoelig.”

„Misschien moet ik mezelf maar voorhouden dat ik gewoon even last heb van op hol geslagen verbeelding. En dat het allemaal niet echt is.”

„Volgens mij is je paniek nu behoorlijk echt. Maar goed, als je je zorgen maakt over de toekomst moet je maar gewoon denken dat de geschiedenis zich nooit herhaalt, maar dat ze...”

‘Ja ja, de geschiedenis rijmt meestal”, zei ik, in de veronderstelling dat hij doelde op dat beroemde citaat van Mark Twain. „Dat wilde ik niet zeggen. Geschiedenis rijmt helemaal niet, ze is veel erger. Geschiedenis is vrij vers, ze gaat alle kanten op. Maar dat is juist goed nieuws”, vervolgde hij snel, want hij hoorde mijn ademhaling alweer richting hyperventilatie gaan. „Want omdat je haar niet kan voorspellen, komt een deel van je ergste nachtmerries dus ook niet uit.”

Ik had het gevoel dat er iets niet klopte aan die redenering, maar omdat het drie uur ’s nachts was en ik geen verse cafeïne bij de hand had om mijn kritische vermogens mee te reanimeren ging ik er verder maar niet op in.

„Leef gewoon met de dag”, adviseerde mijn vader. „Nu is er nog niets aan de hand.”

„Maar wat als...”

„Niks geen ‘wat als’. ‘Wat als’ zet ’s nachts gedachten in gang die niet helpen.”

En daarna, streng:

„Je bezeert er alleen maar je geest mee.”

Source: NRC

Previous

Next