Home

Steeds meer Europese landen werken Oekraïners de noodopvang uit de ‘gewone’ maatschappij in

In verschillende Europese landen wordt de noodopvang voor Oekraïense vluchtelingen afgebouwd. Dat wil niet zeggen dat Oekraïners de grens overgezet worden. Sterker, landen lijken juist ‘hun’ Oekraïners te willen behouden.

Daar stonden ze dan: een moeder en een tienerzoon. Ze hadden aangeklopt bij de aanmeldlocatie voor Oekraïense vluchtelingen in Utrecht, maar kregen tot hun schrik te horen dat die gesloten was. Ineens stonden ze, met een reusachtige koffer en meerdere rugzakken, op straat.

Aan wie het maar horen wilde, legde de veiligheidsregio Utrecht uit wat de reden was voor de sluiting. De vluchtelingen konden niet meer doorstromen naar gemeenten, zoals de bedoeling is. Een blik op de cijfers maakt duidelijk wat er aan de hand is: terwijl het aantal Oekraïners in Nederland langzaam toeneemt – dit jaar kwamen er 10 duizend bij, op een totaal van 115 duizend – blijft het aantal opvangplekken grofweg gelijk.

Over de auteur
Maartje Bakker is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over het Middellandse Zeegebied en migratie.

Na 2,5 jaar oorlog in Oekraïne verandert de houding ten opzichte van de vluchtelingen die naar Nederland komen. Aan het begin stelden duizenden mensen hun huizen open voor de Oekraïners. Nu maakt de hartverwarmende solidariteit plaats voor achterdocht: lopen de Oekraïners die zich nu pas melden wel echt gevaar? Of komen ze eigenlijk hierheen om te werken?

Slijtende sympathie

‘Zo gaat het altijd’, vertelt Marlou Schrover, die zich aan de Universiteit Leiden bezighoudt met de geschiedenis van migratie. ‘Ook met de Hongaren (1956) en Joegoslaven (1992) zag je eerst een enorme sympathie. Maar dat slijt, na verloop van tijd. De eerste schok over een oorlog gaat voorbij. En dan komen de vragen. Zijn er onder de Hongaren niet vooral zigeuners of communisten? Kunnen de Joegoslaven niet terug naar de veilige delen van hun land?’

Ook elders in Europa neemt het draagvlak voor hulp aan Oekraïers geleidelijk af. Welke gevolgen heeft dat voor de opvang? Wordt die versoberd? En wat betekent dat voor Nederland?

‘Ja, je ziet in meerdere landen van de Europese Unie een versobering’, zegt Anouk Pronk, onderzoeker bij denktank Clingendael in Den Haag, aan de telefoon. ‘Vaak krijgen Oekraïners minder financiële steun dan in het begin en worden de opvangvoorzieningen afgebouwd.’

Het duidelijkste voorbeeld is Ierland. Daar kregen Oekraïense vluchtelingen aan het begin van de oorlog een ruimhartig leefgeld van 232 euro per week. Nu is dat bedrag verminderd tot 39 euro. De opvang door de staat werd – na een zeer verhitte discussie in het Ierse kabinet – beperkt tot 90 dagen.

Ook in Midden-Europa verandert de hulp aan Oekraïners van karakter. Polen besloot, net als Nederland, een financiële bijdrage te vragen aan Oekraïners die in een opvangcentrum verblijven. In Nederland is dat afhankelijk van het inkomen, maar in Polen moet iedereen die langer dan 120 dagen wil blijven zelf meebetalen.

Andere landen stellen simpelweg een limiet aan de verblijfsduur in de opvangvoorziening. Zo is er voor Oekraïners in Tsjechië nog maar 90 dagen lang gratis opvang. ‘Eerst gold er een uitzondering voor kwetsbare groepen, zoals kinderen en ouderen, maar die is per 1 september opgeheven’, vertelt Jakub Andrle, van de Tsjechische hulporganisatie People in Need, in een videogesprek.

Nieuwe regelingen

Toch aarzelt Andrle om van een versobering te spreken. ‘Het is eerder een verandering in de manier waarop hulp wordt geboden’, zegt hij. ‘De gratis opvang verdwijnt, maar tegelijkertijd krijgen Oekraïners een hogere financiële tegemoetkoming. Het idee is dat ze daarmee zelf een onderkomen kunnen zoeken op de vrije markt.’

Wat betekent dit alles voor Nederland? Zullen meer Oekraïeners hun toevlucht hier zoeken, omdat ze elders geen gratis opvang meer krijgen, of omdat het leefgeld hier hoger is?

Dat is niet de verwachting – al was het maar omdat Nederland niet het riantste land is binnen de EU. Zo biedt Duitsland aan Oekraïense vluchtelingen niet alleen gratis opvang, maar ook inburgerings- en taalcursussen en Bürgergeld ter waarde van 563 euro per maand (voor een alleenstaande volwassene). Dat is aanzienlijk meer dan de maximaal 386 euro per maand die een Oekraïner in Nederland krijgt.

‘Maar in de praktijk zien we ook geen exodus naar Duitsland’, zegt Andrle vanuit Tsjechië. Zijn land vangt vooralsnog de meeste Oekraïense vluchtelingen op per hoofd van de bevolking. ‘Ik denk dat er voor veel van hen hier een goede balans is: ze vinden werk, de taal is enigszins verwant aan het Oekraïens en het belangrijkste is dat Oekraïne dichtbij is. Een groot deel van de Oekraïners hoopt op termijn terug te gaan.’

Verblijfsvergunning

Ook volgens het laatste rapport dat denktank Clingendael maakte over de Oekraïense ontheemden geeft de eerste opvang niet de doorslag bij de keuze voor een land. Naarmate ze langer van huis zijn, zijn Oekraïners steeds meer op zoek naar ‘een plek met toekomstperspectief, met werk op niveau, statuszekerheid, financiële onafhankelijkheid, leefbare en betaalbare huisvesting en de aanwezigheid en nabijheid van familie’.

Juist Tsjechië en Polen scoren dan niet zo slecht. Veel Oekraïners vonden daar al een baan. In Tsjechië dragen de Oekraïense vluchtelingen – op dit moment 360 duizend in totaal – sinds een jaar meer geld bij aan de staatskas dan dat ze ontvangen. Alleen al in het eerste kwartaal van 2024 legden de Oekraïners omgerekend 256 miljoen euro in, terwijl Tsjechië hen met 140 miljoen euro steunde.

‘Het is niet mijn beeld dat Oekraïners massaal naar Nederland zouden willen’, bevestigt Clingendael-onderzoeker Pronk, die alweer werkt aan een volgend rapport.

Want er is nog iets wat Polen en Tsjechië aantrekkelijker maakt. Beide landen willen werkende Oekraïners in de loop van 2025 een verblijfsvergunning geven voor drie jaar – in plaats van de tijdelijke bescherming die steeds met een jaar wordt verlengd. Juist die zekerheid, daar beginnen gevluchte Oekraïners naar te snakken.

Ook de Midden-Europese landen zelf hebben er intussen belang bij de Oekraïense vluchtelingen aan zich te binden. ‘Oekraïne wil dat de vluchtelingen terugkomen na de oorlog, maar een land als Polen wil helemaal niet dat iedereen weer vertrekt’, zegt Pronk. ‘Er zijn daar grote tekorten op de arbeidsmarkt, en voor Polen komt het goed uit dat Oekraïners die nu deels opvullen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next