Meer dan de helft van de Nederlandse bevolking vindt ook sinds de verkiezingswinst van de PVV dat politici onvoldoende opkomen voor mensen zoals zij. Het meest negatief zijn mensen met basisonderwijs of vmbo en ouderen.
Volgens 57 procent van de Nederlanders komen politici niet genoeg voor hen op. Daarnaast vindt 43 procent dat de overheid onvoldoende naar burgers luistert. Het vertrouwen in de politiek blijft daardoor laag in vergelijking met de afgelopen vijftien jaar. Dit ondanks oplevingen kort na de verkiezingen en na de aankondiging van het kabinet-Schoof in juni.
Over de auteur
Margriet Oostveen is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over sociale wetenschappen en maatschappij. Eerder trok ze tien jaar als columnist door Nederland.
Dit blijkt uit het langlopende Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB) van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat meermalen per jaar in kaart brengt wat de stemming is in Nederland.
Na de verkiezingen gaf volgens het SCP 51 procent van de Nederlanders het rapportcijfer 6 of hoger voor vertrouwen in de Tweede Kamer. Voor vertrouwen in de regering was dat 49 procent. Deze cijfers zijn net zo laag als in de zomer vóór de verkiezingen.
Op de vraag wie er te weinig aandacht van politici krijgen, worden mensen met een lagere of mbo-opleiding, mensen met lage inkomens, jongeren, ouderen en mensen met een beperking door de meeste Nederlanders genoemd. Voor hoger opgeleiden en rijke mensen in de Randstad is volgens een meerderheid genoeg of te veel aandacht.
De meest genoemde problemen zijn immigratie, de politiek en inkomen. Daarna komt het tekort aan betaalbare woningen. Inmiddels vindt 67 procent van de Nederlanders dat Nederland niet meer vluchtelingen moet opnemen: een jaar geleden was dit 61 procent.
Uit een enquête in juni van Ipsos I&O bleek nog dat het vertrouwen met de komst van het nieuwe kabinet-Schoof bijna verdubbelde onder lager opgeleiden. Dat leek goed nieuws, na zeer lage cijfers uit 2022, toen het vertrouwen een dieptepunt in tien jaar bereikte.
Ook het langlopend Nationaal Kiezersonderzoek zag al kort na de verkiezingen een stijging van het vertrouwen onder Nederlandse kiezers. Dit zogeheten ‘winnaarseffect’ komt vaker voor na verkiezingen. Toch noemden de onderzoekers dit toen opvallend, omdat het effect ook bleek te werken voor een groep met een notoir laag vertrouwen: de PVV-kiezer.
Wie heeft er nu gelijk? ‘Iedereen’, zegt Kristof Jacobs, als politicoloog verbonden aan de Radboud Universiteit en coördinator van het Nationaal Kiezersonderzoek. ‘Want we weten dat vertrouwen op de korte termijn net zo fluctueert als de beurskoersen.’ Het maakt kortom alles uit ‘op welk moment je een thermometer in de samenleving steekt’.
De opleving van na de verkiezingen bleek een maand later bijvoorbeeld alweer sterk afgenomen, zegt Jacobs. Pas door zulke momentopnames te vergelijken op langere termijn is te zeggen hoe het vertrouwen in de politiek zich werkelijk ontwikkelt. ‘Als je zoals het SCP elke drie maanden het vertrouwen vergelijkt, dan krijg je een beter beeld. Maar dat is wel een enorme klus.’
Het SCP-onderzoek baseert zich op enquêtes onder twee representatieve groepen van 2.591 en 1.365 Nederlanders, afgenomen tussen november 2023 en februari 2024. Ook zijn er eind april nog gesprekken in focusgroepen gevoerd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant