Betalingsverkeer In de plannen voor een nieuwe infrastructuur van het betalingsverkeer in de EU speelt de invoering van een digitale euro de hoofdrol. Banken vrezen dat ‘Big Tech’ straks van de lusten profiteert, terwijl zij de lasten dragen.
Betalingsverkeer kent vele gezichten. Neem de invloed van de culturele verschillen tussen landen: stuur een Griek of een Italiaan zo’n Nederlands Tikkie en hij voelt zich geschoffeerd. Dwing een Duitser met pin te betalen en de kans is groot dat die een tirade afsteekt over het recht op contant betalen en financiële privacy. Ieder EU-land heeft ‘eigen’ banken en voorkeuren.
Ook zijn er grote verschillen tussen mensen die opgroeiden met cash en mensen – vooral 35-minners – die liefst elke transactie per telefoon doen en bijvoorbeeld Apple Pay gebruiken. „Geef ze een bankbiljet en ze kijken je aan alsof het een kleurplaat is”, zegt Edwin Sanders, hoofd retail-innovatie bij Rabobank.
De digitale realiteit is een stuk uniformer en een stuk minder Europees. Bijna alle niet-contante en niet-iDeal-betalingen in Europa lopen via de infrastructuur van twee grote Amerikaanse bedrijven: Visa en Mastercard. Dat zijn de enige die wereldwijd betalen faciliteren. Ook Nederlandse banken zijn er in hoge mate van afhankelijk.
Zowel de banken als de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank (ECB) vinden die afhankelijkheid van een Amerikaans duopolie onwenselijk. Betalingsverkeer draait immers ook om macht en geopolitiek. Het zou zomaar een machtsmiddel van Trump kunnen zijn in een ruzie met Brussel.
De Europese Commissie en de Europese Centrale Bank (ECB) willen een alternatieve infrastructuur opzetten voor online transacties in Europa. Daarin speelt de invoering van een digitale versie van de euro een hoofdrol.
Op dit moment geeft de ECB alleen contante euro’s uit: de munten en bankbiljetten. Commerciële banken maken daar digitale euro’s van via hun rekeningen en kredietverschaffing.
Vooruitlopend op politieke besluitvorming over de invoering van een digitale euro buigt de ECB zich nu over technische specificaties en wet- en regelgeving.
Een breed Europees debat over de digitale euro is nog niet gevoerd, maar de ECB heeft al wel een richting aangegeven. Zo heeft zij een grote rol toegedicht aan commerciële banken. Zij moeten klanten een betaalrekening met digitale euro’s bieden, naast de bestaande rekening. Winkels worden verplicht de digitale euro te accepteren. Daarnaast kunnen ook andere bedrijven (denk aan Apple en Meta) toegang gaan bieden tot de digitale betaalinfrastructuur.
Consumentenorganisaties zijn warm voorstander van de digitale euro. „In een wereld die steeds minder cash gebruikt, is het belangrijk dat consumenten beschikken over een digitale betaalmethode die overal wordt geaccepteerd”, aldus een woordvoerder van de koepel BEUC, waarin 44 Europese consumentenorganisaties verenigd zijn. „Een methode die persoonlijke data beschermt, waarvan het gebruik gratis is en gemakkelijk, ook voor mensen met beperkingen en ouderen.”
De opstelling van de commerciële banken laat zich het best omschrijven als ‘meestribbelen’. Ook zij willen af van de afhankelijkheid van Visa en Mastercard. Ze werken zelf ook aan een Europees alternatief. En ze vrezen dat de digitale euro ‘Big Tech’ in de kaart speelt.
Sanders van de Rabobank: „In het huidige ontwerp rolt de ECB de rode loper uit voor de grote techbedrijven. En ook zij zijn in de regel niet-Europees.”
Het probleem in een notendop: niet alleen banken kunnen straks een app aanbieden voor de digitale-eurorekening, voor betalingen en overboekingen. Ook andere partijen mogen via digitale portemonnees (wallets) toegang tot de betaalinfrastructuur verzorgen. Zoals techreus Apple nu al Apple Pay aanbiedt, gekoppeld aan een rekening bij een bank.
Een grotere rol in het betalingsverkeer is heel interessant voor techconcerns, zoals de partijen achter Google, Facebook, Instagram, PayPal en TikTok. Sanders: „Die hebben wereldwijd allemaal al heel veel klanten, en ze kunnen betalen combineren met andere diensten.”
De Nederlandse Vereniging van Banken heeft eveneens reserves, aldus beleidsadviseur en digitale-eurospecialist Edward van der Woerd. „Over de onbedoelde gevolgen is nog niet goed genoeg nagedacht.”
De banken worden straks waarschijnlijk verplicht de digitale euro aan te bieden en via hun apps toegankelijk te maken. Daarvoor krijgen ze een vergoeding van de ECB.
Naast de bestaande betaal-, spaar- en beleggingsrekeningen komt in de bank-app dan een betaalrekening te staan (zonder rente) met digitale euro’s, die dus gegarandeerd zijn door de Europese Centrale Bank.
Maar ook andere bedrijven kunnen zo’n digitale-eurorekening in hun app aanbieden en de vergoeding krijgen. Hoewel de digitale euro de Europese autonomie moet versterken, wordt in de Europese plannen geen verschil gemaakt tussen Europese en niet-Europese bedrijven.
Sanders van de Rabobank voorziet een scenario waarin de digitale euro een succes wordt en de ECB aanbieders van apps grote bedragen als vergoeding betaalt. Die gaan naar zowel banken als techbedrijven, waarbij het verschil is dat de banken intussen ook de lasten blijven dragen van het overige betalingsverkeer.
Het verdienmodel van zulke bedrijven is anders dan dat van traditionele banken als ING, Rabo en ABN Amro . Die banken verdienen weinig aan het betalingsverkeer zelf, maar wel aan het geld dat daarvoor bij hen op rekeningen is gestald. Zo hebben ze een stabiele en goedkope stroom aan kapitaal, dat ze kunnen uitlenen voor hypotheken en bedrijfskredieten.
Grote technologiebedrijven lenen in de regel geen geld uit. Voor hen telt de datastroom. Hoe meer interactie ze met hun gebruikers hebben, hoe meer ze van hen weten en hoe beter ze hen als klant kunnen binden. Hun gelikte apps draaien veel meer dan die van banken om gebruiksgemak.
Erica Kostelijk, directeur transaction banking van ABN AMRO, noemt de concurrentie van de grote techconcerns onvermijdelijk, ook zonder digitale euro: „Voor betalen is veel en vaak contact met een klant nodig. Daar zit waarde aan vast, voor Big Tech meer dan voor ons. Zij zullen dat gebied dus altijd verkennen. Hun winstmodel is gebaseerd op data, algoritmes en reclame. Wij gaan anders met de data van onze klanten om.”
Centrale banken geven munten uit en drukken bankbiljetten. Het huidige girale geld, de euro’s waarmee burgers digitaal betalen, wordt uitgegeven door commerciële banken. Deze ‘commerciële euro’s’ zijn in feite vorderingen van burgers en bedrijven op hun bank.
Onder meer door de snelle digitalisering van het geldverkeer is de rol van commerciële banken groter geworden en die van centrale banken kleiner. De Europese Commissie wil de ECB daarom toestemming geven digitaal geld uit te geven, een publieke digitale euro. Dat moet de ECB meer greep geven op het betalingsverkeer in de eurozone.
Een publieke digitale euro zou net zo van de klant moeten zijn als een euromuntstuk. De digitale euro is ook bedoeld als alternatieve betaaloptie in geval van grote storingen bij banken, of bijvoorbeeld tijdens een cyberaanval.
Het streven is de digitale euro op een aantal manieren kenmerken van contant geld te geven. Zo moeten er sterke privacygaranties worden ingebouwd. Ook wordt gewerkt aan een manier om kleine offline-betalingen met de digitale euro mogelijk te maken. Dat maakt mensen minder afhankelijk van internet. Je hebt dan nog wel een soort chipknip of je telefoon nodig, maar die hoeft niet online te zijn.
De verwachting is dat de munt op zijn vroegst in 2027 zal worden ingevoerd.
Source: NRC