Met Daniël Knegt heeft Nederland voor het eerst sinds 2008 weer een judoka op de Paralympische Spelen. Al ruim twaalf jaar droomt hij van dat toernooi, als judoka, wielrenner en triatleet, nu wordt het werkelijkheid.
Para-judoka Daniël Knegt is 40 jaar oud. En eindelijk staat hij daar waar hij al een dik decennium op hoopte: de Paralympische Spelen. Eigenlijk had hij er al in 2012 in Londen bij willen zijn als judoka. Maar vlak voor het toernooi liep hij een zware schouderblessure op en kon de Spelen uit zijn hoofd zetten. Daarna probeerde hij het als baanwielrenner en triatleet om in Rio en in Tokio te komen. Dat lukte telkens niet.
Nu, 12 jaar na Londen en terug op de tatami, komt het er alsnog van. ‘Soms moet je een lange adem hebben’, zegt Knegt een paar dagen voordat hij naar Parijs vertrekt. Hij is de eerste judoko sinds 2008 die Nederland op de Paralympische Spelen vertegenwoordigt.
Hij is een bonk van een kerel, groot en sterk, komt uit in de zwaarste gewichtsklasse op de Paralympische Spelen: 90+ kilogram. Buiten de mat draagt hij meestal een donkere zonnebril, maar tijdens wedstrijden heeft hij die niet op. Op de tatami is duidelijk dat hij hem niet gebruikt voor zijn eigen zicht, maar om de buitenwereld het zicht op de littekens die erachter schuilgaan te ontnemen. Knegt is bij een zwaar ongeluk in 2005 blind geraakt.
Over de auteur
Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.
De man uit het Zuid-Hollandse Hazerswoude verloor zijn zicht toen hij tijdens een trainingsmissie van de luchtmobiele brigade in Frankrijk was. De jeep waarin hij zat hobbelde en bonkte over moeilijk begaanbaar terrein. Na maanden van regen zaten er diepe spoelgaten in de weg. Hoe het precies is gebeurd, weet Knegt niet, maar waarschijnlijk is de chauffeur van de auto uitgeweken voor een rots en is de jeep daarbij in een groot gat in de weg gekomen en omgerold.
De bestuurder werd uit de wagen geslingerd. Knegt kwam eronder terecht, het gewicht van de Jeep verbrijzelde zijn schedel. ‘Ik kroop nog even rond totdat ik stikte in mijn eigen bloed.’ Het was een klein wonder dat hij het overleven zou.
Knegt werd door een helikopter die aan de trainingsmissie deelnam snel naar het basiskamp gebracht en vanaf daar verder met een traumahelikopter naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Drie weken lag hij daar in coma. Toen hij daaruit ontwaakte, drong de ernst van de situatie niet onmiddellijk tot hem door. Goed, hij lag aan allerlei slangetjes, wist dat hij ongeveer volledig in verband gewikkeld was, maar dacht aan wat hij zou gaan doen als hij uit het ziekenhuis zou komen.
‘Als het verband eraf gaat’, begon Knegt terwijl zijn moeder bij hem aan het ziekenhuisbed zat en hij vooruitblikte op zijn toekomst. Hij bedoelde het verband voor zijn ogen, maar zijn moeder onderbrak hem. ‘Voel eens goed, Daan.’ Over zijn linkeroog zat wel verband, maar over zijn rechteroog niet. Dat was het moment dat hij besefte blind te zijn. ‘Dan mag ik eindelijk een hond’, reageerde hij. Knegt is een man bij wie de grap nooit ver weg is.
Er waren talloze operaties nodig om Knegt weer op de been te krijgen. Maar tijdens zijn revalidatie ontstond, aangemoedigd door zijn moeder, het idee van een eigen persoonlijke missie, een manier om te laten zien dat hij nog altijd doelen kon stellen en bereiken. Niet meer bij defensie, maar als sporter.
Sportief was hij altijd al, het was één van de redenen om zich aan te melden bij defensie: de belofte dat hij daar veel mocht sporten. Als kind deed hij van alles. Van sportklimmen tot ijshockey en allerlei vechtsporten. En judo? ‘Mijn vader was goed in judo, daarom deed ik het juist niet. Ik ben dat pas na mijn ongeluk gaan doen.’
Voor judo is blind zijn eigenlijk niet eens zo’n groot probleem, legt hij uit. Knegt traint op Papendal met judoka’s die geen visuele beperking hebben en weet dat als zij met hun ogen dicht de mat op stappen ze nog steeds ‘een redelijk partijtje kunnen judoën’.
Een belangrijk verschil is dat Knegt en zijn tegenstanders altijd met een basispakking aan hun wedstrijd beginnen: de kumi-kata, waarbij ze elkaar met twee handen aan het judopak beet hebben. Zo hebben de twee judoka’s direct contact en weten van elkaar waar ze zich bevinden.
Vanaf die startpositie is de sport exact hetzelfde als bij regulier judo, al heeft de scheidsrechter wel een extra functie: door vanaf het midden van de tatami de wedstrijd te leiden weten de judoka’s waar ze zich op de mat bevinden. ‘Natuurlijk is er een visueel voordeel bij judo, maar dat is niet zo heel groot. Als je met je neus op 20 of 30 centimeter van je tegenstander af staat, zie je sowieso de voeten van de ander ook niet meer.
Het grootste onderscheid ervaart Knegt niet op de judomat, maar juist erbuiten. Als hij straks op 5 september, als voor hem het paralympisch toernooi begint, moet plassen, dan heeft hij daar hulp bij nodig. Hij kan zelf de weg naar de toiletten in het Grand Palais Éphémère niet vinden. Iets wat voor zijn olympische collega’s als Michael Korrel of Noël van ’t End op diezelfde tijdelijke evenementenhal aan het Champ-de-Mars een gedachteloos loopje zou zijn geweest, is voor hem een hele onderneming.
Dat is sowieso een element van de para-sport dat Knegt benadrukt: de afhankelijkheid van anderen is groot. Neem zijn trainingen op Papendal. Daar heeft hij de beschikking over alle faciliteiten, maar anders dan de meesten daar is het voor hem een heel gedoe om er te komen. Hij kan er niet zelf naartoe reizen, met het openbaar vervoer is het een mijl op zeven. Hij heeft altijd iemand nodig die hem brengt en haalt.
Lastiger nog was het sporten in de jaren tussen 2012 en 2021. Na de schouderblessure in de aanloop naar Londen, besloot hij te stoppen met judo. Er was eigenlijk een operatie nodig en daarvan had hij er door zijn ongeluk al zoveel gehad en ook nog voor de boeg, dat hij ervan af zag. Hij beproefde zijn geluk op de fiets.
In 2016 en 2017 nam hij met succes deel aan de Invictus Games, het mondiale sporttoernooi voor veteranen die tijdens hun dienst gewond zijn geraakt. Hij won er meerdere gouden medailles op de fiets. ‘Die Invictus Games kun je zien als een soort intern feestje voor militairen, of een soort sportieve revalidatie. Het is daar ook fijn dat je niets over je beperking hoeft uit te leggen.’
De Paralympische Spelen schaalt Knegt hoger in. En juist die haalde hij op de fiets nooit, en als triatleet evenmin. Dat was frustrerend, zoals alles wat er bij blind fietsen komt kijken frustrerend kon zijn. ‘Het kostte zoveel tijd en geld, was zoveel gedoe. Je bent altijd afhankelijk van je piloot. En als je beter wordt, dan moet de piloot ook beter worden, want op de tandem ben je zo goed als de zwakste schakel.’
Toen in corona-tijd zijn triatlonambitie uitdoofde, ging hij voor de lol weer judoën. Daar heb je weinig anders voor nodig dan een pak. ‘Verder is het een heel laagdrempelige sport. Er zijn honderden clubs in Nederland, waar je ook met een visuele beperking terecht kunt.’
En met zijn terugkeer naar de judomat, kwam ook zijn competitiedrang weer opzetten en de paralympische droom. ‘Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, zeggen ze toch? Ik ben in 2021 weer begonnen en zo’n beetje door blijven ploeteren. Ik vind het spelletje van het judo leuker. Je moet slim zijn, snel en krachtig.’
De Paralympische Spelen in Parijs moeten het daverend slot worden van zijn sportcarrière. Hij kent zijn tegenstanders op de tatami door en door. Hij treft ze al jaren in wedstrijden. De grote Braziliaan Wilians Silva de Araujo? ‘Daar pas ik twee keer in’, zegt hij. Dat is lastig judoën. Liever treft hij zijn Moldavische collega Ion Basoc. ‘Die ligt mij beter.’
‘Alles is mogelijk’, zegt Knegt. Hij is als zevende van de acht deelnemers geplaatst, maar ook goud moet kunnen. Hij wil er zich niet te druk om maken. Hij gaat voor het hoogste, doet heus niet alleen maar mee om het meedoen. Niet voor niets koos hij ervoor om in Nederland te trainen en niet aanwezig te zijn bij de openingsceremonie in Parijs. ‘Als ik in een optocht wil lopen, had ik bij de fanfare moeten gaan.’
Tegelijkertijd weet Knegt maar al te goed dat hij, om op het podium te komen, vooral lol moet hebben in wat hij doet. De frustraties laten varen, ontspannen doen wat hij het liefste doet: sporten. ‘En als je er plezier in hebt, gaat dat een stuk makkelijker.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant