De sporters die meededen aan de eerste Paralympics, in Rome in 1960, werden niet eens gehuldigd na een overwinning. De belangstelling voor de paralympiërs is enorm gegroeid, maar hoe zit het met de erkenning van hun sportprestaties?
Na afloop van de eerste Paralympische Spelen, in de zomer van 1960, kreeg de Nederlandse gouden medaillewinnares Delphine Ariëns Kappers haar drie gouden zwemmedailles overhandigd in de bus naar het vliegveld. De chef de mission had de gouden plakken even daarvoor meegekregen van de organisatie, in een papieren zak.
Een medailleceremonie ontbrak. Voor de media waren de Spelen niet interessant. De stadions bleven leeg. ‘Wij waren ons eigen publiek', zei Ariëns Kappers er later over. Na thuiskomst was er geen huldiging, ze kreeg een bloemetje in het zwembad waar ze trainde.
Zielig voor die mensen maar wel fijn dat ze nog iets aan sport kunnen doen: dat was 64 jaar geleden, in Rome, de sfeer tijdens de eerste Paralympics. De 84 Nederlandse paralympiërs die nu in Parijs om de medailles strijden, zullen er ongetwijfeld met verbazing op terugkijken.
Nog nooit is er zoveel aandacht geweest voor de Paralympics als dit jaar. De spelen zijn, met meer dan twee miljoen verkochte toegangskaartjes, praktisch uitverkocht. Voor het eerst is er een TeamNL Huis voor Oranjefans. Alle wedstrijden met Nederlandse deelnemers zijn live te volgen.
Mededogen heeft plaatsgemaakt voor bewondering. Hoe is het imago van de paralympiërs veranderd?
Erg serieus werden de gehandicapte sporters in 1960 nog niet genomen. Bij aankomst in het olympisch dorp bleek dat de Nederlandse ploeg logeerde op de eerste etage van een gebouw zonder lift. De achttien deelnemers, die allemaal een dwarslaesie hadden, moesten elke dag trap op en af worden gedragen.
De organisatie had bedacht dat voor zwemmers met een dwarslaesie 50 meter te ver was, vertelde Ariëns Kappers in Van Rome 1960 naar Tokio 2020, het boek over de geschiedenis van de Nederlandse paralympiërs. Daarom moesten ze halverwege het bad starten, hangend aan een touwtje. Erg zwaar met een hoge dwarslaesie, haar benen dreven alle kanten op.
In het dagelijkse lunchpakketje had de organisatie een klein flesje wijn gestopt. Het was illustratief voor de manier waarop er naar de parasporters werd gekeken: het maakte kennelijk niet uit of ze licht beschonken aan hun wedstrijd begonnen.
De wijn is vervangen door sportvoeding. De sport is geprofessionaliseerd. Paralympiërs zijn ook commercieel razend interessant geworden. De NOS heeft dit jaar vier oud-paralympiërs als analisten in de studio. De Paralympics worden serieus genomen, maar één ding ontbreekt nog: paralympiërs willen van het publiek volledige erkenning voor hun prestaties.
Toen de Paralympics in 2012 in Londen werden gehouden, besloot de Britse commerciële tv-zender Channel 4 om, voor het eerst, alle wedstrijden live uit te zenden en daar een wereldwijde marketingcampagne aan te koppelen. De parasporters werden neergezet als ‘superhumans’, die dankzij bovenmenselijke eigenschappen hun handicap hadden overwonnen.
De goedbedoelde campagne sloeg de plank mis. De atleten kregen er de kriebels van: er is niets heroïsch aan een handicap, klonk het, zij zijn gewoon topsporters. Channel 4 heeft zich de kritiek aangetrokken: in de nieuwe campagne draait het om het imago van de sport, om de goedbedoelde, maar soms neerbuigende opmerkingen van het publiek over de prestaties van paralympiërs. ‘Ongelooflijk voor zo iemand’, zegt een vrouw terwijl ze op tv een paralympische tennisser een onmogelijke bal ziet terugslaan.
Naarmate paralympische prestaties in niveau stijgen en spectaculairder worden, en de media-aandacht groeit, zal ook de beeldvorming verschuiven, schrijft de Nederlandse Sportraad. Dan zal het publiek topsporters aan het werk zien en geen mensen die heel knap presteren ondanks hun handicap.
Zwemster Ariëns Kappers merkte dat er tijd nodig is om het imago van de paralympiërs te veranderen. Ze deed nog twee keer mee en zag hoe de aandacht voor het evenement voorzichtig begon te groeien. Er was publiek, kranten begonnen te schrijven over de ‘Olympische Spelen voor gehandicapten’. En er waren veel meer sporters: opeens moest ze series zwemmen om zichzelf voor de finale te kwalificeren. In 1972 won ze opnieuw goud, en was er een echte huldiging. Alleen het Wilhelmus werd niet gespeeld.
In de rubriek ‘Toen’ duiken historici van de Volkskrant in de geschiedenis achter de actualiteit.
Source: Volkskrant