Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak ingrijpend heeft veranderd. Gerard Heesbeen (65) was betrokken bij meer dan honderd zoekacties van de waterpolitie naar verdronken mensen in Amsterdam.
‘Een waterlijk is, hoe zeg ik het netjes, geen mooi lijk. Zeker niet als het een maand in het water heeft gelegen. Dat is een van de vervelende kanten van werken bij de waterpolitie. Maar het is mooi als je een verdronken, vermiste persoon terugvindt, zodat de familie afscheid kan nemen. Dat je een einde maakt aan hun onzekerheid, want dat is killing.
‘In oktober 2017 kreeg ik de melding dat een Britse jongen werd vermist. Hij was van een partyboot verdwenen tijdens het Amsterdam Dance Event, een groot muziekfestival. Dan denk ik meteen: drank, drugs, foute boel.
Over de auteur
Wil Thijssen is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Met de P97, een groot patrouillevaartuig van de Landelijke Eenheid, voeren we richting Amerikahaven. Ik ging met een collega aan boord van dat partyschip terwijl de P97 ondertussen duikers van de brandweer ging ophalen aan de wal.
‘Op die partyboot was de muziek al uitgezet uit respect voor wat er was gebeurd. Eerst spraken we de kapitein in de stuurhut, daarna ondervroegen we vrienden van die vermiste jongen, vier of vijf geëmotioneerde jongens en meisjes. Ze hadden hun vriend het laatst gezien op het achterdek, zo’n 300 meter terug. Dat is een heel groot zoekgebied.
‘‘Heeft hij iets gebruikt? Drank? Drugs?’, vroegen we. En: ‘Kan hij zwemmen?’ Hij had in ieder geval alcohol gedronken, drugs wisten ze niet. Maar hij kon zwemmen, dus ga je in de modus van levensreddend handelen. Er was haast bij, want het was koud, het water was 8 graden. Dat houdt zelfs een goede zwemmer niet lang vol. Bovendien is het IJ een drukbevaren route, met veel stroming en zuiging van de scheepvaart.
‘Ik ging weer aan boord van de politieboot en overlegde steeds met de bevelvoerder van de brandweer. Met sonarapparatuur en duikers zochten we het gebied af, maar we vonden niets. Het IJ ligt vol troep; steeds als de sonar aansloeg op iets dat op een lichaam leek, bleek het toch een fiets of een balk of zoiets. En niet elk lichaam zinkt naar de bodem, hè. Afhankelijk van kleding kan het ook ergens halverwege blijven hangen, dat maakt het voor ons nog moeilijker.
‘Na twee uur staakte de brandweerbevelvoerder de zoekactie, want duikers kunnen niet eindeloos onder water blijven. De partyboot was ondertussen teruggevaren naar de startlocatie bij het Centraal Station, waar de vrienden van die Brit werden opgevangen door de districtsrecherche. Er kan immers sprake zijn van een strafbaar feit, dat moet worden uitgezocht. De recherche voert ook het slechtnieuwsgesprek met de familie.
‘De dagen erna gingen we extra vaak surveilleren in dat gebied. Toen werd ik gebeld door een Engelssprekende man. Hij bleek een oom van die vermiste jongen en vroeg of het goed was als familie en vrienden zelf in Nederland met gehuurde bootjes kwamen zoeken. Ik temperde hun verwachtingen, zei dat het goed was, dat ze goed aan hun eigen veiligheid moesten denken en mij op de hoogte moesten houden. Het leverde niks op, maar toont wel aan hoe wanhopig ze waren. Ik vond dat heel aangrijpend.
‘Wij kunnen aan de hand van stroming, watertemperatuur en andere omstandigheden berekenen waar en wanneer een lijk ongeveer aanspoelt. Precies rond die tijd belde een fietser 112. Hij zag op de basaltblokken ter hoogte van de Amerikahaven een dode liggen. De melding werd doorgezet naar ons nautisch kantoor aan het IJ, waarna ik met twee collega’s in een van onze rubberboten die kant op ging. Toen we dichterbij kwamen, zag ik al dat het lichaam paste bij het signalement van de Britse jongen. Het klinkt gek, maar dan ben je blij. Blij dat je twee ouders hun zoon kunt terugbezorgen.
‘We sloegen een pen in de kade, legden onze boot vast en stapten op de oever. Er was niemand, ook die fietser niet. We dekten het lichaam af met een aluminium deken, in afwachting van de Forensische Opsporing. Die collega’s kwamen snel. Ze zetten een witte tent neer voor onderzoek naar sporen, zoals schot- of steekwonden. Met een schepbrancard legden wij het lichaam in die tent. Vervolgens namen de forensische jongens het over.
‘Na dit ongeval zijn de veiligheidseisen tijdens festivals aangescherpt. Alle partyboten hebben nu onder meer verplicht een wachtman aan boord die continu oplet of iemand overboord slaat of om hulp roept. Ook zijn de geluidsnormen voor muziek op partyboten aangepast, zodat die wachtman een plons of hulpgeroep kan horen.
‘Een maand nadat die Britse jongen was aangespoeld, belde zijn oom weer. Hij bedankte ons dat we de jongen respectvol hadden behandeld en aan Engeland hadden overgedragen. Die jongen kwam weliswaar terug in een kist, zei hij, maar de Nederlandse politie had een eind gemaakt aan alle onzekerheid in de familie. Dankzij ons hadden zijn ouders afscheid kunnen nemen van hun kind.
‘Ook al is een waterlijk verschrikkelijk om te zien, daar doe je het voor.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant