Home

Interessant, die opiniepanels van omroepen, maar dwarsdoorsnedes van de samenleving zijn het niet

De verslaggever van Dit is Tijs wilde zondagochtend van moeder Johanne weten of ze weleens reacties van andere ouders krijgt op het feit dat haar 10-jarige zoon ‘nu al’ een telefoon heeft. Ja hoor, die krijgt ze, antwoordde Johanne. ‘Wat zeggen ze dan?’, de verslaggever zat klaar voor de tweedehands hoon die Johanne dagelijks over zich heen krijgt. ‘Dat ik nog laat ben.’

‘Oh ja?’ De verslaggever was zichtbaar verbaasd. Niet gek, hij was naar Johanne’s gezin afgereisd met in zijn achterzak de uitkomst van het DIT-opiniepanel. Daaruit bleek, aldus de voice-over, dat ‘bijna 80 procent van de Nederlanders’ vindt dat kinderen pas een telefoon mogen als ze naar de middelbare school gaan.

Even googelen: het DIT-panel bestaat uit ‘bijna 1.600 mensen’, aldus het AD. Dat schamele aantal belette de krant niet de peiling over te nemen met de kop ‘Nederlanders willen paal en perk aan smartphones kinderen’. Het AD vermeldde nog dat in het panel mensen met én zonder kinderen zitten. Allicht mag nog vermeld dat de panelleden vermoedelijk óók EO-lid zijn, op zijn minst vaste omroepkijker, of in elk geval fan van Tijs van den Brink – wat toch ook een hoop zegt over je persoonlijkheid.

Over de auteur
Doortje Smithuijsen is filosoof en journalist. Voor de Volkskrant schrijft ze essays en reportages en doet ze eens in de vijf weken dienst als tv-recensent.

Hart van Nederland, Omroep Max, EenVandaag, RTL, de EO – vrijwel elke omroep of nieuwsprogramma maakt momenteel in de verslaggeving gebruik van een eigen panel. Op zich niet gek: het zorgt voor binding met de achterban en levert mogelijk interessante observaties op. Waar het mis gaat: als omroepen hun eigen panels, met doorgaans een paar duizend actieve leden, gaan presenteren als dwarsdoorsnede van de samenleving. En paneluitkomsten als keihard nieuws. Tekenend is dat het jongste panel, dat van RTL, geen opiniepanel heet, maar ‘nieuwspanel’.

Elke omroep zijn eigen panel; iedereen zijn eigen nieuws. Aan tafel bij Renze op Zondag illustreerden Jan Slagter en Tina Nijkamp zondagavond hoe zo’n medialandschap eruit komt te zien. ‘Kijkcijferkoningin’ Nijkamp deelt wekelijks kijkcijfers op Instagram, begeleid door op z’n zachtst gezegd sturend commentaar (‘Oef!’, ‘Kijkcijferklap!’, ‘Bleeehh’). Was Nijkamps oordeel niet een beetje achterhaald, vroeg Renze Klamer terecht – hoeveel mensen kijken er nog lineair tv? Nijkamp beargumenteerde haar sturende, cijfermatige benadering met een sturende, cijfermatige benadering: ‘Goede programma’s worden beter bekeken door uitgesteld kijken, weinig bekeken programma’s worden nooit een kijkcijferhit.’

Omroep Max-baas Slagter stoorde zich aan Nijkamps berichtgeving over Tieners tegen kwalen – een Max-programma waarbij tieners en bejaarden samen optrekken, volgens Nijkamp een ‘flop’. ‘Het is een mooi programma’, zei Slagter, ‘dan mag je geen flop zeggen.’ Nijkamp vond van wel, met 383.000 kijkers. Nog irritanter dan Nijkamps cijferanalyses en Slagters lichtgeraaktheid, bleek hun semantische discussie over het woord ‘flop’.

Slagter wilde vervolgens nog benadrukken dat het niet zo was dat hij niet tegen kritiek kan. ‘Dat zeggen veel mensen, maar ik kan heel goed tegen kritiek.’ Misschien een leuk idee om een enquête uit te zetten onder het Max Opiniepanel, om die bewering te boekstaven.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next