Iedereen die wil, kan bij de US Open in New York ballenassistent worden. De 315 uitverkorenen vormen samen een goed geoliede machine. ‘Het is niet zo makkelijk als je denkt.’
Het is met ballenassistenten in het tennis zoals met scheidsrechters in het voetbal: als ze hun werk goed doen, vallen ze nauwelijks op. Het is precies dat waar de zogeheten ‘ball crew’ van de US Open naar streeft. ‘We moeten zorgen dat de partijen zo vlekkeloos mogelijk verlopen’, zegt Neal Kitson, in New York de coördinator van de 315 man sterke ploeg.
Het is een vertrouwd tafereel voorafgaand aan elke partij op de US Open: de zes ballenassistenten die vanaf de zijkant van de baan naar hun posities sprinten. De zogenoemde ‘burst’ is het teken dat de wedstrijd op punt van beginnen staat.
De backs, de twee ballenassistenten tegen de achterwand, geven de spelers hun eerste ballen aan voor het warmslaan, twee anderen nemen aan weerszijden van het net de houding van een startende sprinter aan. Als stofzuigertjes razen ze dwars over de baan om in het net gestrande ballen op te pikken.
Over de auteur
Koen van der Velden schrijft voor de Volkskrant over sport in de Verenigde Staten. Hij woont in New York.
Voor veel (vooral jonge) New Yorkers is een plek in de ploeg een felbegeerd zomerbaantje. Bij de US Open worden de ballenassistenten, in tegenstelling tot andere grandslamtoernooien, betaald, dit jaar 17 dollar per uur. Ook uit andere delen van het land komen de online-aanmeldingen binnen. Dit jaar kon de organisatie uit vijftienhonderd mensen kiezen.
Tweehonderd ballenassistenten keerden dit jaar terug, de overige 115 werden middels een zorgvuldig selectieproces uitgekozen. De eerste schifting vindt in het voorjaar plaats met een kleine online-quiz. ‘Om de basiskennis van tennis te testen’, zegt Kitson, die het proces overziet.
De kandidaten worden onder meer gevraagd naar de puntentelling van een tiebreak, of het moment waarop een ballenwissel plaatsvindt. ‘Het helpt als ze ervaring met de sport hebben.’ Dit jaar kwamen vierhonderd mensen door de eerste selectieronde. Ze werden uitgenodigd voor try-outs in het Billie Jean King Tennis Center, het toneel van de US Open.
Niet alleen jongeren wagen een poging. Waar andere toernooien een maximumleeftijd van 18 jaar hanteren, kunnen bij de US Open mensen van alle leeftijden zich aanmelden. Meestal zijn het schoolgaande, jonge sporters die worden uitgekozen – ze moeten minimaal 14 jaar oud zijn – maar zo nu en dan overleeft een oudere kandidaat de schifting. In het digitale handboek voor ballenassistenten op de website van de US Open wordt de grijzende Tony, een late vijftiger of vroege zestiger, naar voren geschoven. ‘De samenwerking met je team is magisch’, klinkt hij enthousiast. ‘Als ik fit blijf, ben ik er volgend jaar weer bij.’
Bij de try-outs mogen potentiële ballenassistenten in korte oefensessies laten zien dat ze het ambt waardig zijn. ‘We kijken onder meer naar hun snelheid, hun concentratievermogen en oog-handcoördinatie’, zegt Kitson, voorheen doelman bij Northampton Town FC in de Engelse League One. Hij heeft dus ervaring met ballenrapen. ‘Andere sport, hetzelfde idee.’
Het rollen van de bal is een van de belangrijkste onderdelen van de selectieprocedure. ‘Dat is niet zo makkelijk als je denkt’, zegt Kitson. ‘Het is een aardige afstand die je moet overbruggen, de snelheid en accuratesse moeten goed zijn.’
Bij de US Open worden de ballen pas sinds 2018 gerold, daarvoor onderscheidde het toernooi zich met gooiende ballenassistenten. Voor sommigen bleek dat te moeilijk, dus werd er afscheid van genomen. ‘Zie maar eens de umpire te ontwijken op zijn hoge stoel’, zegt Kitson. ‘Met rollen gaat het soepeler.’
Op de website van de US Open krijgen de aspirant-ballenassistenten wat tips mee voor een mooie, strakke rol. Bowlen kan helpen, zo valt te lezen, want de beweging van het rollen is daarbij ongeveer hetzelfde – knie naar de grond, arm vooruit en de hand zo laag mogelijk bij de grond. Wie zijn oog-handcoördinatie wil verbeteren, wordt aangeraden om te gaan jongleren.
Enkele weken voor het toernooi wordt de uiteindelijke ‘ball crew’ onderworpen aan wat laatste oefeningen. Het werk is niet voor iedereen weggelegd. De teams van zes werken diensten af van negentig minuten, maar moeten daarin volledig geconcentreerd blijven, en bovendien voortdurend staan of knielen.
De in polo’s gehulde ballenassistenten worden geacht op de hoogte te blijven van de stand in hun partij en moeten elke afstand, hoe klein ook, sprintend overbruggen. Door de serviceklok van 25 seconden is haast geboden. Tussen rally’s door klinkt het geluid van piepende gympen. De ballen, zes per baan, moeten zo snel mogelijk naar de kant van de serverende tennisser.
Tallon Griekspoor, de beste tennisser van Nederland, heeft bewondering voor zijn anonieme hulpjes. ‘Bij grote toernooien zoals deze is dat allemaal ongelofelijk goed geregeld’, zegt hij. ‘Bij kleinere toernooien, zoals de challengers die ik vroeger speelde, kon het nog weleens voorkomen dat een kind niet weet waar hij of zij de bal naartoe moet gooien, maar hier worden ze enorm goed getraind. Daar is niks op aan te merken.’
Op de baan moeten de ballenpersonen zich zo veel mogelijk wegcijferen. Ze moeten zorgen dat ze de tv-camera’s niet blokkeren en onderlinge communicatie moet non-verbaal, zodat de spelers niet worden gestoord. Om aan elkaar duidelijk te maken hoeveel ballen ze hebben, laten ze die met een vlugge beweging aan elkaar zien.
Handen horen op de rug, behalve als een speler om een bal vraagt. Wie even geen bal heeft, houdt de armen gestrekt naast het lichaam, de handpalmen naar voren.
Interactie met spelers is verboden, tenzij een tennisser die initieert. Ballenassistenten moeten te allen tijde de kalmte bewaren, ook als ze plotseling oog in oog staan met hun idolen. Bij een woede-uitbarsting van een tennisser moeten zij soms het kapotgeslagen racket van de baan plukken.
De ploeg heeft meerdere taken: soms vraagt een speler om een drankje, handdoek of parasol tegen de brandende zon. ‘We staan in dienst van de speler’, zegt Kitson.
Met een knikje, of slechts een blik, geven tennissers aan dat ze klaar zijn om ballen te ontvangen. Die moeten met een stuit – uit het handboek: op driekwart van de afstand tussen jou en de speler – worden aangegooid. ‘Maar sommige spelers hebben liever dat ze op het blad van hun racket worden gelegd’, weet Kitson. ‘Anderen willen de bal waarmee ze het vorige punt hebben verloren niet meer hebben.’
Vorig jaar meldde The New York Times dat een enkeling aparte voorkeuren heeft, zoals het verzoek om alleen met de linkerhand te worden aangegooid. Griekspoor moet erom grinniken. ‘Ik heb zelf absoluut niet van dat soort dingen’, zegt hij. ‘Ik heb er eerlijk gezegd ook nog nooit van gehoord.’
Bij veruit de meeste partijen blijven de ballenassistenten op de achtergrond, zoals de bedoeling is, maar soms staan ze plotseling in de schijnwerpers, meestal ongewild. Bij de US Open van vorig jaar botste de Amerikaan Ben Shelton op een wegsprintende ballenjongen die vermoedde dat de bal buiten het bereik van de tennisser was. Bij Roland Garros werd de Chileen Nicolás Jarry zelfs omvergelopen. Voor de ‘ball crew’ is het een doemscenario.
Fouten kunnen de ballenpersonen duur komen te staan. Hun werk is een kwestie van teamspel, maar in zekere zin zijn ze, net als de tennissers, met elkaar in competitie. Voor Kitson gaat het beoordelen van hun prestaties door tijdens het toernooi. Alleen degenen die hun taak vlekkeloos uitvoeren, maken kans op een plek in de finale.
In een aflevering van komedieserie Seinfeld uit 1993 doet de excentrieke buurman Kramer mee aan de try-outs voor de US Open. ‘Ik ben oud, maar vlug’, zegt hij tegen de tieners die hem bespotten vanwege zijn gevorderde leeftijd. Het lachen vergaat hen als hij als een bezetene de ballen van de grond begint te rapen. De hyperactieve Kramer blijkt talent te hebben, wordt gekozen, maar de anticlimax volgt snel: in zijn eerste optreden botst hij op een fictieve Monica Seles, die daarbij geblesseerd raakt.
Geselecteerd door de redactie
Een overzicht van alle berichten en analyses over dit thema
Source: Volkskrant