Home

De jacht op Bram, de wolf die Nederland in zijn greep houdt

Na incidenten met wolven op de Utrechtse Heuvelrug wordt het afgesloten natuurgebied bij Den Treek vandaag weer opengesteld voor publiek. Hoe nu verder met de wolf in Nederland?

Het klinkt als een complottheorie van verwarde geesten, maar de problemen met de wolf op de Utrechtse heuvelrug zijn de schuld van Vladimir Poetin. Ecoloog Glenn Lelieveld, als wolvendeskundige veel geraadpleegd rond de veelbesproken incidenten die zich deze zomer hebben voorgedaan, kan het prima uitleggen.

Dat zich een koppel wolven op de Utrechtse Heuvelrug had gevestigd, was al langer bekend. De twee bevonden zich op het militair oefenterrein Leusderheide, tussen Austerlitz en Amersfoort. Een geschikte locatie: afgezet en omgeven door manshoge borden met de waarschuwing ‘Levensgevaarlijk!’, vanwege militaire activiteiten en de mogelijke aanwezigheid van onontplofte munitie. Relatief rustig gebied dus, met bos en open vlakten: precies waar de wolf van houdt.

Over de auteurJean-Pierre Geelen is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.

Lelieveld: ‘Door de oorlog in Oekraïne werd er door Nederlandse militairen op het oefenterrein ineens veel meer geoefend dan daarvoor. Toen het wolvenkoppel welpen van een aantal weken oud had, werd het ze te druk en staken ze over naar landgoed Den Treek. Daar hebben zich vervolgens de incidenten voorgedaan’.

De incidenten: in juli griste een wolf een poedel mee, verderop werd enkele weken later een meisje omver gelopen (‘gebeten’, volgens de overlevering, maar daarover later meer) door een wolf, later was er opnieuw een confrontatie van een wolf met een hond.

Gemeente en provincie besloten daarop een deel van het gebied, waar de roedel zich zou begeven, af te sluiten. Wandelaars (al of niet met kinderen) en hondenbezitters werd afgeraden er in de buurt te komen.

Veel heeft dat op het oog niet geholpen, blijkt bij bezoeken aan het gebied: hoewel het volgens bewoners de afgelopen periode rustiger was dan andere zomers, waren in het gebied dagelijks volop wandelaars, fietsers en ruiters aanwezig, ook met (aangelijnde) honden. Ook opmerkelijk veel fotografen, in de vermoedelijke hoop op spectaculair beeld. Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) deelden de afgelopen weken tientallen bekeuringen (à 100 euro) uit aan onverbeterlijke ‘diehards’ die zich in het afgesloten deel begaven.

Wolvendrol

Incidenten waren er ook ná die afsluiting, maar met een andere wolf en even buiten het afgezette gebied, onder meer bij het nabijgelegen Austerlitz. Dat daar nog altijd wolven zitten, staat vast: afgelopen vrijdagmorgen nog werden gasten van camping De Recreatie gewekt door wolvengehuil van nabij.

Maandag worden die afzettingen weer opgeheven. Omdat er na deze zomervakantie meer rust zal zijn, en deskundigen verwachten dat de ouders hun nu ongeveer vier maanden oude welpen wat minder zullen beschermen dan ze voorheen deden. Want daarin lag een deel van de problemen die ontstonden.

Surrealistisch was de aanblik afgelopen weken wel. Her en der stuitten wandelaars in Den Treek op paden die waren afgezet met rood-witte politielinten of een enkel hek. Veel logica leek daar niet achter te schuilen: soms bleven paden enkele tientallen meters verderop gewoon open. De begrenzing van het ‘wolvengebied’ hield sowieso op bij de gemeentegrenzen; of de wolf zich daar ook maar aan wilde houden.

Wat de situatie niet minder opmerkelijk maakte, was dat een lokale boa, belast met het waarschuwen van overtreders, krap een week na de afsluiting van het gebied de verslaggever al wist te melden dat de wolvenroedel zich niet meer in het afgezette gebied bevond, maar verderop bij het militair oefenterrein, waar de meest recente incidenten zich zouden voordoen. Die verplaatsing werd niet gecommuniceerd, Den Treek bleef afgesloten.

Dat die omgeving niet wolvenvrij was, kon deze krant eigenhandig vaststellen: de wit uitgeslagen ‘hondendrol’ die we buiten het afgezette gebied, vlak bij het plasje Hazewater, langs een pad vonden, was te oordelen aan kleur, samenstelling (enkel haren en stukjes vermalen wit bot) en reukloosheid onmiskenbaar een heuse wolvenkeutel.

De begrenzing van het gebied was een zaak van gemeente en de terreinbeheerder van landgoed Den Treek. Dat de wolven zich al snel weer buiten het afgezette gebied begaven, was volgens ecoloog Lelieveld het gevolg van de zomervakantie: ‘Voor de wolf draait alles om rust. Tijdens de zomerweken wemelt het in dat gebied van de wandelaars, fietsers en ruiters. Die vertonen zich overal, de padendichtheid is er enorm: je kunt vrijwel overal komen. Door de zomervakantie was er op de Leusderheide tijdelijk minder militaire activiteit, en dus trok de wolvenroedel weer daarheen.’

Les 1: rust

Daarin schuilt wat Lelieveld betreft ook meteen een belangrijke les in het vraagstuk ‘Hoe moeten we omgaan met de wolf’: ‘Zorg voor voldoende rustgebied waar de wolf zich kan bewegen. Dat is ook de reden waarom het gebied Den Treek zes weken afgesloten is geweest: om rust te creëren gedurende de zomervakantie. Of de wolven zich daar daadwerkelijk hebben opgehouden, weten we niet zeker. Vast staat dat zich daar in elk geval geen incidenten meer hebben voorgedaan. Dus baat het niet, dan schaadt het niet.’

Om duurzaam en vreedzaam samen te leven met de wolf, zou het volgens de ecoloog dan ook wijs en nodig zijn om enkele gebieden permanent af te sluiten voor mensen, zoals onder meer op de Veluwe delen ook succesvol zijn bestempeld tot ‘wildrustgebied’.

Les 2: mediahype

Een andere les betreft de media. De incidenten leken voor sommige maar al te welkom in het dorre zomerse nieuwslandschap. Het incident met het 6-jarige meisje dat gebeten zou zijn door een aanstormende wolf kreeg de volle aandacht, zonder dat de feiten vast staan.

Wat daar precies is gebeurd, zal nooit met zekerheid vast komen te staan. Ecoloog Lelieveld was betrokken bij de nasleep van het incident. Na verhoren van de betrokken begeleider (die het incident niet zelf had zien gebeuren) en het zien van foto’s van de verwondingen konden Lelieveld en zijn collega-wolvenexpert Dick Klees geen wolvenbeet herkennen in de ovaalvormige krassen op de romp rond de navel van het kind. ‘Als een wolf iemand in de zij bijt, kan zijn hoektand nooit bij de navel zitten – zo groot is een wolvenbek simpelweg niet’, zei hij op RTV Utrecht. Conclusie: ‘Er is contact geweest, er is wolven-dna gevonden op de kleding van het kind, maar of de verwondingen zijn gebeurd door de wolf of door de val van het kind, is simpelweg niet vast te stellen.’

Vorige week sloot op RTV Utrecht een patholoog-anatoom zich aan bij die conclusie, die overigens door twee andere opgevoerde ‘wolvenkenners’ ook weer betwijfeld werd. Desondanks schrijven sommige media tot op de dag met grote stelligheid over ‘een wolvenbeet’. ‘Een stap te ver’, aldus Lelieveld.

Gepolariseerde kampen

In diezelfde media tekende zich ook het belangenspel af dat op de achtergrond lijkt mee te spelen rond de rentree van de wolf in Nederland. Die belangen lopen langs de gepolariseerde kampen van ‘voor- en tegenstanders van de wolf’. Hoewel er nuances bestaan, bevinden de tegenstanders zich vooral onder houders van schapen en ander vee, die hun levende have soms bloederig verscheurd aantreffen bij het krieken van de dag.

Dat is inderdaad een onaangename eigenschap van de wolf: hij bijt schapen dood, zonder ze allemaal op te eten. Het kost niet alleen dierenleed, maar ook geld (al krijgt de houder van de overheid voor elk gedode schaap een schadevergoeding die hoger ligt dan de opbrengst bij verkoop). Die aanvallen zijn goeddeels te voorkomen door het aanbrengen van degelijke wolfwerende omheining met onder meer stroomdraden, maar uit een analyse door Nu.nl bleek onlangs dat bij zo’n zeshonderd aanvallen door wolven tussen november 2019 en november 2023 slechts in zes gevallen het vee achter een afdoende wolfwerend hek was geplaatst.

Tegenover de veehouders staan grofweg natuurliefhebbers die in de (natuurlijke) terugkeer van de wolf een overwinning, zo niet een herrijzenis zien: na 150 jaar afwezigheid door de jacht heeft het dier op eigen kracht de weg naar Nederland weer gevonden, en lijkt hij zich te handhaven.

De wolf is een in heel Europa beschermd dier. Alleen bij zogeheten ‘probleemwolven’ en ‘-situaties’ mag worden ingegrepen, bijvoorbeeld wanneer wolven herhaaldelijk mensen naderen. Daarvoor bestaan regels en protocollen die beschrijven wanneer een bepaalde wolf een ‘probleemwolf’ is. Na die vaststelling kan de betreffende provincie een vergunning afgeven voor bijvoorbeeld het vangen en zenderen van de wolf, of het beschieten met verfkogels om het dier schuwer te maken voor mensen. In het uiterste geval is afschot mogelijk.

Onder enig juridisch verzet (actiegroepen als Faunabescherming en Animal Rights verzetten zich bij de rechter) heeft de provincie Utrecht een vergunning afgegeven voor het vangen en zenderen van wolf ‘Bram’. Dat is de wolf die al sinds ongeveer een jaar geregeld uitvalt naar honden op de Heuvelrug – lang niet al zijn aanvallen haalden de landelijke media.

Solitaire Bram

‘Bram’ is niet een van de ouders die in eerdere incidenten vermoedelijk hun welpen verdedigden, maar een solitaire wolf – afkomstig uit Duitsland - die zich rond de roedel beweegt, vermoedelijk in afwachting van een vruchtbaar vrouwtje. Bram heet enkel in de volksmond zo. Dat is te danken aan een filmpje van een confrontatie met een hond. Daarin roept de eigenaar hard zijn hond terug na de aanval. Die hond heette Bram, door een misverstand is het de naam voor de wolf geworden. Althans: voor leken. Ecologen doen niet aan dergelijke ‘vermenselijking’ van dieren, zij spreken in dit geval van GW3237m, waarbij de laatste letter het geslacht (mannelijk) aanduidt.

Probleemwolf of niet, Bram ís een probleem. En dus mag hij worden gevangen, verdoofd en gezenderd, om zijn gedrag in kaart te brengen. Hoe moet dat? Ecoloog Lelieveld is betrokken bij het projectteam dat de opdracht gaat uitvoeren. Een ‘standaardprocedure’, volgens hem: ‘Nieuw voor Nederland, maar in Europa gebeurt dit tientallen malen per jaar.’

De jacht op Bram wordt binnenkort aangevangen. De verdoving zal het dier niet schaden, weet de ecoloog. ‘De vraag is eerder: hoe komen we dichtbij genoeg? Een verdovingspijltje schieten vergt een vrije baan van zo’n tien meter. Dan moet de wolf stilstaan, en moet er niet net een mens achter hem staan. Dat gaat je niet snel lukken. Dan rest de optie ‘vangen’. Dat is weer een probleem, want in tegenstelling tot een lynx of een beer loopt een wolf nooit in inloopvallen. Dat zijn kooien met aas; zodra het dier erin stapt, valt een klepje dicht en klaar. Het werkt bij vrijwel alle zoogdieren, maar niet bij de wolf: die is zo neofoob dat hij nooit aas eet, laat staan een kooi inloopt.’

Dan resten de valstrik of pootklem. Lelieveld: ‘We hebben gekozen voor een pootklem met een zacht omhulsel, waardoor poot en huid niet beschadigd worden. Niet heel vriendelijk, wel de meest diervriendelijke oplossing.’

Batterij

Waar komen die klemmen te staan? ‘We kijken goed naar het landschap; in ons team zit een deskundige die zeer goed weet over welke paden de wolven lopen. De klemmen worden verstopt op plekken waar mensen en honden niet horen te komen. Mogelijk werken we nog met een geurstof – valeriaan of visolie bijvoorbeeld – om de wolf te lokken. Aan de klem zit een alarm dat afgaat zodra die dichtklapt. Er zit permanent een team paraat dat binnen een half uur aanwezig dient te zijn.’

Dat team zal de verdoofde wolf een halsband omdoen met een zender, gevoed door een batterij. Als dat lukt, is het niet de bedoeling de wolf permanent in beeld te houden. ‘Het gaat niet om zijn locatie en het tijdstip, maar om de patronen in zijn gedrag’, zegt Lelieveld. ‘De belangrijkste vraag is of deze wolf bewust mensen opzoekt, of dat hij juist steeds op zoek is naar het rustigste plekje in het gebied. Met andere woorden: waarom is hij op de plekken waar hij is en was?’

Dat is zo makkelijk nog niet vast te stellen, ook al om praktische redenen: hoe vaker de zender signaal moet afgeven, hoe sneller de batterij leegraakt, waarna de operatie herhaald zou moeten worden. Om het dier niet te veel ongemak te bezorgen, zal de katoenen halsband na enkele jaren verweerd zijn en vanzelf loslaten. Een onuitputtelijke bron zijn de gegevens dus niet.

Voor ecologen als Lelieveld staat intussen al wel vast dat incidenten te voorkomen zijn. Zolang de wolf maar rust wordt gegund. ‘Ik zou zeggen: wijs permanente rustgebieden aan en verklein het aantal wandelpaden in wolvengebieden. In grotere bosvakken vindt de wolf de rust die hij nodig heeft. Zo kan de wolf in Nederland verblijven zonder grote problemen.’

De wolf rukt op

Het verspreidingsgebied van de wolf neemt in heel Europa toe, concludeert een onlangs verschenen inventarisatie van Bij12, de organisatie die provincies bijstaat in de zorg voor natuur en omgeving. In 23 van de 24 EU-lidstaten planten roedels zich voort, met uitzondering van Luxemburg. Volgens schattingen leefden er in 2023 zo’n 20.300 wolven in de EU.

In 2018 vestigde de eerste wolf zich in Nederland. In 2019 werden op de ‘Noord-Veluwe’ 4 welpen geboren. Drie jaar lang bleef dit de enige voortplantende roedel in Nederland, met 6 welpen in 2020 en 5 welpen in 2021. In 2022 waren er in Nederland 4 roedels bekend: drie op de Veluwe, en 1 roedel in Zuidwest Drenthe. Er zijn in 2022 in deze roedels samen ten minste 16 welpen geboren. In 2023 vestigde zich een tweede roedel in Drenthe, en groeide het aantal roedels op de Veluwe naar 7. In totaal zijn in dit jaar minstens 39 welpen geboren.

Belangrijkste graadmeter voor de wolf zijn volgens het rapport ‘voldoende voedselbronnen’ (de beschikbaarheid van wilde hoefdieren, maar ook bevers of hazen) en een leefgebied met ongeveer de helft bosbedekking waar voldoende rust heerst en weinig menselijke invloed en wegen zijn.

Het Bij12-rapport beschrijft vele verschillende modellen die becijferen hoeveel wolven zich in Nederland zullen vestigen. Die lopen in aantallen echter zo uiteen, dat een reële schatting moeilijk is. Wel blijkt uit gegevens van andere landen dat de curve van een populatie de eerste jaren fors kan stijgen, maar later ook weer afvlakt. Na zo’n dertig jaar sinds de eerste vestiging zal sprake zijn van een stabiele populatie, zo concluderen de wetenschappers.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next