De verkiezingen in twee Oost-Duitse deelstaten zijn zondag uitgelopen op een historische winst voor de extreemrechtse AfD. De nationale regeringspartijen zijn weggevaagd. Het democratische midden in Duitsland volgt de verkiezingen met angst en beven; volgend jaar zijn de nationale verkiezingen.
‘Voor het eerst in naoorlogs Duitsland wordt een extreemrechtse partij de grootste fractie in een parlement’, schreef de Süddeutsche Zeitung, nadat zondag bijna 5 miljoen Duitsers in twee deelstaten een nieuw parlement kozen. Duitse deelstaten hebben eigen regeringen en verregaande autonomie. In zowel Thüringen als Saksen boekte Alternative für Deutschland (AfD) een historisch resultaat.
De Süddeutsche verwijst naar Thüringen, waar de AfD volgens de eerste prognoses 32 tot 34 procent van de stemmen kreeg en daarmee met afstand de grootste wordt. In Saksen is de schatting 30 tot 32 procent. De rechts-conservatieve CDU ligt daar nét boven. Het precieze verkiezingsresultaat zal pas morgenvroeg bekend worden, als alle stemmen zijn geteld.
Over de auteur
Remco Andersen is correspondent Duitsland voor de Volkskrant. Hij woont in Berlijn. Eerder was hij correspondent in het Midden-Oosten.
Daarmee keert de kiezer in het oosten van Duitsland de gevestigde politieke orde massaal de rug toe. Het democratische midden in Duitsland volgt de deelstaatverkiezingen met angst en beven, ook omdat volgend jaar in de herfst Duitsland als geheel een nieuwe regering kiest. Op dit moment staat de CDU daarbij torenhoog in de peilingen, waarmee Duitsland vanaf 2025 een majeure politieke koerswissel te wachten staat.
Behalve de AfD maakt ook een nieuwe, conservatief-linkse partij furore in Thüringen en Saksen. De Bündnis Sahra Wagenknecht (BSW) krijgt volgens prognoses 12 tot 16 procent van de stemmen. Wagenknecht is een oudgediende van partij Die Linke, op haar beurt een reïncarnatie van de voormalige DDR-Eenheidspartij.
In januari richtte zij de BSW op, en vergaart sindsdien razendsnel steun in met name het oosten. De BSW is fel tegen Duitse steun aan Oekraïne, kritisch op immigratie en verregaande klimaatregelen, en krijgt ook veel stemmen van coronasceptici. De partij pleit voor een grotere staatsbetrokkenheid bij essentiële diensen, meer belastingen voor de rijken, en ruimere sociale voorzieningen voor met name arme Duitsers.
Bijna de helft van de kiezers in de Oost-Duitse deelstaten kiest nu voor een partij die zich ver buiten het democratische midden positioneert. Ondertussen dreigen de drie partijen die op nationaal niveau het land regeren aan de zijlijn te belanden in de oostelijke deelstaten. De liberale FDP krijgt in Saksen en Thüringen vrijwel zeker minder dan 5 procent van de stemmen, de Duitse kiesdrempel, en verdwijnt daarmee uit beide deelstaatparlementen.
Het lot van De Groenen hangt aan een zijden draadje, met rond 5 procent in beide deelstaten. De sociaaldemocratische SPD van bondskanselier Olaf Scholz haalt de kiesdrempel waarschijnlijk net, met 6 of 7 procent van de stemmen – maar met name in Thüringen is dat niet zeker.
De verkiezingen zijn het voorlopige hoogtepunt voor de AfD, die de afgelopen tien jaar pijlsnel groeide in Duitsland. In het westen, maar veel sterker nog in het oosten. De AfD begon als radicaal-rechtse anti-immigratiepartij, maar is de afgelopen jaren veranderd in een extreemrechtse antidemocratische partij.
De AfD is fel tegen migratie, maar ook tegen coronamaatregelen, Duitse steun voor Oekraïne, en – in de woorden van de Thüringse AfD-leider Björn Höcke – ‘de bonte woke brigade die onze kinderen wijs wil maken dat geslacht een sociaal construct is’. De partij belooft haar kiezers meer geld voor gezondheidszorg, pensioenen, en onderwijs. De Duitse veiligheidsdienst verdenkt de AfD als geheel van rechtsextremisme. De afdelingen in Thüringen en Saksen hebben de veiligheidsdienst in de hoogste risicoklasse geplaatst: ‘bewezen extreemrechts’.
Alle andere partijen handhaven een cordon sanitaire rondom de AfD, dus van regeringsdeelname is waarschijnlijk in Thüringen noch Saksen sprake. Dit betekent wel dat coalitievorming politieke acrobatiek wordt, waarbij politieke tegenpolen als de CDU en BSW waarschijnlijk moeten samenwerken. Dat leidde in Thüringen al tot een minderheidscoalitie die de deelstaat de afgelopen jaren nauwelijks bestuurbaar maakte.
Dat zal op nationaal niveau niet zo snel gebeuren, maar duidelijk is wel dat bij de Duitse parlementsverkiezingen van volgend jaar het land onbekend terrein zal betreden. Het overwicht van politieke middenpartijen jegens extreme flanken wordt steeds minder vanzelfsprekend. De Bundesrat, de Duitse Eerste Kamer, wordt samengesteld uit leden van de deelstaatparlementen. De politieke dynamiek op regionaal niveau sijpelt daarmee door naar de nationale besluitvorming.
‘Over 1 september 2024 zal Duitsland nog lang spreken’, schrijft weekkrant Die Zeit. ‘Deze dag zal het land veranderen. In haar debatten, maar ook in haar politieke besluitvorming.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant