Home

Maisakker wordt levendig ecosysteem: dit voedselbos oogst succes

Een landbouwmethode die tegen extreem weer bestand is, waarbij de gewassen op eigen kracht groeien en die gunstig voor de biodiversiteit is: een voedselbos in Gelderland laat zien dat het kan werken als je de natuur haar gang laat gaan. "Ik heb moeten leren niet in te grijpen."

In het Gelderse Groesbeek, een heuvelland pal naast de grens met Duitsland, ligt een wild groeiend bos met de naam Ketelbroek. Het bos van 2,2 hectare is een vreemde eend in de bijt tussen de omliggende maisakkers en raaigrasvelden. "Onze groene chaos", noemt agrariër Wouter van Eck het liefkozend. "Toch zit er wel degelijk een systeem in."

Dat systeem kun je terugzien op luchtfoto's. Maar als je midden in het voedselbos staat, waan je je eerder in een wildernis. Er loopt een olifantenpaadje om het bos heen, in het midden hebben bomen, struiken, kruiden en onkruid vrij spel. En dat is precies de bedoeling.

Wat meteen opvalt is dat het er vrijwel windstil is, terwijl de wind ons op de weg erheen nog om de oren sloeg. Dat is niet toevallig, want de rij elzen die het land omringen vormen een natuurlijk windscherm, vertelt Van Eck. Daardoor zijn andere bomen en planten beter bestand tegen de wind.

"Een landkaartje!", wijst Van Eck, doelend op een voorbijfladderend zwart-wit vlindertje. Ook hommels, libellen en bijen vliegen continu voorbij. Het bos is ook de habitat van hazen, bevers, uilen, padden, egels, wezels en verschillende roof- en broedvogels. De bijna verdwenen tortelduif (of: de zomertortel) heeft een nest in het bos.

Eigenlijk is Ketelbroek geen bos: het is landbouw. Een door de mens ontworpen ecosysteem dat de gelaagdheid van een 'echt' bos imiteert, omschrijft Van Eck. Het is klimaatrobuust, haalt CO2 uit de lucht en draagt bij aan de biodiversiteit. "Niet landbouw óf natuur, maar allebei."

Volgens cijfers van Stichting Voedselbosbouw telt Nederland op dit moment veertig voedselbossen van samen 500 hectare. Het grootste - van 20 hectare - is te vinden in het Brabantse Schijndel. De provincie heeft daar geïnvesteerd in de pilot. De landelijke overheid zegt 1.000 hectare aan voedselbos in 2030 te willen realiseren, al is het niet helemaal duidelijk hoe.

Vijftien jaar geleden was Ketelbroek nog het enige in z'n soort in Nederland. Van Eck zag in een dorp in Kenia de maisakkers verdrogen en vlak erna compleet wegspoelen door extreme regenval. Naast de akker had de gemeenschap een bos aangelegd waar mango's, avocado's, bananen en papaja's groeiden. Het bos bleef fier overeind en zorgde het hele jaar door voor voedsel.

Dat was dertig jaar geleden. "Op dat moment kwamen er in Nederland steeds meer akkers bij, terwijl natuur, vogels en insecten verdwenen", zegt Van Eck. Geïnspireerd door het Keniaanse systeem besloot hij zich te verdiepen in voedselbosbouw. In 2009 kocht hij een landbouwkavel: een lege akker waar eerder mais op geteeld werd.

Mango's of papaja's kunnen hier niet groeien, dus ging Van Eck op zoek naar gewassen die in het Nederlandse klimaat passen. In de praktijk komt dat neer op bomen en struiken die -20 én 40 graden Celsius overleven en bestand zijn tegen extreem weer, zoals hoosbuien en aanhoudende droogte. Dan kom je uit bij appel, peer, pruim, moerbei, tamme kastanje, duindoorn en walnoot.

Maar ook: schijnaugurk, Koreaanse pijnboom, nashipeer, Japanse gember, olijfwilg en kaki. Zelfs de szechuanpeper uit China gedijt hier goed. Volgens de methode achter voedselbosbouw hoeft niet elke boom of struik inheems te zijn, vertelt Van Eck. Maar invasieve soorten zijn uit den boze.

Tussen de fruitbomen en struiken groeien her en der brandnetels, bramen, klimplanten en ander onkruid. Ook die zijn welkom, want ze hebben volgens Van Eck een functie. "Insecten, vlinders en vogels eten ervan." De liefhebber kan er ook soep van trekken.

Het lijkt een enorme klus om een voedselbos te onderhouden, maar dat valt volgens Van Eck best mee: een paar keer per jaar de bramen snoeien volstaat. Het idee is dat de natuur zichzelf in balans houdt. Dus geen bewerking van de grond met machines, bestrijdingsmiddelen, beregening of mest.

Ketelbroek kreeg een paar jaar geleden te maken met een rupsenplaag. Die verdween vanzelf nadat er allerlei vogels waren neergestreken. "Ik heb moeten leren niet in te grijpen."

Oogsten doet Van Eck het hele jaar door: met zijn partner en soms met een aantal vrijwilligers. Ketelbroek heeft een samenwerking met het veganistische sterrenrestaurant De Nieuwe Winkel in Nijmegen. Chef-kok Emile van der Staak komt regelmatig langs en kookt met seizoensgebonden oogst uit het bos.

Het is een flinke investering om een landbouwkavel (voor ongeveer 79.000 euro) te kopen en vol te zetten met bomen en struiken. En je moet ook veel geduld hebben, want pas na een jaar of zes levert het bos consistent voedsel en dus geld op. Kruiden produceren het snelst. Notenbomen nemen de meeste tijd in beslag: soms wel twaalf jaar.

Toch benadrukt Van Eck de economische kansen van een voedselbos als het eenmaal functioneert. Bijvoorbeeld omdat er een stuk minder werk en materiaal bij komt kijken dan bij andere vormen van landbouw. Ook ziet hij een toenemende interesse vanuit de horeca en retailsector. Met name korte ketens, zoals de samenwerking met het restaurant, pakken volgens hem goed uit.

Verder werkt hij samen met boerenfamilies uit de omgeving die in het concept geïnteresseerd zijn. Ze wisselen ideeën uit over gewassen, weersextremen en de afzetmarkt. Van Eck ziet het voedselbos niet als vervanging van de huidige landbouw. "Het is een aanvulling. Ik wil ook zo nu en dan een aardappeltje of bloemkool."

Ondertussen plukt hij een takje van een varenachtige, eetbare struik om te proeven: Chinese mahonie. De smaak is overweldigend: zout, kruidig en pittig als bouillon. "Dit noem ik de uiensoepplant. Heerlijk om te roerbakken of in de salade."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next