Wat is dat toch met de jaren negentig? Je hoeft ze maar te noemen of mensen verzinken in acute nostalgie. Het gebeurde deze week in reactie op de aangekondigde Oasis-reünie. Het Britse X-account Knightmare twitterde: „Oasis are trending. What else from the ’90s should make a comeback?”, en duizenden mensen reageerden. Ze postten het kapsel van Justin Timberlake, dat oogde als een bak met wormen, en teksten als ‘mijn wil om te leven’ en ‘mijn taille’. Maar de meeste reacties waren serieus. De top drie bestond uit ‘kosten van levensonderhoud’, ‘hoop voor de toekomst’ en, verreweg het vaakst genoemd, ‘betaalbare woningen’.
Ik schreef al eerder dat de huizenschaarste leidt tot politieke onvrede, en het probleem wordt alleen maar groter. In juli waren bestaande koopwoningen volgens het CBS gemiddeld 10,6 procent duurder dan vorig jaar. Vooral singles zijn kansloos: alleenstaande modaalverdieners kunnen maar 1,7 procent van de koopwoningen betalen, meldde BNR. Ondertussen worden vrijesectorwoningen massaal verkocht.
De huizenschaarste is een praktisch probleem: mensen willen scheiden, weg bij hun ouders, een gezin beginnen, het azc verlaten of simpelweg ergens anders wonen, en dat blijkt onmogelijk. Maar er is nog een breder probleem, dat meer mensen treft dan de direct betrokkenen: de schaarste schendt een politieke belofte. Mensen zijn opgegroeid met het idee dat er een verband bestaat tussen inspanning en beloning. Hoe harder je werkt, hoe groter en mooier je kunt wonen. Maar dat idee klopt niet meer.
Hoe groot en mooi je woont, en of je überhaupt een huis kunt vinden, hangt nu af van factoren die niets met verdienste te maken hebben. Hoe rijk je ouders zijn, of je een partner hebt, of je de juiste mensen kent, je plaats op een wachtlijst. En wie toch iets vindt, betaalt vaak twee, drie, vier keer zoveel als iemand die twintig jaar geleden een huis kocht, of nog een corporatiewoning wist te vinden. De verschillen in woonlasten tussen mensen bedragen honderden, soms meer dan duizend euro, en dat heeft meestal niks te maken met hun inspanningen. Over deze enorme en onrechtvaardige lastenverschillen gaat het weinig in het publieke debat, terwijl de bedragen veel hoger zijn dan bijvoorbeeld het veelbesproken eigen risico.
Wat doet deze willekeur met het geloof in meritocratie, vroeg ik me af. De belofte van de meritocratie is immers dat mensen gelijke kansen hebben, en beloond worden op basis van hun prestaties. Naar deze vraag blijkt amper onderzoek te zijn gedaan. Ik vond een paper van twee Koreaanse onderzoekers uit 2023 waaruit blijkt dat huiseigenaren meer geloven in meritocratie dan niet-huiseigenaren, zeker als de prijzen stijgen: de winst die ze maken is volgens hen verdiend. Maar dit onderzoek is wel erg globaal. Het plaatst ‘de huiseigenaar’ tegenover ‘de huurder’, terwijl er binnen die groepen grote lastenverschillen zijn. Bovendien bestaan huiseigenaren niet in een vacuüm. Ze hebben bijvoorbeeld vaak kinderen die geen huis kunnen vinden. Zou dit hun geloof in de meritocratie niet beïnvloeden? En wat betekent dit voor hun politieke voorkeur?
Dit vraagt om meer onderzoek. Mijn hypothese: de willekeur op de huizenmarkt tast het geloof aan in een rechtvaardig systeem dat inspanning beloont. Tweede hypothese: dit leidt tot minder solidariteit. Er is immers geen waarneembaar rechtvaardig verdelingsmechanisme, dus waarom zou je nog willen bijdragen aan het collectief? Het is als het verschil tussen een ordentelijke wachtrij en een kluwen wachtenden waaruit de een na de ander zich naar voren elleboogt. Als je anderen dat ziet doen, trek je niet zelf een nummertje. Dan is het ieder voor zich.
Zo beschouwd is het niet gek dat mensen woedend worden als een kersverse statushouder een sociale huurwoning krijgt. Die voortrekkerij symboliseert de oneerlijkheid van het systeem. Verplichte solidariteit, zoals bij de opvang van vluchtelingen, veronderstelt een deal tussen overheid en burgers. De overheid faalt nu in het regelen van haar deel (betaalbare volkshuisvesting), en vraagt burgers nog wel om hun deel (solidariteit). Dit kan niet. Het nieuwe kabinet begrijpt dit, maar het kijkt voor de oplossing vooral naar het tweede: die solidariteit mag wel wat minder. De spreidingswet wordt geschrapt, de asielcrisis uitgeroepen, en vluchtelingen kunnen volgens Wilders prima terug naar Syrië.
Natuurlijk, je kunt de asielmigratie willen terugdringen. Maar dat is niet genoeg om de deal tussen overheid en burgers te herstellen. Daarvoor moet er een einde komen aan de willekeur op de woningmarkt. Gaat het nieuwe kabinet dit tot prioriteit maken? Uit de Prinsjesdag-plannen die het kabinet het lekken waard vond, vrijdag op de site van De Telegraaf, bleek er nog weinig van.
Floor Rusman (f.rusman@nrc.nl) is redacteur van NRC
Source: NRC