Home

Wij zijn de goden

In Stratford, geboorteplaats van Shakespeare, ga ik naar een voorstelling van Pericles, waarin een koning zeker een halfuur lang besluiteloos en verdwaasd op het podium voor zich uit staart terwijl om hem heen chaos en geweld welig tieren. Je ziet hem worstelen. Hoe doe je het goede als de wereld in brand staat?

Van zelfs de meest bizarre plottwist kijkt koning Pericles niet meer op. Zijn dochter Marina, zo komt hij later te weten, viel ten prooi aan piraten die haar vervolgens verkochten aan een bordeel. En Pericles maar turen – recht naar ons, het publiek dat de ongelofelijke gebeurtenissen op het podium met open mond aanschouwt.

Het verbaast niet dat de Royal Shakespeare Company het problematische Pericles nauwelijks nog speelt. Slechts iets meer dan de helft van het stuk heeft de Bard zelf geschreven, de rest was het werk van ene George Wilkins, crimineel, hotelier, pooier en wannabe-toneelschrijver.

Raken doet deze versie van Pericles wél. Als koning wil de hoofdpersoon zo graag het goede doen. Komt hij een land tegen waar hongersnood heerst, dan helpt hij. Maar vooral is Pericles machteloos, omdat hij geen raad weet met de corruptie, het populisme en de machtsmachinaties van alle koningen met wie hij oog in oog komt te staan. Pericles weet niet hoe te leiden in een wereld die wat graag de sterke man steunt. Een van de koningen die hij tegenkomt tijdens zijn reizen is de lanterfant Cleon, die droog opmerkt: „Who makes the fairest show means most deceit.”

Wie dezer dagen een fair show van jewelste geeft, is Keir Starmer. In zijn eerste grote speech als Britse premier verwees hij naar veertien jaar van „verrotting” tijdens het bewind van de Conservatieven, waarvan de recente extreemrechtse geweldpleging en de haperende economie symptomen zijn. Zijn regering, beloofde Starmer, gaat het beter doen door de inwoners van het land weer op de eerste plaats te zetten.

Hiermee wil Starmer moreel leiderschap tonen. Hoe moeilijk dat zal worden, blijkt uit de wijze waarop de oppositie zijn streven weghoont, bijvoorbeeld door te wijzen op wat de kranten de cash grab noemen – het schrappen van energiesubsidies voor gepensioneerden – en op vriendjespolitiek zoals het geval van een Labour-geldschieter die opeens, ongewoon, vrij toegang tot Downing Street blijkt te hebben.

Tegenover Starmer staat de charismatische Nigel Farage van het rechtse Reform UK die Labour cynische beleidsvoering verwijt, vooral voor wat betreft die getroffen gepensioneerden. „Wat staat ons nog meer te wachten?”, vroeg Farage, bezig met een greep naar de macht, zich zogenaamd bezorgd af.

Terug naar Stratford, waar het in de straten wemelt van de zwervers, dak- en thuislozen en drugsverslaafden – zoals in veel Engelse steden die ik in de afgelopen twee weken heb bezocht. Ook zij hebben die lege blik van Pericles, alsof ze in een shocktoestand zijn vanwege hun onmenselijke leefomstandigheden. Geloven zij Starmer als hij zegt alles beter te zullen maken? Ik denk het niet. Aannemelijker is dat ze hunkeren naar een koning Cleon, die behalve grappig en joviaal vooral daadkrachtig overkomt.

Veelzeggend is dat de acteurs telkens naar het publiek verwijzen als ‘de goden’. Wij hebben het voor het zeggen; wij bepalen het lot van de personages, van al die koningen. Daarom wendt Pericles, een serieuze man, zich juist tot ons terwijl zijn wereld brandt: júllie hebben het voor het zeggen, kiezers, goden van de democratische rechtsstaat. Als ik mij niet vergis zie ik in hoe hij kijkt een spoor van wanhoop.

Gawie Keyser schrijft deze zomer een reeks columns over de relatie tussen werkelijkheid en verbeelding.

Source: NRC

Previous

Next