De dood van zijn zoon Arthur in 2015 betekende voor muzikant Nick Cave een ommezwaai: de strenge oudtestamentische rockgod transformeerde in een mildere, nieuwtestamentische versie. Zijn nieuwe album Wild God gaat over ons mensen, en onze behoefte om te worden gezien, gehoord en erkend.
De rockster is afgelopen zondag weer naar de kerk geweest. De man, die in de jaren tachtig en negentig als duivels broedende rockprofeet met zijn band The Bad Seeds vuur, zwavel en gitaren over zijn fans uitstortte, heeft daar zelfs uit volle borst meegezongen. Terwijl je misschien zou verwachten dat de vroegere Nick Cave, de Nick Cave die zong over verknipte stalkers en manische moordenaars, na één stap over de drempel van Gods huis spontaan in vlammen zou opgaan.
Maar er is veel veranderd in het leven van de zanger die nog steeds als een van de beste songschrijvers van zijn generatie wordt beschouwd, maar niet meer de status van onbenaderbare godheid heeft. In 2015 stierf zijn toen 15-jarige zoon Arthur, die na lsd-gebruik van een klif viel bij Caves toenmalige woonplaats Brighton. Het betekende een ommezwaai in leven en muziek. Al het werk van Cave werd gekleurd door het enorme verlies, met als duidelijkste voorbeeld het album Ghosteen uit 2019, een muzikale meditatie over rouw, hoop, spijt en liefde.
Over de auteur
Pablo Cabenda schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en human interest.
De dood van zijn zoon heeft zijn sluimerende geloof aangewakkerd. De gelovig opgevoede Cave had als kind al een enorme fascinatie voor de figuur van Jezus, nog voordat hij besefte dat daar standaard een almachtige God bij hoorde.
Bovendien leverden de welwillende reacties van omstanders, na de traumatische ervaring, het besef op dat er een diepe waardevolle connectie bestaat tussen mensen. Het gaf hem troost in zijn rouw en hij wilde die connectie op zijn manier bestendigen. En zie, zo transformeerde de strenge oudtestamentische rockgod in een mildere, nieuwtestamentische versie.
Je zag het op zijn concerten toen hij concertgangers begon uit te nodigen op het podium. Het waren momenten van gedeelde genegenheid wanneer fans zich als schaapjes schaarden om hun zingende herder. Je leest het in The Red Hand Files, Caves blog, een existentiële Lieve Lita, waar hij op de meest integere en persoonlijke manier antwoord geeft op alle levensvragen die mensen daar aan hem stellen.
Je leest het in Faith, Hope and Carnage, een bundeling gesprekken tussen de rockster en de Ierse journalist Sean O’Hagan, waarin Cave op ontroerend menselijke manier zaken als verlies en geloof bespreekt en onthult dat hij zich ergens op het spectrum tussen geloven en twijfelen bevindt. Dan is het minder verwonderlijk dat de rockster naar de kerk is geweest.
‘Een anglicaanse kerk’, verduidelijkt hij aan de tafel van een Londens hotelrestaurant. ‘De kerk die niet wanhopig probeert maatschappelijk relevant en up-to-date te zijn met de actualiteit, omdat ze daar beseffen dat het niet de redenen zijn waarom mensen de kerk bezoeken.’
Gisteren kwam Wild God uit, alweer het achttiende album van de zanger met zijn band The Bad Seeds. Uit sommige nummers spreekt een geëxalteerde vreugde die je niet meteen associeert met Cave, maar wel met een bepaalde zielsverrukking. De rockster lijkt vol van genade in songs die je Nick Cave-spirituals zou kunnen noemen: christelijk geïnspireerde liedjes uit de Amerikaanse cultuur, maar dan op de Cave-manier. Nummers met titels als Wild God, Joy, Long Dark Night, As the Waters Cover the Sea en zelfs Conversion (bekering).
Beschouwt u ze ook als uw persoonlijke spirituals?
‘Ja en nee. Het woord spiritual heeft connotaties met gospel en dat heeft deze plaat niet, afgezien van As the Waters Cover the Sea.
‘En dan dat woord ‘spiritueel’. Ik verzet me daartegen, omdat het een woord is dat mensen uit luiheid gebruiken. Je kunt tegenwoordig zeggen: ‘Ik ben spiritueel’, zonder dat het enige uitleg behoeft of iets waaruit die spiritualiteit dan zou blijken. Het zegt niets wezenlijks.’
Wijzend op zijn bord: ‘Hier, deze avocado, ook hartstikke spiritueel.’
Zijn de nummers op Wild God dan liederen van toewijding?
‘Dat komt dichter in de buurt. Voor mijzelf zijn mijn songs religieuze liederen. Altijd al geweest. Ik vind het ook leuk om ze zo te noemen, want het jaagt mensen schrik aan. En ik wil op mijn eigen manier de religieuze ervaring weer in ere herstellen.
‘Ik noem mezelf nog steeds een gelovige tussen ongelovigen en een ongelovige tussen gelovigen. Daarom vind ik die vraag of ik naar de kerk ben geweest ook zo’n lastige. Ik ga naar de kerk om redenen die niets te maken hebben met de vraag of Jezus Christus nu wel of niet uit de dood is herrezen. Die zaken vormen voor mij een afgescheiden kwestie. Kerkbezoek was voor mij altijd iets problematisch.
‘Vroeger heb ik er uren doorgebracht, gegeneerd om daar te zijn, geacht letterlijk te geloven wat er wordt gezegd. En de christelijke leer wordt op zo’n weeë, maatschappelijk bewuste manier gepresenteerd. Ik heb daar een schurfthekel aan. Maar de kerk die ik bezoek biedt een uitlaatklep voor ervaringen, doet me boven mezelf uitstijgen.
‘Ik kan mijn persoonlijke gevoelens die met geloof te maken hebben daar kwijt. Ik heb eindelijk die reserves die ik voelde ten aanzien van het geloof kunnen laten varen. En als ik ze vanuit mijn ooghoeken bekijk, snap ik die kerkelijke rituelen ook allemaal.’
Dan vraagt hij aan de interviewer of die misschien atheïst is.
‘Ik vind het leuker om met ongelovigen over dit soort zaken te praten dan met gelovigen. Zij komen namelijk niet meteen opdringerig aanzetten met hun ideeën, zo van: kijk eens, dit is wat ik niet geloof, wil je daar ook wat van?
‘Bovendien, als ik twijfels heb over mijn geloof, en dat is vaak, wend ik me niet tot christenen. Ik luister liever naar atheïsten als Richard Dawkins of Daniel Dennett. Omdat ik dan weer bevestigd word in het feit dat ik fundamenteel anders ben dan die mannen. Ik kijk op een andere manier tegen de wereld aan, eerder intuïtief, emotioneel, niet rationeel en niet gebaseerd op louter ons bestaan in een fysieke wereld.’
Hoe wordt er in het algemeen gekeken naar die unieke positie die u inneemt in het spectrum tussen geloof en twijfel?
‘Zowel atheïsten als gelovigen kijken er een beetje op neer. Het wordt als ambigu beschouwd, het bewijs van een gebrek aan moed om een kant te kiezen.’
U krijgt het verwijt dat biseksuelen vroeger om de oren kregen.
‘Ha! Ja, ik weet dat binnen de gaygemeenschap soms zo tegen biseksuelen werd aangekeken. Terwijl, voor mij is die plek binnen religie, de staat die grenst aan het geloven, de beste plek waar ik me kan bevinden. Die plek zit vol betekenis: je verbeelding kan er spelen en twijfel mag je er uitspreken.’
U koestert die plek omdat het het meest oplevert als kunstenaar.
‘Precies. Het is de plek die ik inneem. Niet vanuit een ideologie, maar omdat het strookt met mijn persoonlijke gevoelens en ervaringen én omdat het me als kunstenaar maximale wendbaarheid geeft. Het voedt mijn creativiteit en in het ambacht van songs schrijven is het goed om volledig vrij te zijn.’
Waar vroeger de woorden het startpunt waren van zijn songs, is het nu een hardnekkig beeld dat hij binnenkrijgt, noem het een visioen; een voorstelling waarvan hij intuïtief weet dat het de essentie van het album zal vangen. En net zoals er een beeld ten grondslag lag aan zijn albums Ghosteen en Carnage was er die allesomvattende voorstelling bij Wild God. Het was het visioen van een goddelijk wezen met lang haar dat, in het nummer Wild God, uit het raam vliegt, de wereld in, op zoek naar bevestiging. Maar zoek daar vooral geen pleidooi achter voor een sterker godsbesef. Want uiteindelijk gaat Wild God over ons mensen, en onze behoefte om te worden gezien, gehoord, erkend.
‘Het allesoverheersende gevoel van de mensheid is er een is van demoralisatie. Overal waar we kijken wordt ons verteld dat we niets goeds kunnen doen en verdoemd zijn. We vernietigen de planeet, alles is corrupt, iedereen is onderdrukt. Ik geloof dat dat druppelende infuus van doemgedachten ons ruïneert. Het doet de idee teniet dat we als individuele personen van enorme waarde zijn. En dat we simpelweg anderen nodig hebben om ons in onze waarde te bevestigen. We hebben daaraan behoefte. Ik denk dat we niet naarstig op zoek moeten naar waar wíj in geloven, maar naar wie in óns wil geloven.’
Hier, een praktijkvoorbeeld van een situatie waarin die theorie over bevestiging en bewijs elegant samenkomen en waarin Cave zichzelf niet spaart. Op zijn blog The Red Hand Files vertelt Cave hoe zijn vrouw Susie Bick zich een paar maanden geleden afvroeg of het wel goed ging met haar overduidelijk chagrijnige echtgenoot.
Wild God, de eerste single van het album, was net uit. Maakte manlief zich wellicht zorgen over de ontvangst van de nieuwe Cave? Hij antwoordde haar met ijdel machismo, zoals het een rockster betaamt. Het kon hem niets schelen hoe anderen over zijn muziek dachten. Toen kwamen de positieve recensies van het nummer binnen. De mens Nick Cave werd bevestigd. En kijk, dat donderwolkje boven hem verdween als bij toverslag.
Erkenning voor ons als individuen, dát is het belangrijkste probleem waar we als mensheid mee moeten dealen. Cave draagt sinds 2018 zijn steentje bij met zijn blog, waarop hij ingaat op elke vraag en zichzelf blootgeeft in de hoop een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan het oplossen van andermans probleem.
En soms doet hij dat met de wijsheid van koning Salomon. Een zekere Jason uit Londen vraagt aan Cave hoe hij moet omgaan met zijn ouders van wie hij vervreemd is geraakt. Ze zijn verblind door onwetendheid, hangen totaal andere waarden aan dan hij, er is tussen hen zelfs sprake van verbittering, woede en rancune.
In een uitgebreid antwoord haalt Cave zijn eigen situatie aan. Hij zegt dat hij door zijn zoon Earl, Arthurs tweelingbroer, weleens wordt berispt vanwege een mening van pa die uit de pas loopt met de rest van de wereld. Een signaal dat hij als vader een tikkie ouderwets is geworden. Maar hij is welwillend en probeert het te zien als bewijs dat de wereld zich in positieve richting beweegt.
Cave vervolgt: ‘Mijn advies aan jou, Jason, is om met wat meer begrip en medeleven naar je ouders te kijken. Probeer ze te zien voor wat ze zijn, spiegelbeelden van je toekomstige zelf, verloren in een vreemde en nieuwe wereld die om hen heen is gebouwd, net zoals jij op een dag verdwaald zult zijn in de wereld die zich op dit moment aan het ontvouwen is om jou. Mijn suggestie is om die vreselijke, vijandige, onwetende, bange, menselijke moeder van je een knuffel te geven. En als je dat moeilijk te verteren vindt, onthoud dan dat je in wezen je toekomstige zelf knuffelt, net zoals zij datgene omhelst wat zij ooit was. Liefs Nick.’
The Red Hand Files zijn doordrenkt van empathie, net als Wild God. Zelfs de compassie van een overleden zoon laat zich gelden op het album: in de pianoballad Joy klinkt Cave als een bluesman die getuigenis aflegt als hij zingt dat hij aan zijn bed wordt bezocht door de geest van Arthur.
‘A ghost in giant sneakers, laughing stars around his head’ vertelt hem dat we genoeg verdriet hebben gehad en geeft hem toestemming om vreugdevol te zijn. En een mannenkoortje zingt beamend ‘Aaaaah’. In Long Dark Night komt Caves ‘Wild God’ opdagen in zijn dromen en noemt hem bij zijn naam, de ultieme bevestiging van een persoon.
Op het album is er erkenning van de wilde God, de vader, en empathie van Arthur, de zoon. Iets soortgelijks zie je terug in de serie schoorsteenmantelbeeldjes The Devil – A Life die Cave twee jaar geleden maakte, staties van de duivel naar het voorbeeld van die van Christus.
Anders dan de antichrist is de duivel hier verbeeld als een Elckerlijc en zijn de staties momentopnamen uit zijn leven. De duivel als blozend knaapje, de duivel drinkend met zeelui. Maar ook de duivel die zijn eerste kindje vermoordt. Het laatste beeldje The Devil Forgiven heeft een pregnante lading voor iedereen die de persoonlijke geschiedenis van de zanger kent. De uitgemergelde duivel ligt dood terwijl een klein kindje, misschien het gedode kindje van een paar tableaus eerder, in vergeving zijn hand naar hem uitstrekt.
En je moet heel hard je best doen om in die duivel niet Cave te zien die vergeven wordt door zijn overleden zoon. Haal er de christelijke symboliek bij en dat kindje wordt Jezus Christus, de verlosser van ons allemaal.
Cave peinzend: ‘Hmm, er is daar van alles aan de gang, maar het heeft voornamelijk te maken met een diep verankerde gedachte van iedere rouwende ouder die zijn kind heeft verloren op wat voor manier dan ook. Er is één fundamentele opdracht waar ouders zich te allen tijde aan moeten houden en dat is: laat je kind niet sterven. En op een bijzonder diep oerniveau, het heeft niets te maken met ratio, maar op dat niveau voelt elke rouwende ouder zich verantwoordelijk voor, en zelfs schuldig aan, de dood van hun kind. Iets waar haast vergeving voor nodig is, zelfs als er van verwijtbaarheid geen sprake is. Ik heb het vooral bij Susie zien gebeuren.
‘Ik schrijf sowieso veel vanuit mijn perspectief op Susie. Ik ben haar constante getuige in dit soort zaken en vind het makkelijker om dat weer te geven dan om mijn eigen gevoelens te articuleren.’
In een interview met The Guardian benoemde u die zelfverwijten van ouders, maar ook dingen die u Arthur mogelijk zou kunnen verwijten.
‘Ja, ik heb me zorgen gemaakt dat mensen dat misschien verkeerd zouden opvatten. Ik bedoel: als je de mogelijkheid aanvaardt dat gestorvenen op wat voor manier dan ook aanwezig kunnen zijn, kun je niet anders dan je afvragen of... en ik weet dat dit een irrationele gedachte is, maar ik heb me vaak afgevraagd of Arthur op wat voor manier dan ook de pijn begrijpt die hij zijn ouders heeft berokkend.’
Hij pauzeert.
‘Je moet begrijpen dat als ik over deze zaken praat, ikzelf niet weet of wat ik zeg ook daadwerkelijk waar is. Of er wel geesten of wat dan ook zijn die rondwaren. Maar dat op zich is niet belangrijk. Als gestorven beminden de drijfveer vormen voor wat je doet, is het minder belangrijk of ze daadwerkelijk aanwezig zijn, in wat voor vorm dan ook. Ze geven uiting aan wat je maakt en dat maakt hun aanwezigheid waarachtig.’
Niettemin is hij emotioneel gehecht aan het idee dat de ziel van Arthur ergens rondwaart. ‘Dan is het aan mij om mijn best mogelijke leven te leiden en zo gelukkig mogelijk te zijn. Het zou anders een eeuwig lijden betekenen voor die gestorven ziel.’
Hij beschouwt zijn eigen woorden en vraagt: ‘Snijdt dat hout?’
Leidt u nu dat best mogelijke leven door gehoor te geven aan die gevoelde connectie met anderen?
‘Ik wil dat mensen begrijpen wat voor potentieel er schuilt in het voelen van die verbondenheid. Ik geef oprecht om anderen die me in die rivier van verdriet, die mijn blog The Red Hand Files is, vertellen dat ze iets soortgelijks als ik hebben meegemaakt. Ik voel me waardevol als ik ze met wat woorden kan bijstaan.’
Hij beschouwt het, na het bodemloze verdriet, als een enorm geschenk dat hij van Arthur kreeg na diens dood. En er was die openbaring toen hij thuis het hele album voor het eerst beluisterde.
‘Dat is iets wat ik zelden doe. Maar ik merkte dat ik gedurende die luistersessie voortdurend aan glimlachen was. Ik voelde me werkelijk opgetild. Sommige songs reflecteren ten diepste wat in me zit. En ik heb ontdekt dat dat de ruimte is voor vreugde in het leven van Susie en mij.’
Frogs is wellicht het mooiste voorbeeld van die herwonnen vreugde. Er schalt een hoorn die een nieuwe dageraad lijkt aan te kondigen, strijkers deinen, een koor zwelt aan. Cave zingt met zijn melancholieke bariton dat het een groot voorrecht is om met zijn geliefde, zijn vrouw Susie, mee naar huis te lopen en jubelt in de kerk van het alledaags geluk.
Dat terwijl er in het nummer ook een verwijzing is naar de bijbelse moord van Kaïn op zijn broer Abel, en Cave kikkers ziet springen naar God, ‘amazed of love’, om weer in de goot belanden, ‘amazed of pain’.
‘Het is die onderlaag van lijden die door de hele plaat loopt. Een plaat die op zich vreugdevol is, maar niet blij. Voor mij is vreugde de sprong die een kikker maakt, omhoog verend en weer op aarde belandend, een transcendente maar tijdelijke ervaring van geluk. Aan de basis van ons bestaan ligt een gevoel van verlies. Maar het mooie van mensen is dat we daar tijdelijk aan kunnen ontsnappen. En dat gebeurt er volgens mij als we vreugde ervaren.’
Er is geen ontsnappen aan lijden. Maar wie daarin berust zal vrede vinden. In As the Waters Cover the Sea, de serene afsluiter van het album, schildert Cave zijn vrouw Susie als een slapende vrouw die bij het raam zit met haar handen gevouwen in haar schoot. Een directe verwijzing naar Maria, vervuld van geloof en geduld, bij het graf van haar zoon, wachtend op zijn verrijzenis. Een beeld dat de zanger eerder opgeroepen heeft in Faith, Hope en Carnage. Een metafoor voor het geduld en vertrouwen dat een songschrijver, en iedere creatieveling, moet hebben dat het ene specifiek beeld of idee zich zal openbaren.
Wilt u met dat nummer zeggen dat zij die te hard hun best doen niet tot diepere inzichten zullen komen? Of het nu rouw betreft of creativiteit?
‘Dat is een prachtige observatie. Ik kwam op het idee toen ik op een dag naar mijn vrouw keek die aan de andere kant van de kamer in een onschuldige slaap was gevallen. Ze straalde een diepzinnige vrede uit. Volgens mij komen diepzinnige zaken vaak tot ons in de simpelste situaties. Susie heeft daar aanleg voor, omdat ze rust heeft gevonden in haar ervaringen na de dood van Arthur. Als hij in haar droom verschijnt of als ze zijn aanwezigheid voelt, hoeft ze dat niet verder te duiden of in te passen in een bestaand geloofssysteem. Haar hele geloofssysteem is gebouwd op de dood van haar zoon. Ik ben juist die persoon die voortdurend worstelt met ideeën en vragen om antwoorden te vinden binnen mijn geloof.’
Maar in As the Waters Cover the Sea laat Cave zich uiteindelijk opnemen in een zee van gospelstemmen. Hij zingt met religieus vertrouwen: ‘Peace and good tidings to the land.’ Waarna alles in harmonie eindigt.
‘Het gaat van het kosmische naar het religieuze en uiteindelijk naar het diep menselijke. Toen Susie wakker werd van haar middagdutje draaide ze zich naar me en zei: alles komt goed, maak je geen zorgen.’
22 september 1957 Geboren in Warracknabeal in Australië.
1977 Oprichting The Boys Next Door, Caves eerste serieuze bandje dat eigen materiaal speelt.
1980 The Boys Next Door wordt omgedoopt in The Birthday Party. De band verhuist van Melbourne via Londen naar Berlijn en krijgt een cultstatus. Cave krijst en kermt op het podium en zingt nummers vol gitaarfeedback en teksten vergeven van zonde, zedeloosheid en verdoemenis.
1983 The Birthday Party wordt opgeheven. Formatie van Caves begeleidingsband The Bad Seeds.
1984 Debuutalbum From Her to Eternity.
1985 The Firstborn Is Dead, het tweede album, staat bol van invloeden van het Amerikaanse Zuiden en verwijst onder anderen naar Elvis Presley en bluesman Blind Lemon Jefferson.
1988 Het album Tender Prey, met de single The Mercy Seat, zorgt voor een bredere bekendheid en aandacht. De video wordt ook op MTV gedraaid.
1989 And the Ass Saw the Angel, Caves eerste roman.
1990 The Good Son, een album met pianoballads.
1996 Murder Ballads, het bestverkochte album van de band, met daarop duetten met Polly Harvey en Kylie Minogue. Het duet met Minogue, Where the Wild Roses Grow, wordt een hit.
1997 Het album The Boatman’s Call is een breuk met de archetypische gewelddadige songonderwerpen en gaat over relaties, verlies en verlangen.
2005-2007 Cave schrijft scripts voor films en maakt met bandlid Warren Ellis muziek voor films onder andere The Road.
2006 Oprichting van de band Grinderman, een hobbyproject van een aantal Bad Seeds-bandleden en Cave op gitaar. Terugkeer naar de rauwe vroege sound van The Bad Seeds.
2009 The Death of Bunny Munro, Caves tweede roman.
2015 De dood van Caves zoon Arthur.
2016 Het album Skeleton Tree was deels al opgenomen voor de dood van Arthur. De documentaire One More Time with Feeling portretteert Cave en de band in de nasleep van Arthurs dood.
2018 Oprichting van het onlineforum The Red Hand Files, waarop Cave de vragen van fans beantwoordt. Cave geeft ook een serie concerten, Conversations with Nick Cave, waarin hij het gesprek aangaat met zijn fans.
2019 Ghosteen, een meditatief poëtisch album dat volledig is gekleurd door de dood van Caves zoon. Het album belandt in veel jaarlijstjes op de eerste plaats.
2022 Faith, Hope and Carnage, een bundeling van gesprekken over rouw, geloof en creativiteit die Cave voerde met journalist Sean O’Hagan. Het wordt een bestseller in het Verenigd Koninkrijk.
2024 Wild God, het achttiende album van Nick Cave & The Bad Seeds.
Nick Cave is getrouwd met modeontwerper Susie Bick. Ze kregen twee zonen: Arthur en Earl. Cave heeft nog een zoon, Luke, uit zijn eerste huwelijk met Viviane Carneiro, en een zoon Jethro, uit een vroegere relatie, met wie hij geen contact had. Jethro overleed in 2022.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant