Home

Op de begraafplaats bij de kibboets hoor je de knallen uit Gaza. ‘We houden hoop dat mijn broer nog leeft’

Bij een kibboets die op 7 oktober werd aangevallen, leggen Israëliers hun dierbaren te ruste. Vlakbij en duidelijk hoorbaar voert het leger de oorlog die velen hier beëindigd willen zien. ‘Netanyahu heeft ons in de steek gelaten.’

Een serene stilte is neergedaald over de begraafplaats van Nir Oz, een kibboets in het zuiden van Israël, nabij de Gazastrook. Honderden mensen hebben zich verzameld rond de kist met het lichaam van Chaim Peri, een 79-jarige inwoner van de kibboets die op 7 oktober vorig jaar werd ontvoerd door terroristen van Hamas.

De ceremonie is eenvoudig en werelds. Geen rabbijn hier, geen gebeden, geen joods-religieuze gebruiken, wel twee popliedjes. De bewoners van Nir Oz zijn seculier, zoals die van bijna alle kibboetsen in Israël. Keppeltjes zijn zo goed als afwezig bij de mannen, om maar te zwijgen van pijpenkrullen. Iedereen heeft zomerse vrijetijdskleding aan, ook de familie. Veel bezoekers dragen een zwart T-shirt met de tekst ‘bring them home now’, een verwijzing naar de ruim honderd gijzelaars die – dood of levend – nog in handen zijn van Hamas.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.

Het is een van de ongerijmdheden van de aanval van Hamas, binnenkort een jaar geleden. Bewoners van de kibboetsen zijn veelal links. Ze hebben (of hadden, op z’n minst) begrip voor het Palestijnse verlangen naar zelfbeschikking, veel meer dan de gemiddelde Israëliër. En juist deze aanhangers van de vredesgedachte werden de slachtoffers van de Hamas-razernij.

Bommen en artillerievuur

In de toespraakjes gaat het daar allemaal niet over. De overledene wordt door zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen herdacht met liefdevolle woorden. En geregeld klinken, vanuit de Gazastrook, doffe knallen van bommen en artillerievuur. Het Israëlische leger aan het werk.

Een zin die het waard is even te herhalen: geregeld klinken doffe knallen van bommen en artillerievuur. Een filmscenarist zou het niet durven verzinnen. Terwijl familie, vrienden en kibboetsbewoners op ingetogen wijze Chaim Peri ter aarde bestellen, wordt zegge en schrijve 2.500 meter verderop, in Khan Younis, duidelijk hoorbaar voortgezet wat critici van Israël de genocide op de bevolking van Gaza noemen.

Deze week werd in Khan Younis, in het zuiden van de Gazastrook, het offensief tegen Hamas opgevoerd. Bewoners van het naastgelegen Deir al-Balah werden door het Israëlische leger gemaand naar elders te vertrekken. Waarheen, dat was niet duidelijk. Veel families uit Khan Younis en Deir al-Balah zochten hun toevlucht tot het strand, dat inmiddels vol staat met haastig opgezette tenten.

De scène op de begraafplaats illustreert dat de mentale afstand tussen de twee gemeenschappen – de Palestijnen in Gaza en de Israëlische samenleving – omgekeerd evenredig is aan de fysieke afstand. Veel Israëliërs ontgaat het wat zich in Gaza afspeelt, in de Israëlische media is daar amper aandacht voor. Media die al bijna elf maanden lang, dag in dag uit, tot in detail verhalen blijven brengen over wat er gebeurde op de dag die simpelweg als ‘7 oktober’ voortleeft. Mocht de wond al geneigd zijn te herstellen, dan wordt ze door de tv-zenders wel vers gehouden.

Saferoom met kogelgaten in de deur

Hier, in Nir Oz, is het de kibboets zelf die het verhaal vertelt, zwijgend en wel. Geblakerde en uitgebrande woningen. Omgevallen tuinmeubels. Dani Elgarat (65) opent de deur van de woning van zijn vier jaar oudere broer Itzik. Hij is hier sinds de aanval van Hamas al zo’n tienmaal eerder geweest, de eerste keer op 10 oktober. ‘Ik wilde met eigen ogen zien wat er was gebeurd’, zegt hij.

Hij heeft niets veranderd aan wat hij aantrof. Het is nog altijd een enorme ravage, alles is overhoop gehaald. Elgarat trekt laatjes open, vindt een fotoalbum. Hij bladert erin en legt het mistroostig terug. De gescheiden Itzik leefde alleen in het kleine huis, één in een geschakeld rijtje van vier. Zijn kinderen wonen in Denemarken.

Dan loopt Elgarat naar de saferoom, de beschermde kamer waarover veel huizen in Israël beschikken. Rond de deurknop zitten kogelgaten, aan de binnenkant zijn opgedroogde stroompjes bloed te zien. ‘Vanuit deze kamer belde mijn broer me op 7 oktober, ’s ochtends om half 10. Ik was thuis in Tel Aviv’, zegt hij. ‘Itzik was in paniek. ‘Dit is het einde, dit is het einde!’, schreeuwde hij. Hij was gewond aan zijn hand, door de telefoon hielp ik hem het bloeden te stoppen.’

Mannen van Hamas waren het huis binnengedrongen, Itzik had zich opgesloten in de saferoom. Maar saferooms zijn ingericht op raketaanvallen, niet op acties als die van Hamas. Overal in de aangevallen kibboetsen moesten bewoners – bizar detail – urenlang de deurklink naar beneden houden. Zo ook Itzik. Maar hij hield het niet vol, nadat kogels door de deur heen zijn hand hadden geraakt.

‘Hij werd meegenomen naar Gaza’, zegt Elgarat. ‘Daar brachten de terroristen hem naar het ziekenhuis. Toen hij na zes weken voldoende was opgeknapt, werd hij naar een tunnel overgebracht. Een gijzelaar die later vrijkwam, heeft hem daar gezien. Ze zei dat het goed ging met hem. Zijn karakter was onaangetast, haha.’

De volgende keer dat iets over zijn broer werd vernomen, was in april. Hamas liet toen weten dat zeven gijzelaars waren omgekomen bij Israëlische bombardementen. Onder de zeven namen was die van Itzik. ‘Maar het leger heeft zijn dood niet bevestigd’, zegt Elgarat. ‘We houden hoop dat hij nog in leven is.’ Hamas heeft immers al eerder een gijzelaar ten onrechte doodverklaard.

Staakt-het-vuren

Maar door hoop alleen zullen Itzik en de andere 107 resterende gijzelaars niet terugkeren. Daarvoor is een staakt-het-vuren nodig tussen Hamas en Israël, vinden veel familieleden van gijzelaars. De druk op de regering van premier Benjamin Netanyahu wordt daarom opgevoerd.

Al sinds oktober vorig jaar wordt in het centrum van Tel Aviv gedemonstreerd onder het motto ‘bring them home now’. Aanvankelijk was dat een wanhopige, ongerichte hartenkreet, maar gaandeweg is de beweging naast omvangrijker ook politieker geworden. Netanyahu wordt verweten de oorlog voort te zetten uit politiek eigenbelang; de ontvoerde burgers zou hij daaraan opofferen. Zelf zegt de premier dat militaire actie nodig is om de gijzelaars vrij te krijgen.

‘Onzin’, zegt Elgarat, die een vooraanstaande rol speelt in het radicaalste segment van de protestbeweging. ‘Netanyahu saboteert de onderhandelingen. Hij is bang dat de extreemrechtse ministers opstappen als hij een bestandsakkoord sluit. Dan valt zijn regering en dreigt hij voor de rechter te komen wegens corruptie.’

‘Ik ben niet verantwoordelijk voor het verleden, ik moet de toekomst fiksen’, zo citeert Elgarat de premier, toen hem na 7 oktober werd verweten de veiligheid van het land te hebben verwaarloosd. ‘En nu zijn we hier op het kerkhof’, zegt de gepensioneerde politieman. ‘Dit is dus die toekomst. Hij heeft het niet gefikst.’

Op een bijeenkomst in juni van de Reichman Universiteit in Tel Aviv las Elgarat een gefingeerde brief voor, zogenaamd geschreven door zijn broer en gericht aan minister-president ‘Bibi’ Netanyahu. ‘Beste Bibi’, aldus de brief, ‘al acht maanden zegt Hamas tegen ons dat de regering ons heeft opgegeven. Gisteren zag ik je interview op Channel 14 en besefte ik: Hamas heeft gelijk. Terwijl de tijd verstrijkt, verdwijnen wij langzaam en wordt het aantal overlevenden steeds kleiner. Jij hebt ons in de steek gelaten. Hamas zorgt beter voor ons dan jij. Zij geven om mijn leven, jij niet.’

‘Netanyahu heeft het over de totale overwinning’, zegt Elgarat, die als een van de zeer weinige familieleden een gele Jodenster met ‘7/10’ draagt. ‘De totale overwinning is voor hem dat hij aan de macht kan blijven. In zijn ogen heeft de staat geen premier, de premier heeft een staat.’

Contact met de regering hebben de activisten van Elgarats groep niet. Wel dringen ze elke week aan op een staakt-het-vuren als insprekers bij een commissie van de Knesset, het parlement. ‘Israël is nog een democratie, nóg wel.’

Tot nu is het tevergeefs. Slechts acht gijzelaars zijn door militaire actie vrijgekomen. Minstens 36 gijzelaars zijn overleden, óók door Israëlisch legergeweld, waarschijnlijk net als een deel van degenen wier lot onbekend is, zoals Itzik Elgarat.

Vooralsnog houdt de rode kat van Itzik de wacht voor diens huis. Met de voorpoten gestrekt ligt het beest op een schaduwrijk plekje in de voortuin. Hij wordt – net als de andere katten van de kibboets – verzorgd door een van de twee bewoners van Nir Oz wier huis niet werd aangevallen op 7 oktober. Zij zijn de enigen die bleven, de 358 anderen verblijven elders.

Nir Oz is de zwaarst getroffen kibboets van Israël. Ruim een op de vier bewoners werd vorig jaar vermoord dan wel ontvoerd. Bovendien is het de enige kibboets waar Israëlische militairen die dag geen schot hebben gelost: ze kwamen te laat.

Het is dan ook geen toeval dat van de zes lichamen die bijna twee weken geleden door het leger werden gevonden in een tunnel in Gaza, er vier de afgelopen dagen zijn begraven in Nir Oz. Chaim Peri was dinsdag de laatste. Op de begraafplaats liggen ze naast elkaar. Hoopjes zand, de grafmonumenten komen later. Het verse graf van Peri is bedolven onder de bloemen; de bloemen van de anderen zijn al verschrompeld in de hete zon.

Bij de nazit dinsdag met hapjes, frisdrank en bier staan foto’s van de vier onlangs begraven mannen uitgestald op tafel: Alex Dancyg (75), Chaim Peri (79), Yoram Metzger (80) en Abraham Munder (78). In de hal naast de gemeenschapsruimte staat de kast met brievenbussen van de hechte kibboetsgemeenschap. Rode, zwarte en blauwe stickers geven per postvakje de status aan van de bewoners: rood betekent vermoord (42), zwart ontvoerd (67), blauw bevrijd (2).

Op de dag van Peri’s begrafenis boekte de Israëlische regering een succesje. Een Arabische gijzelaar werd bevrijd uit een tunnel in Gaza. De 52-jarige Qaid Farhan Alkadi was een van de acht bedoeïenen die vorig jaar door Hamas werden gegijzeld, de meesten werkten op een kibboets.

De bevrijding werd door de regering en Israëlische media breed uitgemeten. Alkadi werd gebeld door Netanyahu en president Yitzhak Herzog. Netanyahu zag zijn militaire aanpak bevestigd. ‘We werken onvermoeibaar om al onze gijzelaars terug te krijgen’, liet hij in een verklaring weten. ‘Dit vereist onze militaire aanwezigheid op de grond en constante militaire druk.’

Op de beweging van familieleden maakt het geen indruk. Woensdag wordt op hun bijeenkomst een voorstel in stemming gebracht om de regering het vuur nog sterker aan de schenen te leggen. Driekwart stemt voor.

Donderdag trekt een karavaan naar de Gazastrook, vrachtwagens met grote luidsprekers voorop. Nabij de grens wordt halt gehouden. Uit de speakers wordt een boodschap voor de gevangen gijzelaars over het hek geblèrd. Antwoord komt er niet. Of jawel: geregeld klinken doffe knallen van bommen en artillerievuur.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next