Schrijver Dolly Alderton staat bekend om haar expertise op het gebied van liefde, relaties en gebroken harten. Maar ook op andere terreinen heeft deze weekendgids, wier roman Good Material nu in het Nederlands vertaald is, best wat tips paraat, van het allerbeste kussen tot verslavend lekkere pistachecrème.
Liefdesverdriet is bekend terrein voor de Engelse schrijver Dolly Alderton, zowel in haar werk als in haar leven. Alderton is de schrijver van onder andere de bestseller Everything I know about love (Alles wat ik weet over liefde, 2019), later omgevormd tot een Netflixserie, ze lost lezersdilemma’s op in haar brievenrubriek ‘Dear Dolly’ in de Sunday Times en is maker van podcasts als The High Low en Love Stories, waarin ze met haar gasten praat over de belangrijkste relaties in hun leven. Op al die terreinen staat ze bekend om haar expertise op gebied van liefde, romantiek, en gebroken harten.
In haar vorig jaar verschenen boek Good Material, waarvan deze maand de Nederlandse vertaling uitkwam onder dezelfde titel, doet Alderton iets nieuws en interessants. Waar ze eerder meestal haar eigen perspectief op de liefde gebruikte, schrijft ze in dit boek vanuit het perspectief van een man.
In Good Material is Andy Dawson (35), een stand-upcomedian die bar weinig succes heeft, net verlaten door zijn vriendin Jen. Hij begrijpt niet waarom ze is vertrokken, worstelt met zijn nieuwe leven als vrijgezel, met zijn magere carrière, omringd door vrienden die weinig tijd voor hem hebben, want: kinderen en ingedutte levens.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Alderton beschrijft het dertigersleed met veel humor en met gevoel voor de tijdgeest. Aan het einde van het boek (met goddank geen conventioneel happy end, maar daarover later meer) voegt ze een korte sectie toe vanuit het perspectief van Jen, waardoor we nét een andere kijk krijgen op de zaak.
Of zoals The Guardian het samenvat in een lovende recensie: ‘Een slimme manier om de losse eindjes aan elkaar te knopen en laat goed zien hoe dit sympathieke en bevredigende boek een paar van de hardnekkigste clichés van romantische fictie vermijdt.’
In een zoomgesprek, waarin ze me vrolijk zal rondleiden door haar huis, laptop in de hand, licht Alderton toe hoe ze voor haar boek vijftien mannen interviewde, collega’s en vrienden, om hen specifieke details te ontlokken over hoe mannen omgaan met liefdesverdriet.
Alderton: ‘Ik heb enorm genoten van mijn pogingen in het hoofd van een man te kruipen. De grootste uitdaging was te begrijpen hoe mannen zich gedragen als er geen vrouwen bij zijn. Ik had een hele lijst vragen, sommige heel specifiek: Heb je ooit gehuild waar een vriend bij was? Andere veel algemener: Hoe voel je je als je je hart uitstort bij een vriend? Ik heb daardoor heel waardevolle details te horen gekregen.
Het waren natuurlijk allemaal individuen, dus ik heb geprobeerd uit te vogelen welke ervaringen bij hun persoonlijkheid hoorden, en welke ervaringen echt iets zeggen over de opvoeding van jongens en de mannelijke cultuur.’
Mannen bleken trouwens ook gewoon maar mensen, want Alderton ontdekte veel overeenkomsten tussen de manier waarop mannen liefdesverdriet ervaren en de ervaringen van haar en haar vriendinnen. ‘Ze zijn net zo geobsedeerd. Ze pijnigen zichzelf evenveel. Ze rouwen en treuren net zoveel als wij. Maar ze hebben misschien, en hier generaliseer ik, wat minder sociale ruimte om dit te uiten.’
Bij haar eigen hartzeer wendt Alderton, die na een roerig liefdesleven nu al even geen relatie heeft, zich dus inderdaad tot haar vriendinnen, én tot boeken. Boeken als een variant op troosteten, want: ‘Ik lees de boeken die ik al een miljoen keer heb gelezen en die me een veilig en knus gevoel geven. De boeken van Bridget Jones, en altijd weer Eat Pray Love. Ik haat het hoe laatdunkend mensen doen over dat boek, ik vind het prachtig en filosofisch. Dus daar ga ik naar terug als mijn hart gebroken is. Of naar Nick Hornby, of naar Heartburn van Nora Ephron.’
‘Een gebroken hart voelt voor iedereen steeds weer als de ergste pijn ooit. En het is schaamtevol. Maar iedereen op aarde heeft het doorgemaakt, of gaat het doormaken. Als je brieven leest uit 1600, dan gaat het over verloren liefdes en pijn. Dat is de universele ervaring van mens zijn: we gaan van mensen houden en we gaan ze verliezen. En de meeste mensen vinden ook weer geluk – dat is heel fijn om je te realiseren door er boeken over te lezen.’
Ook van het schrijven van Good Material leerde Alderton weer iets bij. ‘Ik denk dat ik nu werkelijk beter begrijp dat als iemand niet bij je wil zijn, het geen ramp is. Dat het geen definitieve afwijzing is van je persoonlijkheid. Ik begrijp dat nu beter, omdat ik helemaal heb proberen uit te pluizen waarom Jen niet meer bij Andy wil blijven.
‘En waar het op neer kwam: ik snapte dat zelfs als schrijver en bedenker van deze personages niet helemaal. Jen zégt dat ze geen relatie meer wil, maar over twintig jaar kan ze ook zo maar wel weer verkering hebben. Mensen zijn inconsequent en niet alles is verklaarbaar.’
Alderton kreeg na publicatie van Good Material in Engeland veel, en heel emotionele reacties van lezers, die haar deden denken aan de reacties op haar debuut, Everything I know about love, waarin de vrouwelijke ik-persoon zich dankzij haar vriendinnen staande houdt in het rommelige en ingewikkelde datende leven.
‘Toen ik Everything I know about love schreef, was ik 28, ik was 29 toen het boek uitkwam. Dat is nu zes jaar geleden. Ik had niet eerder bedacht dat er een verband zou kunnen bestaan tussen die twee boeken, maar dat is er duidelijk wel. Dat komt denk ik door de laatste pagina’s van Good Material.
‘Die zijn een ode aan alleen zijn, aan het kiezen van een onconventioneel pad in je leven en niet bang zijn voor wat dat betekent. Dát willen lezers van mij. Ze willen verhalen over relaties die geen conventionele, huiselijke eindes hebben. Ik denk dat we daar allemaal naar snakken.’
‘Ik keek deze film thuis. Hij is van vorig jaar, hij had een Oscar gewonnen (voor beste aangepaste scenario, red.), dus ik was benieuwd. Het is een film over mijn branche, het gaat over de uitgeverswereld. En ik vond het heel interessante vragen oproepen. Wie wordt uitgegeven? Wie verdient het meeste geld? Wat wil het publiek en in hoeverre moeten we ze dat geven? De film gaat over een Afro-Amerikaanse schrijver uit de betere kringen die maar geen uitgever kan vinden, totdat hij als parodie bedoeld boek uitgeeft, vol met stereotiepe onderwerpen over de ‘straat’, rappers, drugs, dat een enorm succes wordt.
‘De afgelopen jaren zijn uitgevers steeds meer gaan nadenken over de ongelijkheid tussen witte auteurs en auteurs van kleur. En de maatregelen die worden genomen om die ongelijkheid weg te nemen en de gedachteloze vergissingen die daarbij worden gemaakt, de goede bedoelingen en de treurigheid die daarmee gepaard gaan, maar óók de absurde humor die daarin zit, dat zit allemaal in deze film. De acteurs zijn geweldig, het is vreselijk grappig en de film heeft een van de beste soundtracks die ik in lange tijd heb gehoord. Ik ben een enorme jazzfan, en het is zo’n prachtige jazzy soundtrack. Ik vond het op al die manieren een heerlijke kijkervaring.’
‘Ik ben een grote fan van Billie Eilish. Ik aanbid haar. Ze weet heel goed wie ze is, en ik denk dat ze met elk nieuw album meer en meer zichzelf wordt. Ze groeit op in de openbaarheid, met al die afgrijselijke media-aandacht die er altijd is rond een jonge vrouw. En toch neemt ze de ruimte de dingen te doen die ze wil doen, of kiest ze zomaar voor een uiterlijke metamorfose. En daar verontschuldigt ze zich niet voor. Haar ouders hebben het verdomd goed gedaan, met haar opvoeding.
‘Ik heb ook die documentaire over haar gekeken en je ziet dat ze heel liefdevol zijn. En ik weet gewoon zeker dat ik over dertig jaar nog steeds naar haar luister, dat we allemaal nog naar haar luisteren. Dit nieuwe album is zo goed. Het is veranderlijk, sexy, grappig en heel erg catchy. Chihiro is mijn lievelingsnummer. Ik denk dat dat nu al mijn meest geluisterde track van het jaar is. Ze heeft dat dromerige in haar stem dat me echt meesleept en het heeft tegelijkertijd een goeie beat. Het is een geweldig, opzwepend lied, I love it.’
‘Ik ben dol op pistache-ijs en een paar jaar geleden kreeg ik daarom van een vriendin een potje crema al pistacchio voor mijn verjaardag. Ze had dat in een delicatessenwinkeltje gevonden. Eten jullie daar in Nederland Nutella? Beeld je dan in: Nutella gemaakt van pistachenoten. Als ik in Italië ben, dan koop ik hier potten vol van. Het is een soort romige, groene, zoete, heel nootachtige pistachepasta.
‘Ik eet het als snack, gewoon met een lepel uit de pot. Ik vind het heerlijk op toast. En ik heb iets nieuws, een Italiaans dessert dat ik nu graag maak. Je neemt bevroren frambozen en daar giet je hete witte chocoladesaus overheen. En nu komt ie: ik mix de pistachecrème dóór die chocoladesaus.
‘Je kunt die crème trouwens ook in een croissant smeren, het maakt gewoon alles beter, het is zo heerlijk. Wacht, ik laat je zien hoeveel potten ik in mijn keukenkastje heb. Ik ben net terug uit Rome, ik heb nu vier verschillende, dit is een hazelnotenvariant die ik vond tijdens mijn vakantie. Ik zeg je: je hebt dit nodig in je leven.’
‘Ik kocht mijn eerste appartement twee jaar geleden en omdat ik zo lang in huurhuizen had gewoond, was mijn interieur nooit echt een prioriteit. Ik lag gewoon op een waardeloos matras dat ik van iemand kon krijgen, en ik vond het ook heerlijk om me niet druk te maken over materiële zaken. Maar ik droomde wel altijd van een eigen appartement, en ik had nooit gedacht dat me dat ooit echt zou lukken.
‘Dus, ja, als ik nu een prullenbakje nodig heb voor op de wc, dan lees ik alle artikelen die ik kan vinden over het beste prullenbakje, welke de beste pedaal heeft, noem het maar op. Ik was 33 toen ik hier kwam wonen en nu wil ik graag spullen verzamelen die ik aan mijn kleinkinderen zou kunnen doorgeven. Dus zo was het ook met mijn kussen, ik wilde het allerbeste hebben.
‘O, ik moet je mijn kat laten zien, want ik denk dat ze nu op mijn kussen ligt te slapen. Ja, bingo, kijk daar ligt ze, op het beste kussen dat ik ooit heb gehad. Hoe moet ik het uitleggen? Het is gewoon een zacht maar tegelijkertijd stevig kussen. Ik weet niet eens wat er in die kussens zit. Microfoam? In elk geval geen veren, dacht ik. Of misschien een mix van veren en foam.
‘Ik ben 1 meter 80, met een lange rug, en ik zit de hele dag aan een bureau te schrijven. En nu ik bijna 36 ben, moet ik de hele tijd dingen doen om te zorgen dat ik geen nek-, schouder- en rugpijn krijg. Als ik met deze kussens slaap, heb ik nooit meer last van nekpijn. Zodra ik in een hotel overnacht voor werk: meteen nekpijn. Dus ik ben nu bijna zover dat ik zo’n gekkie word die de hele tijd overal haar eigen kussen mee naartoe sleept.’
‘Het is lang geleden dat ik me zo gevoeld heb over een boek. Het is grappig en heeft een geweldig plot. Ik vond het verslavend. Het verhaal heeft veel wendingen, en de verteller is intrigerend en raar.
‘Maar het geweldigst aan All Fours is dat elke keer als je denkt te snappen waar het boek over gaat, je een nog groter onderwerp krijgt voorgeschoteld. Dus in eerste instantie denk je dat je over monogamie leest. En dan denk je, nee, het gaat over moederschap. Dan denk je dat het over een traumatische bevalling gaat, en daarna gaat het weer over lichamen. En het bouwt allemaal op tot het slot en de laatste bladzijde, waar je je realiseert dat je aan het lezen bent over het bestaan, en ouder worden en de dood.
‘Dit boek is een gelaagd cadeau vol diepzinnigheden. Op elke pagina gebeurt iets verbijsterends. En ik blijf voor altijd over dit boek denken, zo goed vond ik het. O ja, en een groot gedeelte gaat over de menopauze, natuurlijk. Maar, zoals ik zei, ook in dat stuk over de menopauze ben je eigenlijk aan het lezen over de dood en de zin van het leven. Ik heb de woorden niet om recht aan dit boek te doen, ik wil gewoon dat elke vrouw dit leest.’
‘Ik hou van Ephrons essays over het leven en vrouw zijn, ze zijn tijdloos. Een van mijn favoriete bundels is I feel bad about my neck (Wat baal ik van mijn hals). I remember nothing (Daar staat mij niets van bij) is ook geweldig.
‘Maar haar beste bundel is The Most of Nora Ephron, die ze schreef toen ze jonger was. Er zitten ook stukken over journalistiek in en over feminisme. Ephron is een meesterlijk verteller, haar proza is makkelijk te lezen en zit vol met scherpe observaties.
‘Ze is grappig, heel intelligent en filosofisch over de mensheid en hoe we ons tot elkaar verhouden. Voor mij is ze de beste gids op het gebied van relaties. Of het nu de relatie is met je moeder, je kinderen, je man, je beste vriendin of je zus.’
31 augustus 1988 Geboren in Londen.
Studie Drama en Engels aan de Universiteit van Exeter, master in journalistiek aan de City University in Londen.
2015 Columnist bij The Sunday Times.
2018 Debuut: Everything I know about love.
2020 Brievenrubriek Dear Dolly.
2020 Ghosts.
2016-2020 Podcast The High Low.
2018-2019 Podcast Love Stories.
2022 Dear Dolly.
2023 Good Material.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant