Home

Laat Vlieland met rust en roep dit ongerepte stukje Nederland uit tot festivalloos reservaat

De lezersbrieven, over Into The Great Wide Open, haatberichten, de werkweek, zzp’ers, psychiatrie, Gummbah, marktwerking op het spoor en de interviews met 100-jarigen.

Ongekend is het hoeveel werk er verzet wordt om een megafestival op het kleine Vlieland groen en duurzaam te krijgen. Stille vrachtwagens, geavanceerde elektrotechnieken, waterstofenergie, mobiele batterijen, heftrucks op stroom - het kan niet op, van alles wordt er verscheept vanaf het vasteland. Bakken geld worden geïnvesteerd om geluidsoverlast en schade aan het landschap te voorkomen.

Ondertussen wordt aan de meest voor de hand liggende oplossing geen enkele gedachte gewijd. De naam van het hele gebeuren is Into The Great Wide Open. Groots en open, ja, dat is Vlieland, het bescheiden eiland met authentiek waddenkarakter: één dorpje, wuivend helmgras, stille stranden, eindeloze horizonten, ruisende getijden. Het managen van die groen georkestreerde invasie van podia, machinerieën, bands, horeca en toeschouwers in deze unieke natuur wordt als een onontkoombare uitdaging gepresenteerd.

Maar waarom eigenlijk? Het is een zelfgemaakt probleem. Er zijn evenementen zat in Nederland, tot in de Biesbosch en op Terschelling aan toe. Laat Vlieland gewoon met rust en roep dit ongerepte stukje Nederland uit tot festivalloos reservaat. Dan ben je in één klap klimaatneutraal. Gratis.
Trees Roose, Haren

Niet opgeven

Met tranen in mijn ogen las ik de column van Asha ten Broeke. Ook ik zou graag willen leven in een land waar kwetsbaarheid normaler is dan haat. In wat voor land leef ik dat er mensen zijn die zoveel bagger over onder anderen columnisten uitstrooien? Ik voel me zo langzamerhand een vreemdeling in ­eigen land. Indachtig de column van Tommy Wieringa (Ten eerste, 29/8) ­vervloek ik de tijd dat sociale media in ons leven kwamen. En spreek ik de hoop uit dat alle columnisten van de Volkskrant (mijn complimenten) ondanks alle shit die ze over zich heen krijgen, hun werk zullen blijven doen en niet opgeven.

Lidy Vermeer, Amsterdam

Blijf schrijven

Dag Asha, ik ben het vaak niet me je eens, maar blijf schrijven. Voor mij is niets heilzamer dan me af en toe op te vreten over mensen die een ander standpunt hebben dan ik. Sterker nog, ik lees de Volkskrant om me voortdurend te ergeren over onder meer de onderwerpen, de wisselende kwaliteit van de stukken van je collega’s en de kluitjesvoetbaljournalistiek. Maar heel af en toe liggen er goudklompjes op mijn zeef, ook jouw stukken.
Dus Asha, nogmaals: blijf schrijven. Help me mijn bekrompen wereldbeeld te verruimen.
Bertine van Brakel, Voorburg

Werkweek

Peter de Waard geeft argumenten voor het verlengen van de werkweek. Bij alle waardering voor dergelijke pleidooien mis ik vaak en ook hier de bredere context: welke idealen streven we na voor onszelf, onze kinderen en kleinkinderen, en welke voor­waarden moeten we daarvoor creëren?
In de jaren zestig werd de vijfdaagse werkweek mogelijk door beleid, waardoor één ‘kostwinner’ in die werkweek een gezinsinkomen kon verdienen. ­Weinig mensen willen terug naar een zesdaagse werkweek, laat staan naar het fenomeen ‘kostwinner’. Logisch. En tegelijkertijd is het jarenzeventig-ideaal van een verdere verkorting van de betaalde werktijd totaal niet meer in beeld.

Waarom niet? Waarom werken we onszelf en de planeet momenteel liever naar de ratsmodee? Destijds was er een wenkend perspectief. Voor het beeld ga ik even uit van een gezinssituatie waarbij beide partners 24 uur per week ­betaald werken. Dat kan in allerlei varianten, maar in elke variant is er tijd voor elkaar, voor kinderen, voor het werk zelf, voor hobby’s, voor cultuur, voor mantelzorg, voor het huishouden, voor feesten, voor opleidingen, voor vrienden. Noem maar op.

En terwijl de naar lucht snakkende planeet aarde op adem kan ­komen, heeft iedereen – mits eerlijk ­verdeeld – voldoende inkomen voor wat er écht toe doet. Welzijn en welvaart, hand in hand.

Dan moeten ook soortgelijke voorwaarden als bij de overgang van een zes- naar vijfdaagse werkweek gerealiseerd worden. Dat betekent allereerst dat een alleenstaande met de minimuminkomsten uit zo’n 24-urige werkweek kan rondkomen. Dat is best mogelijk, maar vereist verregaande inkomenspolitiek met als sleutelaspecten: eerlijk verdelen en geleidelijkheid richting einddoel.


Voor mij lijdt het geen twijfel dat dit haalbaar is. Maar ja, ik ben dan ook een kind van de jaren zestig.

Ludo Grégoire, Leiden

Schijnwerknemerschap

Er is een categorie zzp’ers die nog niet aan bod is gekomen in de recente verslaggeving over de aanstaande veranderingen in wetgeving en controle (‘Een nieuwe wet pakt schijnzelfstandigheid aan. Moet iedereen dan in loondienst?’): de (veelal academisch gevormde) ­interimmers in het bedrijfsleven.

Ik werk al meer dan twintig jaar als interim-bedrijfsjurist bij een hele reeks bedrijven. Vaak vervang ik een bedrijfsjurist die met zwangerschapsverlof gaat, andere keren gaat het om tijdelijke ondersteuning van de juridische afdeling, al dan niet tijdens afwezigheid door ziekte of sabbatical, of in afwachting van een nieuw aan te nemen bedrijfsjurist.
Ik doe dit met mijn eenmanszaak, zorg voor mijn eigen verzekeringen en loop ondernemersrisico (geen opdracht betekent geen inkomsten).

Toch zou ik voor de Belastingdienst wellicht als werknemer worden aangemerkt, omdat ik meedraai in het team van juristen en mij ook aan bepaalde regels op de werkplek dien te houden.
Een mijns inziens onnodige aanscherping in de regels tegen gedwongen schijnzelfstandigheid en een grote ramp – niet alleen voor zzp’ers, maar ook voor de vele bemiddelingsbureaus. Als interimmers zoals ik straks gedwongen worden in dienst te treden voor bijvoorbeeld vervanging bij een zwangerschapsverlof, ben ik het omgekeerde geworden: een gedwongen werknemer.


Nog daargelaten de vraag of het überhaupt haalbaar zal blijken om iemand voor vier maanden in dienst te nemen: ik voel er zelf niets voor en ik kan mij voorstellen dat het ook voor werkgevers totaal niet aantrekkelijk is. Ik zie daar voor mij en mijn collega-interimmer, en ook voor de samenleving, totaal geen voordelen in. Ik wíl helemaal geen uitkering als ik geen opdracht heb, ik hoef geen ziekengeld als ik niet kan werken en ik voel er niets voor om als reguliere werknemer volledig mee te draaien in het stramien van mijn opdrachtgever.

Mijn oproep aan de politiek: zorg dat de échte zzp’ers als zelfstandige kunnen blijven werken. Voorkom schijnwerk­nemerschap.

Marie-France Admiraal, Vught

Psychiatrie

De afgelopen twee eeuwen zijn er tien­tallen duizenden psychiaters geweest die, zoals Esther van Fenema, stellen beter te weten wat de oorzaken van ‘mentaal lijden’ zijn en betere oplossingen te ­kunnen aandragen dan de reguliere ­psychiatrie. Zij noemt er enkele in haar ­opiniestuk. Toch verandert er nooit iets.

Er gaat ook nooit iets veranderen zolang de twee pijlers waarop de psychiatrie staat niet worden afgeschaft:
Psychofarmaca, die in werkelijkheid geen geneesmiddelen zijn maar narcotica, en ‘opname op een gesloten afdeling’, (dwang) die geen behandeling is, maar (para)justitiële vrijheidsberoving zonder inachtneming van mensenrechten.

Mira de Vries, bestuurslid Vereniging MeTZelf, Amstelveen

Inzicht

In de krant van 28 augustus en in de krant van 30 augustus staat dezelfde grap van Gummbah waarin twee mensen naar een paar overvliegende vogels kijken. Het zou een mooi meditatief experiment kunnen zijn om dit bijvoorbeeld twee maanden te blijven doen met deze ­cartoon.
Wie weet tot welke diepe inzichten we komen.
Marc Lezwijn, Zoetermeer

Marktwerking

Voormalig vakbondsbestuurder Roel Berghuis is wel erg negatief over marktwerking op het Nederlandse spoor. Dit komt nogal randstedelijk op mij over, want in Noord- en Oost-Nederland waren de regionale treindiensten, toen deze nog onder de Nederlandse Spoor­wegen vielen, oneindig veel slechter dan tegenwoordig.

De aandacht van de NS ging alleen uit naar de grote, rendabelere (intercity)­lijnen, terwijl voor bijvoorbeeld Arriva de regionale trajecten geen bijzaak maar hoofdzaak zijn, met veel meer ‘liefde’ voor de lijnen.
Het gaat in Nederland om beperkte marktwerking, omdat de verschillende vervoerders (bijna) geen spoortrajecten delen. I

k zou deze structuur mooi laten zoals die nu is, en treinverbeteringen in andere richtingen zoeken.

Marcel Gerrits Jans, Groningen

100-jarigen

Elke keer weer raken de interviews met de 100-jarigen mij. Prachtig, droevig en bovenal kundig opgetekend. Ogenschijnlijk simpele zinnen, maar met een diepte en gelaagdheid die mij en ook mijn moeder elke keer weet te ­beroeren.
Gewoon op de maandagochtend, tranen in je ogen.

De levenslessen krijg je er gratis bij. Daarvoor lees je de Volkskrant. Niet alleen ik, maar ook mijn 81-jarige moeder, als trouwe abonnee.
Mooie journalistieke vinding, die echt iets toevoegt voor een hoop lezers.

Sijmen van Schagen,
Erlangen (Duitsland)

55-plussers

Zaterdagochtend aan de ontbijttafel. Ik heb de nieuwe krant ­onder mijn neus en mijn moeder het Volkskrant Magazine. Na een diepe zucht begint mijn moeder voor te lezen: ‘De cijfers over de eenzaamheid onder ouderen in Nederland liegen er niet om: 30 tot 40 procent van alle 55-plussers ervaart een vorm van eenzaamheid.’ Geïrriteerd kijkt ze op, weer een rustige zaterdag­ochtend verstoord door een ­verslaggever die 55-plussers onder de senioren vindt vallen.

Is het niet de hoogste tijd om te stoppen met refereren aan 55-plussers als ouderen? De vrouw naast mij kan nog lang niet tot die categorie gerekend worden, en met haar alle 55-plussers die ik ken. In het geval van mijn moeder is eenzaamheid ook nauwelijks een groter probleem dan onder elke andere leeftijds­categorie.

Ik zou niet durven ontkennen dat eenzaamheid in Nederland een groot probleem is, maar acht dit onder mijn eigen leeftijds­genoten, midden 20, een even hoog percentage als onder de 55-plussers.

Hoe kan de 55-plusser tot de ­ouderen gerekend worden als zij veelal nog thuiswonende en/of studerende kinderen hebben, nog gemiddeld 40 uur per week werken en ook nog twaalf jaar moeten werken voordat ze met pensioen mogen?

Zoals mijn moeder zelf zegt: ‘Ik heb volwassen zijn net onder de knie. Kan de maatschappij nog even wachten met mij doorverwijzen naar de senioren?’

Bij dezen dus een oproep om de grens tot senioren ver voorbij ­55-plus te leggen. Niet alleen voor mijn moeder, maar ook voor ­mezelf. Wij, twintigers/dertigers, mogen waarschijnlijk nog langer dan onze ouders doorwerken na ons 55ste, en ook ik word dan ­liever nog geen senior genoemd.
Frouke van der Heijde, Santpoort-Noord

Wilt u reageren op een brief of een artikel? Stuur dan een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Het belangrijkst is dat een brief helder en duidelijk is. Wie een origineel en nog niet eerder verwoord standpunt naar voren brengt, maakt grotere kans te worden gepubliceerd. Een brief die mooi en prikkelend is geschreven, heeft ook een streepje voor. Kritiek op de Volkskrant wordt vaak gepubliceerd, op-de-man-gespeelde kritiek op personen plaatsen we liever niet.

Iedere brief wordt gelezen door een team van ervaren opinieredacteuren en krijgt een kans. En wekelijks worden ongeveer vijftig brieven geselecteerd. Over de uitslag kan helaas niet worden gecorrespondeerd. Wij zijn er trots op dat onze lezers mooie en goede brieven schrijven, waarvan we elke dag een levendige rubriek kunnen samenstellen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next