Het wrak van een Urker visserschip dat in 1967 verging tijdens een storm is gevonden in het Duitse deel van de Noordzee. Berger Cees Meeldijk vertelt aan NU.nl dat hij het schip bij toeval op het spoor kwam.
Op 17 oktober 1967 vertrokken vijf vissers met de viskotter naar de Duitse Bocht, ten westen van het Duitse eiland Helgoland. Het weer werd steeds slechter. Pieter van Slooten, de kapitein en eigenaar van het schip, meldde via de boordradio dat ze daarom stopten met vissen. Daarna werd het stil. Niemand vernam meer iets van het schip.
Twee dagen later vond een vissersschip het lichaam van een van de opvarenden. Weer zes dagen later werd nog een lichaam in zee gevonden. Van de drie andere opvarenden ontbreekt nog steeds elk spoor.
Pieter van Slooten, de zoon van de omgekomen kapitein, meldde zich begin dit jaar bij Stichting Onderzoek Maritieme Vermisten. Die organisatie Cees Meeldijk probeert vermiste schepen te vinden.
Meeldijk vertelt aan NU.nl hoe dit onderzoek in zijn werk ging. "Je doet archiefonderzoek en gaat naar stromingen kijken. Een gevonden lichaam kan namelijk maar zoveel meter per dag wegdrijven. Daarnaast spreek je oud-vissers, want misschien weten ze iets over een wrak. Maar de doorbraak volgde toevallig tijdens een gesprek op Terschelling."
Op dat Waddeneiland sprak Meeldijk een berger. Tijdens hun gesprek over een andere kotter vroeg Meeldijk de berger ook naar de UK 154. Dat bleek goud waard. "Jaren geleden had de berger in die regio bodemonderzoek gedaan voor de aanleg van een kabel. Bij het scannen was hij 'een kottertje' tegengekomen. Dat was echt een doorbraak."
Daarna werd gekeken naar een wrakkenkaart van een Duitse hydrografische dienst. Die hadden met hun sonar al in 1970 iets waargenomen rond die plek. Zo bleven er twee mogelijke locaties over.
Vrijdag dook wrakduikteam Zeester op een van de plekken bij Helgoland en vond het een schip. Meeldijk: "De jongens maakten de letters schoon met hun handen en UK 154 stond groot op de boeg. Niet te missen." Het wrak is niet meer te bergen. Het heeft zo lang op de zeebodem gelegen dat het bij een bergpoging gelijk uit elkaar zou vallen.
De vondst is een opluchting voor de familie. De 56-jarige Pieter van Slooten heeft zijn vader nooit gekend. Zijn moeder was zo'n tien weken zwanger van hem toen de UK 154 verging. Zijn vader overleed op 30-jarige leeftijd. De andere bemanningsleden waren jonge twintigers: broer Louwe van Slooten, Maarten van der Zwan, Jan Arjen Jenema en Jelle Kaptein. De lichamen van Jenema en Kaptein werden gevonden.
Van Slooten zegt tegen de NOS dat hij het "aangrijpend en heel bijzonder" vindt dat het wrak is gevonden. De scheepsramp was voor de familie een open wond, mede omdat er nooit een begrafenis is geweest. Zijn 83-jarige moeder sprak er de laatste jaren meer over dan vroeger. "Voor haar is dit een opluchting."
Eind juli had de stichting van Meeldijk ook al een gezonken kotter gevonden. Het ging toen om de TX 26, die van Texel kwam en op zo'n 130 kilometer van de kust van IJmuiden lag.
Source: Nu.nl algemeen