In het Duitse deel van de Noordzee is het wrak gevonden van een visserschip dat in 1967 verging in een storm. De vijf bemanningsleden kwamen daarbij om het leven. Berger Cees Meeldijk vertelt hoe ze het schip op het spoor kwamen.
Op 17 oktober 1967 vertrokken vijf vissers met de viskotter naar de 'Duitse Bocht', ten westen van het Duitse eiland Helgoland. Het weer werd steeds slechter. Pieter van Slooten, kapitein en eigenaar van het schip, meldde via de boordradio dat ze daarom stopten met vissen. Daarna werd het stil. Niemand vernam meer iets van het schip.
Twee dagen later vond een vissersschip in die wateren het lichaam van een van de opvarenden. Weer zes dagen later werd nog een lichaam in zee gevonden. Van de drie andere opvarenden ontbreekt nog steeds elk spoor.
57 jaar later meldt Pieter van Slooten, zoon van de omgekomen kapitein, zich begin dit jaar bij Stichting Onderzoek Maritieme Vermisten. De organisatie van Cees Meeldijk probeert vermiste schepen te vinden.
Meeldijk (32) vertelt tegen NU.nl hoe dit onderzoek in zijn werk ging: "Je doet archiefonderzoek en gaat naar stromingen kijken. Een gevonden lichaam kan maar zoveel meter per dag wegdrijven. Daarnaast spreek je oud-vissers, misschien weten ze iets over een wrak. Maar de doorbraak kwam toevallig bij een gesprek op Terschelling."
Daar sprak Meeldijk een berger. Meeldijk: "Een berger doet niet alleen verloren schepen bergen, maar bijvoorbeeld ook verloren ankers en containers. Het is eigenlijk de ANWB van het water."
Tijdens hun gesprek over een andere kotter vroeg Meeldijk de berger ook naar de UK157. Dat bleek goud waard. "Jaren geleden had de berger in die regio bodemonderzoek gedaan voor de aanleg van een kabel. Bij het scannen was hij 'een kottertje' tegengekomen. Dat was echt een doorbraak."
Daarna werd gekeken naar een wrakkenkaart van een Duitse hydrografische dienst. Die hadden met hun sonar al in 1970 wat waargenomen rond die plek. Zo bleven er twee mogelijke locaties over.
Vrijdag dook wrakduikteam de Zeester op een van de plekken bij Helgoland. Ze vonden een schip. Meeldijk: "De jongens maakten de letters schoon met hun handen en UK 154 stond groot op de boeg. Niet te missen."
Het wrak is volgens Meeldijk niet te bergen. Het heeft zo lang op de zeebodem gelegen dat het bij een poging gelijk uit elkaar zou vallen.
Eind juli had de stichting ook al met succes een gezonken kotter gevonden. Het ging toen om de TX26 uit Texel, die op zo'n 130 kilometer van IJmuiden lag.
De vondst is een opluchting voor de familie. De 56-jarige Pieter van Slooten heeft zijn vader nooit gekend. Zijn moeder was zo'n tien weken zwanger van hem toen de UK 154 verging. Zijn vader overleed op dertigjarige leeftijd.
De andere bemanningsleden waren jonge twintigers: broer Louwe van Slooten, Jan Arjen Jenema, Jelle Kaptein en Maarten van der Zwan. De lichamen van Jenema en Kaptein werden gevonden.
Van Slooten zegt tegen de NOS dat het "aangrijpend en heel bijzonder" te vinden dat het wrak is gevonden. De scheepsramp was voor de familie een open wond, mede omdat er nooit een begrafenis is geweest. Zijn 83-jarige moeder sprak er de laatste jaren meer over dan vroeger. "Voor haar is dit een opluchting."
Source: Nu.nl algemeen