‘Nee, ik durf niet. Ik krijg een angstaanval!’ Voor de deuropening van de trein staat een jonge vrouw, begin twintig, hevig te huilen. Haar vriend aait zachtjes over haar rug. ‘Liefje, liefje, we komen heus thuis’ blijft hij herhalen. ‘Maar we zaten zo relaxed in die andere trein, snikt ze. ‘Valt-ie uit.’ Waarop ze even later toch maar instapt.
Ik aanschouw het drama vanuit mijn treincoupé. Het stel is niet de enige met bestemming Amsterdam. Op het perron van Berlijn-Spandau azen nog zeker vijfhonderd gestrande reizigers op een plekje in onze bomvolle, volgeboekte trein. ‘Zolang mensen in de gangpaden zitten, rijdt deze trein niet verder’, klinkt het uit de intercom. Maar dat is tegen dovemansoren. Vrijwel niemand geeft gehoor aan de alarmroep van de conducteur. Je zorgen maken over gevaar in geval van brand of botsing is voor kniesoren.
Telkens weer verbaas ik me over onze verwarde relatie met veiligheid. Grote risico’s lijken we onterecht klein te maken en kleine risico’s onnodig groot. Deze week nog ontving een Engelse televisiepresentatrice een stortbak aan kritiek, omdat ze haar zoon – bijna 16! – zomaar alleen met een vriend op Interrail liet gaan. Zelfs de kinderbescherming kwam er aan te pas. Nog veel jongere kinderen laten we rustig onbegeleid rondreizen in de virtuele wereld. Maar zonder ouderlijk toezicht interrailen door Europa? Levensgevaarlijk!
We sussen onszelf met de valse gedachte dat als ouders in de buurt zijn, kindlief veilig is. Dat het kroost intussen – onderweg van de ene verslavende goksite naar het andere gewelddadige schietspel – vrolijk het konijnenhol van TikTokinfluencers met racistische denkbeelden of opgepompte lippen binnensurft, zien we liever niet.
Voor mij, een 56-jarige uit de tijd van Tienertoer zonder locatietrackers, is het moeilijk te begrijpen waar die hedendaagse angst voor risico’s in de fysieke wereld vandaankomt. Is het een gevolg van de maakbare succesmaatschappij? Ongeluk, toeval, pech of noodlot lijken iets uit het verleden in onze curlingsamenleving. Overkomt jouw kind tegenspoed, dan is dat jouw schuld. Had je die pech maar weg moeten bezemen.
Terwijl flink je handen branden of je neus stoten juist louterend is, je weerbaarheid versterkt. Volgens hoogleraar Minne Fekkes is weerbaarheid het fundament voor mentale gezondheid. En weerbaarheid vergroot je niet met peptalks van influencers of van de praktijk losgezongen weerbaarheidstrainingen. De beste weerbaarheidstraining is ervaringsleren, vertelt Fekkes. ‘Dat is leren door te doen, van klein naar steeds groter.’ Vallen en weer opstaan.
‘Vergelijk het met de hygiënehypothese als het gaat om allergieën: hoe minder we aan ziekteverwekkers worden blootgesteld, hoe minder goed ons immuunsysteem zich ontwikkelt en hoe gevoeliger we worden voor een disproportionele afweerreactie op onze omgeving. Als er zo veel comfort is, geeft iets oncomfortabels, zoals een tentamen, deadline of presentatie, meer stress.’ Of reizen in een overvolle trein met vertraging.
Vlak voor de trein dan toch vertrekt, zoekt een jong meisje een plek. ‘Kom maar hier’, biedt mijn Duitse buurman zijn plek aan. Het meisje, net 12 geworden, was op bezoek geweest bij haar grootmoeder in Berlijn. ‘Het is mijn eerste treinreis alleen’, zegt ze trots. ‘Was je niet in paniek, toen de trein plots uitviel?’ vraag ik haar. Het meisje glimlacht. ‘Nee hoor’, zegt ze. ‘Ik heb wel even mijn moeder geappt dat het later wordt, zodat ze zich niet hoeft te haasten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns