In de wereld zijn talloze brandhaarden, bijvoorbeeld de strijd in Soedan of de onrust in Myanmar. Maar vooral de oorlog tussen Israël en Hamas leidt tot verhitte discussies. NU.nl-lezers vragen zich af: waarom roept juist dit conflict zo veel emoties op?
Daarvoor moeten we allereerst kijken naar de aard van het conflict. Daarin speelt identiteit een grote rol. Denk aan geloof, etniciteit en een pijnlijke generationele geschiedenis. Voor Joden is dat de Holocaust, voor Palestijnen is dat de Nakba.
"Veel mensen vereenzelvigen zich met één of meerdere stukjes identiteit van de direct betrokkenen", zegt expert conflictbemiddeling Fleur Ravensbergen tegen NU.nl.
"Dat maakt alles intenser. En naarmate een conflict verergert, wordt de empathie met de eigen groep zo groot dat men eigenlijk niet meer kan oversteken naar de andere kant. Je kunt die andere groep dan nog maar heel moeilijk zien als mensen met een eigen verhaal, een eigen trauma."
Daarnaast is het volgens antropoloog Anne de Jong goed om te onderstrepen "dat het conflict tussen Israël en Palestina voor veel mensen symbool staat voor groter onrecht of voor een grotere dreiging".
Zo zal de een de kwestie opvatten als een conflict van het rijke Westen tegen arme, onderdrukte mensen van kleur. Een ander ziet het conflict misschien als een voorbode voor wat diegene te wachten zou kunnen staan. Dan moet je volgens De Jong bijvoorbeeld denken aan terreur, de dreiging van buitenaf of van migratie, of angst voor de islam.
"Mensen zien in het conflict een bevestiging van hun bestaande wereldbeeld, van hun angsten of van hun wensen", zegt de antropoloog.
Mensen kunnen meestal slecht omgaan met conflicten waarin de regie lijkt te ontbreken, zegt sociaal psycholoog Kees van den Bos. Voor velen is het prettig als er een instantie boven de strijdende partijen hangt die een oplossing kan forceren.
"Dat kan de internationale gemeenschap zijn, de Verenigde Naties of de Verenigde Staten. Maar tot op heden is niets of niemand in staat gebleken om iets uit te richten. Dat geeft een gevoel van machteloosheid."
De hoogleraar schetst de oorlog als een "moreel conflict waarbij er een botsing tussen 'goed' en 'kwaad' is". Dit nodigt volgens hem uit tot moraliseren. Dat wil zeggen dat de een de ander gaat vertellen wat juist gedrag is. "Het ene kamp doet in de ogen van het andere kamp de 'waarheid' geweld aan."
Dat verklaart volgens Van den Bos ook waarom mensen zo heftig kunnen reageren op het nieuws: er is een strijd om aandacht. Als het lot van de ene partij onderbelicht blijft, zijn mensen boos. En als de andere partij onder een vergrootglas komt, zijn ook weer mensen boos.
Beide partijen zijn bovendien sterk overtuigd van hun eigen verhaal, vult Ravensbergen aan. "Ze zullen dus alles proberen om ook anderen hun perspectief te laten zien. Zodra dat niet gebeurt, is dat een hele heftige trigger voor die groep."
Ook hebben mensen volgens Van den Bos moeite met situaties waarin geen duidelijk onderscheid is tussen wie de 'goede' en wie de 'slechte' is.
"Bij conflicten wil je als mens weten wat goed en slecht is. Maar beide kampen - Hamas enerzijds en de regering-Netanyahu anderzijds - hebben moreel verwerpelijke kanten. Er was sprake van een gruwelijke aanslag op 7 oktober, maar vervolgens ook van een gruwelijke oorlog."
De eigen bubbel speelt hierbij een rol, zegt Ravensbergen. "In Europa hebben veel mensen dankzij een joods-christelijk traditie een bepaald gevoel bij Israël. Als gevolg daarvan zitten deze mensen - al dan niet onbewust - in een soort echokamer. Daardoor was het bijvoorbeeld in onze maatschappij heel duidelijk was dat de aanval van Hamas extreem was. Maar vervolgens kwam daar een andere werkelijkheid van het grensoverschrijdende geweld tegen de Palestijnen bij. Dat zorgt voor verwarring bij mensen."
En diegenen die wél een kant kiezen, willen meestal geen water meer bij de wijn doen. Ook dat is volgens Van den Bos te verklaren. Bij zo'n moreel conflict tussen goed en kwaad gaan mensen in absolute termen nadenken over wat goed en kwaad is.
"Als mensen eenmaal tot de conclusie zijn gekomen dat de ene partij gelijk heeft, dan betekent het aanpassen van je standpunt dat je het moreel verwerpelijke gaat omarmen. Dan ben je voor je gevoel verkeerd bezig."
Is er dan niets dat mensen op straat, in klaslokalen, huiskamers of online nader tot elkaar kan brengen? De Jong vindt in ieder geval niet dat het ene kamp per definitie doof is voor de argumenten van de ander.
"Er is weinig aandacht voor, maar ook in Israël en de Palestijnse Gebieden is er een mensenrechtenbeweging. Palestijnen en Israëliërs, weliswaar een minderheid maar een groeiend aantal, werken actief samen om verandering teweeg te brengen."
Ravensbergen ziet ook veel kansen voor kleinschalige initiatieven waarbij tegenstanders elkaar opzoeken en naar elkaar proberen te luisteren. "Maar mensen zullen er wel moeite voor moeten doen, want je moet buiten de eigen bubbel treden", zegt ze. "Het kan allemaal, maar het zal ongemakkelijk en ingewikkeld zijn."
Source: Nu.nl algemeen