Onder de nieuwe baas Pieter van Oord gaat het niet meer over krimp van Schiphol voor de omwonenden, maar over een prettige passagiersbeleving. ‘Je wilt snel door de douane, dan naar een schoon toilet, en dan een warme koffie. De basis moet voor elkaar zijn.’
Daar zit hij dan, de baggeraar die nu een luchthaven mag bestieren. Overhemd een knoopje los, geen das, ongeschoren stoppels, en dezelfde grondhouding die hij ook al die jaren bij zijn eigen bedrijf liet zien. Niet lullen maar poetsen. Of, zoals hij het vrijdag in de vipzaaltje van Schiphol een paar keer zelf zegt: ‘Het bedrijf moet weer robuust worden.’
Zes miljard, wil Pieter van Oord, de nieuwe baas van Schiphol, de komende drie jaar gaan investeren. ‘En dan zijn we nog niet klaar. De jaren daarna hebben we een vergelijkbaar bedrag nodig om onze luchthaven weer op topniveau te krijgen.’
Niks krimp, zoals zijn interim-voorganger Ruud Sondag op deze plek een jaar geleden nog hartstochtelijk bepleitte. Die drukte de politiek op het hart om toch echt vast te houden aan het adagium van minder vluchten, omdat het stiller moest worden voor de omwonenden. Ook bepleitte hij in een achtpuntenplan onder meer een verbod op nachtvluchten en privéjets.
Dat achtpuntenplan, zegt Van Oord nu, was meer een ‘bewustwordingsprogramma’, dat volgens hem ‘zeker zijn effect’ heeft gehad. Maar het plan was nooit een doel op zich, het plan was ‘een middel tot een doel’.
Over dat doel – een stillere en schonere luchthaven – ‘is iedereen het eens’, zegt Van Oord. Maar de nieuwe directeur ziet meer in marktwerking: luidruchtige vliegtuigen moeten meer gaan betalen om te mogen opstijgen en landen, zeker in de nacht, en dan wijken ze wel uit naar andere vliegvelden, denkt hij. Bovendien worden vliegtuigen nu al zienderogen stiller. In 2019 behoorde nog maar 6 procent tot de stilste categorie, het afgelopen halfjaar was dat bijna 24 procent, zegt hij. Ook wijst hij op de deze week gearriveerde nieuwe Airbus van de KLM, symbool voor de vlootvernieuwing van de belangrijkste stamgast van Schiphol.
‘Ik ben niet voor of tegen krimp’, stelt Van Oord. Het is aan de politiek om de luchthaven grenzen op te leggen, en die politiek werd dit voorjaar teruggefloten door de Hoge Raad. ‘En inmiddels is de politieke realiteit wat anders geworden.’
Dat blijkt eens te meer tijdens de persconferentie. De Telegraaf schreef dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat nog steeds vasthoudt aan de krimpplannen, waarin maar plaats is voor 400 duizend starts en landingen (dit jaar komt Schiphol naar schatting uit op 472 duizend). Maar vrijdag heeft de betreffende minister Barry Madlener (PVV) gezegd dat Schiphol helemaal niet hoeft te krimpen. ‘Daar is geen sprake van.’
Kijk, zegt Van Oord, hij is ook helemaal voor een balanced approach, waarbij met alle belanghebbenden rekening wordt gehouden. ‘We moeten ook rekening houden met het vestigingsklimaat, met de economische functie, de werkgelegenheid.’
En zo komt hij op groei als belangrijkste doel. ‘Mensen willen vliegen’, constateert hij, ondanks het feit dat je allang niet meer voor zes tientjes naar Barcelona kunt. Over enkele jaren moet Schiphol, doordat vliegtuigen groter worden, tot 100 miljoen passagiers kunnen verwerken (in recordjaar 2019 kwamen er bijna 72 miljoen, dit jaar komt de luchthaven daar met 65 tot 68 miljoen weer dicht in de buurt).
Vandaar de miljardeninvesteringen. Nu al ‘stoppen we te veel mensen in een te kleine ruimte’, zegt Van Oord. Dus wordt de A-pier gebouwd en de C-pier vervangen en uitgebreid. Ook wordt er gedacht over een nieuwe ‘Terminal Zuid’ boven de nieuwe bagagekelder die nu wordt gebouwd. Maar bijna de helft van het geld gaat naar achterstallig onderhoud, zegt Van Oord. ‘De toiletten zijn niet schoon, de roltrappen doen het niet, als het regent staan er emmers in de aankomsthal. Goede infrastructuur is de basis voor een positieve passenger experience.’
Daartoe zullen de luchtvaartmaatschappijen meer moeten gaan betalen om Schiphol te mogen aandoen. De luchthaven is met hen in gesprek, om te kijken hoever ze kunnen gaan zonder hen als klanten te verliezen. De verhoging van deze havengelden, die Schiphol nog niet wil concretiseren maar zal neerkomen op een à twee tientjes per passagier, wordt door de luchtvaartmaatschappijen met argusogen bekeken.
‘Ik heb begrip voor het investeringsplan, maar havengelden moeten in redelijkheid worden verhoogd’, zegt Marnix Fruitema van de belangenvereniging van luchtvaartmaaschappijen Barin. ‘Maar verhogingen van 50 procent en meer zouden exceptioneel zijn en ongekend in het Europese landschap. Luchtvaartmaatschappijen hebben keuzes.’
Dat is dan ook de reden dat Schiphol met hen in gesprek is , zegt financieel topman Robert Carsouw vrijdag. ‘Het gaat om de prijs-kwaliteitverhouding. We willen straks niet een glanzende luchthaven hebben waar niemand meer komt.’
Jarenlang was Schiphol er trots op dat het de goedkoopste hub van Europa was – en het hield de havengelden min of meer kunstmatig laag, door de kosten van de vliegtuigafhandeling de afgelopen jaren veel te laag in te schatten. Schiphol moest daar 550 miljoen op toeleggen. Die tijden zijn voorbij. Schiphol wil geld in het laatje zien stromen, anders lukt het nooit om zoveel geld te lenen.
Verder is het eigenlijk simpel, vindt Van Oord. ‘Een luchthaven is niet zo ingewikkeld. Je wilt als passagier snel door de douane, dan naar een schoon toilet, en dan een warme koffie. Dan heb je al een geweldige beleving. De basis moet voor elkaar zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant