Home

De schapenziekte is ellendig, maar tekent vooral de schrale toekomst van de schapenboer

De schapenziekte had dan toch het schapeneiland bereikt, en nu staan ze erbij en kijken ernaar, de schapenboeren. Ze zien het aan de hangende oren, de schuimende bek en de opzwellende, bijna kapseizende kop. Maar zoals vaker gaat het daar niet om. De ziekte versnelt hooguit de gebeurtenissen.

Van Texel zeggen ze: meer schapen dan bewoners. Het is een eiland dat niet alleen drijft op toeristen, zoals veel andere, maar boeren heeft die boeren en vissers die vissen. Hoewel, zegt Jens Barhorst: drie vissers nog maar, ‘de reuring op de haven is wel weg’. En nu zijn de schapenboeren aan de beurt.

Over de auteur
Toine Heijmans is rondreizend columnist van de Volkskrant. Daarnaast is hij romanschrijver. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Blauwtong heet de ziekte die overal opvlamt. Barhorst zet de zieke dieren niet meer apart, Henk Zoetelief houdt alleen de rammen binnen, het lijkt erop dat ze in koppels op het land beter overleven. Kleine muggen verspreiden het virus, knutten. Het is niet besmettelijk, anders was het al gedaan met het schapeneiland. Een vaccin werkt minder goed dan verwacht ‘en dat is het eigenlijk’, zegt Barhorst op zijn boerderij bij Oosterend, ‘er is weinig tegen te doen’.

Het najaar kondigt zich aan met regenbogen en verkleurend blad; schapenboeren leven met de seizoenen en op het ritme van hun dieren. Schapen zijn simpele beesten, zegt Barhorst, ‘ze grazen zelf, voeden zelf hun lammeren op, het is elk jaar dezelfde kringloop’. Met een eigen ras, de Texelaar, dat wol levert voor de lokale dekbeddenfabriek, lamsvlees geeft, en de dijken en natuurgebieden begraast. ‘We noemen ze landschapsstoffeerders’, zegt hij. ‘Ze dragen toch bij aan een bepaald beeld.’ Kijk maar in de souvernirshops.

Toch levert het de boeren zo weinig op dat er steeds minder schapen zijn op het schapeneiland. Leuk gezicht, die lammetjes en schapenscheerders, ‘maar van wat mooi is, kun je niet leven’.

Dat komt niet door de blauwtong, de ziekte geeft een zetje aan wat onontkoombaar lijkt. Ook op Texel stoppen schapenboeren: er zijn geen opvolgers, het scheren kost meer dan de wolopbrengt en lamsvlees is luxe. ‘Ons enige geluk’, zegt Barhorst, ‘is dat we hier geen wolven hebben.’ Later zal Zoetelieve (derde generatie) zeggen: ‘Je kunt het ondertussen beter als hobby zien.’

Barhorst heeft vierhonderd dieren en is pas 26. Vijfde generatie: nam de boerderij over van zijn ouders, maar niet omdat het ‘de allerbeste business’ is. Integendeel: hij kan ‘net aan’ een boterham verdienen met zeven dagen per week werken. ‘Mijn generatie doet dat niet meer, maar ik heb gekozen voor een way of life.’

Hoe lang hij dat gaat gaat volhouden, is de vraag. Schapenboeren krijgen nauwelijks subsidie. Het ministerie wil ze niet compenseren voor de blauwtongexplosie en geeft geen premies meer voor het begrazen van dijken en natuur, wat inmiddels aan een onzekere inschrijfmethode is onderworpen. En of ik al wist dat het kabinet de btw verhoogt naar 21 procent? ‘Dat zal ik toch moeten doorberekenen.’

Vorig jaar: 100 duizend schapen minder in Nederland, en ruim honderd minder schapenboeren. Nog even en de dieren op de dijk staan daar voor de show. Schapenboer ben je ‘steeds meer voor de lol’, zegt Zoetelief. Zijn bedrijf heet The Eagles Ranch, omdat ze er ook westernpaarden fokken en rijdieren stallen. ‘Maar liever ben ik bij mijn schapen’: achthonderd dieren verspreid over het eiland, ‘dit vak is vrijheid, dat is veel waard’.

Ook hij laat de meeste zieke schapen in het land, daar hebben ze minder stress. ‘Ze zeggen dat blauwtong 10 procent besmet, dan zal ik er tachtig aan de weg moeten leggen. Weet je, een boer moet flexibel zijn, maar boekhoudkundig bekeken houdt het een beetje op.’

Blauwtong is korte termijn, zegt Barhorst. ‘Wij boeren kijken naar de lange termijn’, en die tekent zich ongunstig af, ook al doet hij wat er van hem wordt verwacht. Teelt zelf haver als voer, en gebruikt wat overblijft als strooisel voor de lammeren: circulair werken in een land dat alle onderdelen van het boerenbedrijf industrieel uit elkaar heeft geschroefd om maar efficiënt te zijn.

In dat land leveren schapen nu eenmaal te weinig op.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next