Home

Ik zou graag willen leven in een wereld waarin kwetsbaarheid normaler is dan haat

Deze column was er bijna niet geweest. De afgelopen weken heb ik zitten twijfelen wat ik op papier zou zetten: dit stukje of mijn ontslagbrief.

Aan het werk ligt het niet. Als je het mij vraagt is er geen fijner vak dan schrijver zijn en geen mooier genre dan de column. Ik houd van de vrijheid en van het voortdurende grasduinen naar nieuwe ideeën. Als ik op mijn best ben, ben ik nieuwsgierig naar bijna alles: van fascisme tot het klimaat, van ADHD-diagnoses tot voedselzekerheid, van grondwater tot sciencefiction. Laatst las ik van alles over plankton; daar zou ik graag over schrijven.

Maar ik ben momenteel even niet op mijn best.

Over de auteur
Asha ten Broeke is wetenschapsjournalist en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik weet dat je dit niet hardop hoort te zeggen in onze neoliberale samenleving. We moeten winnaars zijn, streven naar de top, kiezen voor succes. Worstelen en instorten doe je privé, uit het zicht. En zo begon het ook, deze zomer, toen ik op de bank zat en niet meer kon stoppen met huilen: ‘Ik wil niet weer aan het werk. Ik wil niet terug naar elke dag uitgescholden en bedreigd en doodgewenst worden. Ik kan niet meer’.

Ik kan niet meer elke dag dingen lezen als: ‘Ziek wijf ben je, hoop dat je snel afsterft of verongelukt’. ‘Dikke leugenachtige materie van stront.’ ‘Gestoord vet varken.’ ‘Smerige rioolrat.’ ‘Wilt u doodvallen met uw linkse terreur?’ ‘Je mag hopen dat we elkaar nooit ergens tegenkomen, gore zeug.’

Ik kan niet meer. In de afgelopen maanden dreigden anonieme droeftoeters dat ze een Veilig Thuis-melding gaan doen over m’n kinderen als ik niet stop met schrijven. Hele hufterkuddes eisten m’n ontslag als columnist. Een meneer die hoog in de boom zit bij DPG Media noemde me ‘ongedierte’ en nam daarna alleen die exacte woordkeuze terug, niet het achterliggende sentiment. Een collega verzon in een column allerlei nare dingen over het eetgedrag en gewicht van mijn tienerdochters. Geert Wilders noemde me ‘walgelijk en levensgevaarlijk’. Een man stapte van zijn fiets om me voor ‘woke kankerhoer’ uit te schelden.

Dit gaat al meer dan tien jaar zo, maar sinds de verkiezingswinst van extreemrechts is het veel erger geworden. Het is overal, de hele tijd – er is geen ontsnappen aan.

Ik kan niet meer, maar terwijl ik dit opschrijf hoor ik de haat als een extra innerlijke stem echoën in m’n eigen hoofd: ‘Stel je niet zo aan, jankerd. Je hebt het aan jezelf te danken. Huilie huilie.’ Diezelfde stem is een aanval begonnen op alles wat ik leuk vind aan m’n werk. ‘Niemand zit te wachten op jouw geneuzel over plankton.’ ‘De wereld is beter af zonder jouw gezeik over het klimaat.’ Dat zijn momenten waarop zo’n ontslagbrief ineens een aantrekkelijk alternatief lijkt. Ik zou een roman kunnen schrijven. Of sokken leren breien, jam maken – weet ik veel. Iets anders dan dit.

Gelukkig hoor ik ook Mona Eltahawy in mijn hoofd, die zegt: ‘Het meest opstandige dat een vrouw kan doen, is over haar leven praten alsof het er echt toe doet, want dat is ook zo.’ Bovendien gaat dit niet alleen over mij. Bijna een derde van de vrouwelijke journalisten heeft maandelijks of vaker te maken met intimidatie, agressie of bedreiging, bleek in 2022 uit een PersVeilig-onderzoek. Meer dan driekwart zegt dat de bedreigingen een negatieve invloed hebben op hun werk. Ze kiezen bijvoorbeeld hun woorden anders of zwijgen over bepaalde onderwerpen.

Te veel vrouwen kunnen hun stem alleen laten horen in het publieke debat als ze bereid zijn om in te leveren op veiligheid, zelfvertrouwen en levensvreugde. Het is een te hoge prijs, en toch zijn er allerlei mensen die deze giftige dynamiek vergoelijken. ‘Als je uitdeelt, moet je ook kunnen ontvangen.’ Of, soms zelfs van collega’s die het zelf ook flink voor de kiezen krijgen: ‘Het hoort er gewoon bij.’

Ze spelden hun eigen ongenaakbaarheid als een medaille op hun borst, en verheffen het tot norm. Wie er niet aan kan voldoen, is te zwak voor het vak. Winnaars moeten we zijn. Hard. Sterk.

Ik ben dat allemaal even niet. Ik wankel. Ik ben verdrietig. Ik hoop dat dat oké is. Ik zou graag willen leven in een wereld waarin kwetsbaarheid normaler is dan haat.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next