Wat zijn dit voor vragen? De Paralympische Spelen zijn begonnen. Daarom: vijf vragen voor Marc van de Kuilen (36), voormalig militair en rolstoelbasketballer, die voor zijn adrenalinekick nu als analist bij Studio Para Parijs aanschuift.
American football of rolstoelbasketbal?
‘Rolstoelbasketbal. Het is de sport die ik het grootste gedeelte van mijn leven heb beoefend en waar ik de meeste successen in heb behaald. Maar ik blijf American football ook een geweldige sport vinden, al moet je daarvoor eigenlijk in Amerika wonen en niet in Nederland.
‘Ik begon op mijn 12de met American football bij de Hilversum Hurricanes, omdat mijn buurjongen en -meisje er ook lid waren. Ik vond het geweldig, maar verloor als 20-jarige militair tijdens een uitzending in Afghanistan mijn benen. Een kogel doorboorde mijn beide knieën. Later bleek dat het om friendly fire(eigen vuur, red.) ging.
Over de auteur
Guus Peters schrijft voor de Volkskrant over voetbal en tennis.
‘Ik viel, maar had in eerste instantie niet door dat ik door een kogel was geraakt. Ik dacht dat ik struikelde. Toen ik wilde opstaan, keek ik tegen mijn eigen schoenzolen aan, omdat mijn benen omgedraaid lagen. Dat was het moment waarop ik om hulp ben gaan schreeuwen.
‘Ik weet nog dat iemand zei dat het goed zou komen, maar wat er daarna allemaal is gebeurd, kan ik me niet meer herinneren. Ik ben in Kamp Holland met spoed geopereerd, maar raakte mijn benen kwijt.
‘De klap kwam pas tijdens mijn revalidatie in Nederland. Ik wilde zo snel mogelijk weer kunnen lopen, maar dat viel tegen. Met sporten was ik helemaal niet bezig, tot we op een dag een clinic kregen van het Nederlandse rolstoelbasketbalteam. Ik dacht: wauw, dit is leuk.
‘Ik meldde me aan bij de basketbalclub in Ermelo, al had ik niet kunnen bevroeden dat ik van rolstoelbasketbal mijn werk zou maken. Ik heb twee jaar als prof in Duitsland en een jaar in Frankrijk gespeeld en ben met het Nederlandse rolstoelbasketteam naar de Paralympische Spelen van 2016 in Rio geweest.
‘We eindigden als zevende. Op dat moment baalde ik daar enorm van, omdat ik denk dat een bronzen medaille mogelijk was geweest. Nu kijk ik er met veel meer trots op terug. De Paralympische Spelen zijn magisch om mee te maken. Voor mijn gevoel leefde ik twee weken in een bubbel.
‘Het rolstoelbasketbal heeft niet de budgetten van een voetbalclub. Wij moesten altijd elke euro twee keer omdraaien. Maar op de Spelen was alles tot in de puntjes voor ons geregeld, zodat we optimaal konden presteren. En op de tribunes zaten 15 tot 16 duizend man in plaats van de 300 tot 400 toeschouwers die ik gewend was. Dat was prachtig.’
Topsporter of militair?
‘Jeetje, dat vind ik moeilijk. Het zijn allebei beroepen die je identiteit vormen. Topsporter of militair ben je niet van negen tot vijf, maar 24 uur per dag, zeven dagen per week. Maar als ik moet kiezen, ga ik toch voor topsporter.
‘Dat komt misschien ook door mijn leeftijd en de levensfase waarin ik nu zit. Ik ben getrouwd en heb twee kleine kinderen van 1 en 3 jaar oud. Als militair ben je vaak maanden op uitzending. Daar zou ik nu niet zo snel meer voor kiezen.
‘Als topsporter ben je ook vaak weg, maar dat is voor kortere perioden. Bovendien had ik mijn gezin kunnen meenemen naar Duitsland of Italië, als ik nog had gebasketbald. Dat was een mooi avontuur voor mijn kinderen geweest. Maar ze meenemen naar Afghanistan, dat is een ander verhaal.
‘Het beroep van militair en dat van topsporter hebben een aantal overeenkomsten. Je moet heel goed kunnen samenwerken en je bent voortdurend bezig om jezelf opnieuw uit te dagen. Maar er is ook een groot verschil: in de topsport gaat het om winst of verlies, als militair praat je over leven of dood.
‘Het klinkt misschien gek, maar als topsporter heb ik echt geleerd om gedisciplineerd te leven. Nog meer dan als militair is het zaak om op alle details te letten. Dus goed eten, voldoende slapen, hard trainen en op tijd rusten. Daar zit meer regelmaat in dan wanneer je voor defensie werkt.’
Televisiestudio of basketbalveld?
‘Ik moet nu kiezen, dus ga ik voor televisiestudio. Rolstoelbasketbal heb ik inmiddels wel afgesloten en ik ben erachter gekomen dat ik de televisiewereld onwijs interessant vind. Dan bedoel ik niet dat je op televisie komt of in een studio zit, maar de hele dynamiek eromheen, op een redactie. Ik heb me nooit gerealiseerd wat er allemaal voor nodig is om aan het eind van de dag een uitzending van 45 minuten te maken.
‘Ik had her en der weleens een interview op televisie gedaan, maar toen ik tijdens de Paralympische Spelen van Tokio in 2021 voor het eerst analist bij de NOS was, dacht ik pas echt: dit is vet. Het geeft me de adrenalinekick die ik als militair en topsporter ook vaak kreeg.
‘Je bent de hele dag bezig om ‘s avonds tijdens de live-uitzending te kunnen pieken. Dan moet je er klaar voor zijn en moet het kloppen wat je zegt. Ik houd wel van die druk. Om de best mogelijke uitzending te maken, moet je als redactie goed samenwerken. Iedereen heeft zijn rol. Dat ligt mij wel. Ik ben een echte teamspeler, daar ga ik goed op.
‘Ik geef ook veel lezingen, dus ben het wel gewend om voor een publiek te praten. In principe is dat ook wat ik tijdens de Paralympische Spelen in Parijs als commentator en analist van de NOS doe. Alleen doe ik het niet voor een volle zaal, maar tegen een camera. Het is nog wat vroeg om te zeggen dat ik een nieuwe carrière voor me zie, maar ik vind het oprecht leuk.’
Vader of zoon?
‘Ik ben getrouwd en heb twee kinderen, dus voel me meer een vader dan een zoon. Mijn ouders hebben inmiddels een leeftijd bereikt dat je meer voor hen doet dan zij voor jou. Die rollen draaien op gegeven moment langzaam om. In hoeverre kun je eigenlijk nog een zoon zijn als je 36 bent?
‘Ik stel die vraag hardop omdat ik officieel wel de zoon van mijn ouders ben, maar ik ze als kind eigenlijk nooit als mijn ouders heb gezien. Door de manier waarop ze mij hebben opgevoed, waren het voor mij meer een soort vrienden. Ik heb het weleens liefdevolle verwaarlozing genoemd. Ze zeiden tegen mij: maak vooral je eigen keuzen en als er iets is, kom dan naar ons. Als het niet nodig is: leef je leven en wees gelukkig.
‘Een simpel voorbeeld: als ik wilde slootjespringen, moest ik dat lekker doen. Maar als ik in het water viel, moest ik thuis niet komen huilen omdat mijn kleren nat waren. Ik heb enorm genoten van mijn jeugd. Het vertrouwen van mijn ouders gaf me een gevoel van vrijheid en heeft mij zelfstandig gemaakt, al denken mijn broer en zus daar anders over. We hebben regelmatig discussies over onze opvoeding.
‘Nu ik zelf vader ben, zit ik iets meer boven op de opvoeding. Maar dat komt misschien ook nog door de jonge leeftijd van mijn kinderen. Verder ben ik niet voortdurend bezig met hoe mijn vader mij heeft opgevoed. Samen met mijn vrouw doen we vooral wat wij denken dat goed is.
‘Ik geniet enorm van mijn rol als vader en kan op sommige momenten denken: dit is echt het allermooiste wat er is. Dat zit ’m in de kleine dingen: met de kinderen naar binnenspeeltuin Monkey Town gaan, of ’s avonds na het eten samen een rondje fietsen. Ik vind het allemaal prachtig om mee te maken.’
Een leven met of zonder benen?
‘Zonder. Hoe het leven was gelopen als ik mijn benen nog had, weet ik niet. Maar ik kan me niet voorstellen dat ik gelukkiger kan zijn dan ik nu ben, dus waarom zou ik dan voor een leven met benen kiezen?
‘Als het ongeluk niet was gebeurd, was ik geen topsporter geworden en had ik mijn vrouw Sanne (Timmerman, red.) hoogstwaarschijnlijk niet leren kennen. Zij deed ook aan rolstoelbasketbal. We hebben elkaar ontmoet op Papendal. Een leven met benen zou ik me niet meer kunnen inbeelden.
‘Hoe ik me nu voel staat in schril contrast met hoe ik er als militair tegenaan keek. Ik weet nog dat ik de eerste keer op uitzending was en dat een collega zijn been verloor door een hinderlaag. Ik zei tegen een kameraad: ‘Als mij dat overkomt, mogen ze mij in een karretje van een flat duwen.’ Zo erg leek het me.
‘Nu weet ik wel beter. Ik gun het niemand, maar mocht het je overkomen, dan kan ik je vertellen dat het allemaal niet zo erg is als je vooraf dacht. Ik had me toen niet kunnen voorstellen dat ik ook zo’n mooi leven zonder benen kon hebben, maar het is echt zo. Wie zegt mij dat ik met benen gelukkiger was geweest dan ik nu ben?’
Studio Para Parijs, te zien tot en met 8 september, NPO 1 en NPO 3, doorgaans rond 22.00 uur.
1987 geboren in Hilversum
2005 Koninklijke Militaire School in Schaarsbergen
2006 en 2008 Op uitzending in Afghanistan
2010 - 2017 Topsporter (rolstoelbasketballer)
2016 - 2017 Opleiding begeleidingskunde aan de Hogeschool Amsterdam
2017 - 2019 Coach bij Fanbased
2019 - heden Podcastmaker, spreker, dagvoorzitter
2024 - Analist Studio Para Parijs
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant