Home

Unanieme lof en premature vijfsterrenrecensies zijn intimiderend en demotiverend

Wéér een meesterwerk van Nick Cave. Waarom word ik daar toch zo opstandig van?

Vandaag verschijnt een nieuw album van Nick Cave. Wild God, heet het ding, en de verrijzenis van die plaat kan niemand zijn ontgaan, want rond Nick Cave is een fan- en mediamanie ontstaan die we sinds The Beatles én One Direction niet meer hebben meegemaakt. Alleen zijn de gillende liefhebbers nu vervangen door wat bedachtzamere fans, vaak van zekere leeftijd, die Wild God straks ‘ondergaan’ of gaan ‘lezen’.

De gekte gaat ver, ook in de popmedia. Er worden interviews gedaan met personen die Nick Cave hebben geïnterviewd. En in bijvoorbeeld muziekblad Oor vertelt een schrijver over wat hij zoal doormaakt als hij luistert naar Nick Cave.

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.

Het kan óók niemand zijn ontgaan dat Nick Cave de laatste jaren inderdaad mooie en betekenisvolle muziek maakt, waar troost uit kan worden geput. Zijn albums graven diep en zijn optredens ook. Maar het probleem is een beetje – althans: voor mij – dat werkelijk iedereen en z’n moeder dat vindt.

Nick Cave wordt al jaren gesmoord met jubelende recensies – ik geef toe: ook door de Volkskrant en zelfs door mij. Zijn grootsheid wordt door niemand meer betwist. Hij is, buiten zijn eigen schuld, ongenaakbaar en onaanraakbaar geworden. En daar gaat het bij mij vaak mis. Misschien herkennen sommige muziekvolgers dit.

Ik word recalcitrant van unaniem tot meesterwerk verklaarde muziek. Ik wil het daar dan gewoon, heel onprofessioneel en kinderachtig, mee oneens zijn. Ik had dit al in mijn jonge jaren, toen ik natuurlijk wel eigenwijs móést zijn. Toen Nevermind van Nirvana verscheen in 1991, insloeg als een bom en door iedereen werd bestempeld als de belangrijkste plaat van het toch nog maar net begonnen decennium, kwam ik plichtsgetrouw in opstand.

Mediahype, dacht ik, en ik weigerde Nevermind te beluisteren, laat staan te kopen. Tot ik dat na vier weken uiteraard alsnog deed. Waarna ik moest toegeven dat Nevermind inderdaad een meesterwerk was. Zeker: ik ben zelf het grootste slachtoffer van mijn idiote koppigheid.

Maar unanieme lof werkt intimiderend en demotiverend. Alsof ieders eigen mening, hoe die ook uitpakt, er niet meer toe doet. En dat kun je helemaal ervaren als de vijfsterrenrecensies al verschijnen nog vóór het album bestaat. Want zelfs dat gebeurde, bij de nieuwe Cave.

Een week voor de heuglijke datum verscheen in de Engelse krant The Guardian al een premature recensie. De krant had het album eerder losgepeuterd en besloot de heiligverklaring vast af te trappen nog voor de heiland op aarde was verschenen. Jammer voor de lezer, die het eigen oordeel nog niet kon toetsen aan dat van de recensent. Nog een weekje wachten.

Een vreemde praktijk, van The Guardian. Dachten ze: iedereen komt straks met vijf sterren, laat ons dan net even eerder zijn? Waarschijnlijk wel. En ik kreeg weer een rode waas voor ogen.

In de Volkskrant krijgt Wild God vandaag, gelukkig op de dag van verschijning, ook vijf sterren. Waar ik verder niets aan wil afdoen, onze recensenten hebben namelijk altijd gelijk. En volgende maand komt Nick Cave weer eens naar de Ziggo Dome. Ik zie de bui al hangen – en daar dwars doorheen de sterren alweer fonkelen.

Maar misschien moet ik stoppen met zeuren, eindelijk eens volwassen worden en als de bliksem en met open oren naar de nieuwe Nick Cave gaan luisteren. Of beter: over vier weken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next