Wil Houben | burgemeester Voerendaal Het Limburgse Voerendaal ging onder burgemeester Houben de strijd aan met ondermijning: „Een voortdurende burgeroorlog.”
Tien jaar is Wil Houben burgemeester, in december gaat hij met pensioen. Begin volgende maand speelt hij, op de valreep, in een muzikale theatervoorstelling Eldorado in Voerendaal. Het thema van dat stuk, ondermijning, kent de bestuurder van dichtbij. In februari 2018 stuitte Houben (VVD) op weg naar zijn werk op een gemaskerde man voor zijn auto die een geweer op hem richtte. Eerder, zomer 2017, ging de auto van wethouder Patrick Leunissen (Democraten Voerendaal) vlak voor diens huis in vlammen op.
De verdenking ging uit naar twee broers op een woonwagenkampje in Voerendaal, die in de periode daarvoor stevig waren aangepakt door de gemeente. Illegale activiteiten op en rond het kamp werden niet langer gedoogd, maar actief bestreden. Vanwege gebrek aan bewijs kwam het niet tot vervolging.
De periode heeft hem niet blijvend beschadigd, zegt Houben. „Ik ken collega’s die over hun schouder blijven kijken en schrikken van elke auto die naast hen stopt. Dat heb ik niet.” Vaak worden partners van bestuurders in dit soort gevallen vergeten, merkt Houben op. „Die kunnen aan dit soort gevallen gemakkelijk PTSS-achtige verschijnselen overhouden. Dat is bij mijn vrouw niet gebeurd, maar vreemd was de situatie wel. ’s Nachts liepen oud-mariniers, ingehuurd en betaald door de gemeente, wacht rond ons huis. ’s Ochtends ging ik met twee gepantserde auto’s, die vielen onder het landelijke stelsel ‘bewaken en beveiligen’ naar mijn werk. Dan zat zij alleen thuis.”
Na een paar weken heeft hij gevraagd om de beveiliging af te schalen. „Als ze me wilden pakken, zou ze dat toch wel lukken.”
Zijn echtgenote en hij zijn daarna wel langsgegaan bij een in de effecten van bedreiging gespecialiseerde psycholoog. „Die concludeerde na twee uur gesprek dat we er samen goed in zitten. Dat het geen zin heeft om constant bezig te zijn met wat had kunnen gebeuren. Dat ze, als ze me hadden willen vermoorden, dat waarschijnlijk ook hadden gedaan.”
Eén keer had de burgemeester een terugval. „Ik was op familiebezoek in de Verenigde Staten, toen ik vooraf het item kreeg toegestuurd dat Opsporing Verzocht zou uitzenden over de zaak. Dat toonde niet alleen de bedreiging maar ook het grotere geheel. Dat gaf een beangstigend gevoel, maar na wat heen-en-weer ge-app met die psycholoog was ik daar ook weer vanaf.”
Houben heeft destijds gewaarschuwd voor het gevaar dat lokale bestuurders lopen, in gesprekken met de commissaris van de koning, de minister van Binnenlandse Zaken en de minister-president. „Ik dacht: ik ben de eerste die in een loop kijkt, een volgende keer bij een andere bestuurder schieten ze. Zover is het gelukkig nog niet gekomen. Het aantal collega’s dat te maken heeft met bedreigingen heeft inmiddels wel een omvang die ik toen niet kon vermoeden.” Uit onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken bleek in 2022 dat hij inderdaad allerminst alleen staat: driekwart van de 342 Nederlandse burgemeesters heeft te maken gehad met bedreigingen en intimidaties.
Houben noemt de strijd tegen ondermijning „een voortdurende burgeroorlog”. Intussen heeft hij de indruk dat burgers steeds vaker hun schouders ophalen over het oprollen van weer een wietplantage of xtc-lab. „Als hun kind op de zolder ernaast slaapt, maken ze zich hooguit druk over het brandgevaar. Als de schuldigen er met een taakstrafje of een paar weken brommen vanaf komen, ontstaat ook het gevoel dat het om bijna niks gaat. Terwijl het een wereldwijd opererende business is, die om miljarden euro’s draait.”
Alleen al in zijn eigen straat in het gehucht Retersbeek zijn de afgelopen jaren behoorlijk wat plantages opgerold. „Ik wandel daar elke dag met mijn hond. Dat houdt ze kennelijk niet tegen.”
Voerendaal zette de afgelopen jaren in op een „integrale aanpak” van ondermijning. „Je niet beperken tot het strafrecht, maar ook het bestuursrecht gebruiken en tal van instanties erbij betrekken. Zoals de Belastingdienst, waterleiding- en energiebedrijven. Dat blijft lastig. Iedereen is toch vooral bezig met zijn eigen ding. De fiscus schermt – zeker na de Toeslagenaffaire – onmiddellijk met ‘privacygevoeligheid’.”
Voerendaal heeft twee ambtenaren die zich permanent bezighouden met ondermijning. Houben: „Twee keer zoveel zou fijn zijn, alleen al om voortdurend te duwen en te trekken bij partners, want ook regionale samenwerking komt lastig van de grond.”
Het blijft te veel bij „korte klappen”, vindt Houben. Aan het gezamenlijk aanpakken van de netwerken achter de misdaad komen de instanties te weinig toe. „Terwijl het daar bij ondermijning juist om gaat: verweving van de boven- en de onderwereld.”
Soms krijgen de emoties bij Houben de overhand. „We troffen hier een tijd geleden een wietplantage aan in het huis van een oude dame. Zat naast haar strijkkelder. Maar van de rechter mochten we het pand niet sluiten, want dan zat die oma zonder woning. Intussen zat de zoon, die jarenlang het geld van de opbrengst opstreek, in Zweden en stak geen poot uit om zijn moeder opnieuw te huisvesten.”
In Voerendaal is ondermijning al die jaren op de agenda blijven staan. En ook over beveiliging van de huizen van burgemeester, wethouders en betrokken ambtenaren is nooit discussie geweest. Er worden camera’s opgehangen, schrikverlichting wordt geplaatst, met toestemming van de gemeenteraad.
Eén keer was er twijfel in de lokale politiek of de aanpak van ondermijnende criminaliteit niet te veel van de gemeente vergde. In het dorp Ubachsberg zat een nertsenfokkerij die veel overlast gaf en ook een drugslab bleek te herbergen. „De grond bleek daarna zo vervuild dat sanering noodzakelijk bleek. Kosten: 800.000 tot 1 miljoen euro. Zo’n bedrag is een aanslag voor de begroting van een gemeente als Voerendaal. Uiteindelijk heeft het Rijk de kosten voor zijn rekening genomen, omdat er een crisisnoodopvang voor asielzoekers kon worden gerealiseerd.”
Het viel Houben op dat het dorp snel vergat „welk probleem we hebben weggenomen”. „Het ging alleen nog over die opvang. De vraag kwam op: wat houden wij eraan over? Nou, als die opvang na anderhalf jaar weggaat schone grond, waarop een nieuwe school kan worden gebouwd, of extra woningen.”
Het optreden van de burgemeester in de voorstelling Eldorado markeert het begin van zijn voorlaatste maand als burgemeester. In november wordt hij zeventig. Per 1 december neemt hij afscheid.
„Laten we niet vergeten dat een burgemeester maar een, twee procent van zijn tijd met ondermijning bezig is”, zegt Houben. Het is wel een onderdeel van het ambt dat hem na aan het hart blijft liggen. Bij het Netwerk Veilig Bestuur, dat streeft naar meer veiligheid en integriteit voor politieke ambtsdragers, is hij aanspreekpunt voor burgemeesters.
„Ik spreek met bedreigde burgemeesters en samen met mijn vrouw eventueel met hun partners. En met beginnende collega’s. Dat wil ik na 1 december blijven doen. Ik heb er dan ook meer tijd voor.”
Eerst moet Houben zich nog bekwamen in het acteren. Met hulp van zijn loco-burgemeester, met wie hij de rol in het toneelstuk afwisselt. „Die doet aan amateurtoneel. Dus van hem kan ik het leren.”
Het idee voor de voorstelling Eldorado ontstond door het oprollen van een professionele drugsfabriek op het terrein van voormalig CDA-bestuurder Wim van der P. in het Brabantse Leende in 2017. Schrijver van het stuk Wiske Sterringa: „In een van de schuren zat het lab en in een andere bouwde carnavalsvereniging De Lolmakers – ik verzin het niet – hun carnavalswagen. Het gaf ons een hartstikke actueel onderwerp en met dat carnavalselement hadden we ook meteen een mooie vorm voor muziektheater.”
Eldorado, gemaakt door Stichting POON en het Zuidelijk Toneel, werd de afgelopen jaren al opgevoerd op diverse locaties op het Brabantse platteland. De vier voorstellingen in Voerendaal worden mede mogelijk gemaakt door het Platform Veilig Ondernemen Limburg en het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC). Beiden richten zich op het bestrijden van ondermijning.
De deelname van lokale muziekgezelschappen en kleine rollen voor plaatselijk bekende figuren zoals een burgemeester zorgen voor gemêleerder publiek dan gangbaar is bij toneel. Sterringa: „En het spelen op een boerenbedrijf trekt weer bekenden van die ondernemer. Al die mensen zie en hoor je na afloop ook napraten. Let wel, we maken geen boodschapperig vormingstheater. We komen ook niet met oplossingen. We laten wel zien wat er aan de hand is en hoe complex de problematiek is.”
Source: NRC