Waarop ik al weken wacht, is het tweede deel van het feuilleton over de Bredase tennisleraren die ik aan het verslijten ben. Is iedereen alweer vergeten, maar ik niet. Vriend.
‘Vriend?’
‘Als in makker, vriend. Hup.’
Ach, ik zie het maar als een compliment, dat de fans je niet zomaar laten wegkomen met een aangekondigd feuilleton dat je maar een beetje laat waaien, zo van, ach ja, geen zin meer.
Oké, waar waren we. In Breda dus, op de tennisclub, waar voor de dik duizend leden drie tennisleraren ter beschikking staan, te weten Frans, Mete en Robbie. Alle drie al les van gehad, in een jaar tijd, misschien een record. Knap dus. Ach, je bent er niet mee bezig, je wil prijzen winnen. Dan komen de records vanzelf.
Frans, Mete en Robbie zijn overigens schuilnamen, wat tricky is, voor je het weet haal je alles door elkaar en brul je met opgestoken duim ‘Robbie’ over de banen. ‘Alles kits? Achter de rits bedoel ik?’ Robbie, die dus helemaal geen Robbie heet, bevreemd achterom kijken, aan z’n gulp voelen, maar hij heeft een tennisbroekje aan, enz.
Afijn, ik begon mijn lessen bij ‘Frans’, de senior van het corps, al veertig jaar in het vak, een volledig ontspannen verschijning met een fenomenale techniek. Hij kon ook goed praten, ik hou van essayistiek. Toch was ik niet helemaal tevreden.
Ons groepje, zes veteranen van beiderlei kunne, helemaal compleet zijn we nooit geweest, altijd was er wel iemand vermist, ikzelf ook hoor, ik ben zeker twee keer een les helemaal vergeten, zo ontspannen ging het eraan toe, het was zo relaxed tijdens zijn lessen dat ik thuis op de bank, als ik in de krant een tennisser zag, weleens dacht dat ik aan het trainen was bij ‘Frans’, en andersom, als ik met mijn vriendin Jet vlak bij de banen in een restaurant zat, genoegelijk dinerend en filosoferend over de lessen van ‘Frans’, en wat er aan ons groepje mankeerde, namelijk intensiteit, gedrevenheid, de wil om beter te worden, in totale ontspanning de training zat te verzuimen!
Lag het aan ‘Frans’? Nee, ‘Frans’ was een tennisbarbapapa, zo gewend aan lesgroepsdynamiek dat hij zich, misschien niet eens meer bewust, precies plooide naar de exacte gemiddelde lesgroepsbehoefte. Als we bijvoorbeeld door hem heen wilden praten, wachtte hij onverstoorbaar tot we klaar waren, en maakte erna zijn zin af.
Zou na ons djokernole (zo mag ik Djokovic noemen, ‘tik om te chatten’, staat eronder, #insta) de baan betreden, dan zou ‘Frans’ hem, als djokernole dat wenste, compleet afbeulen, tot aan kotsen en huilen toe.
Was ik beter dan de anderen? Nee, niet meetbaar. Maar, merkte ik na een tijdje, ik wilde wel grager dan de anderen beter worden dan de anderen.
‘In de hoop ooit van mij te kunnen winnen.’ Mijn vriendin Jet.
Ik knik en visualiseer.
Waaraan ik merkte dat ik toe was aan een ambitieuzer lesgroepje waren de interrupties. Als ‘Frans’ uitlegde dat je voordat je een hele hoge bal ging afsmashen met je wijsvinger naar die bal moest wijzen, was het helemaal niet raar om dwars door zijn deskundige uitleg ‘Is het een vogel?’ te zeggen, ‘Is het een vliegtuig? Nee, het is Super Grover.’ Aansluitend was het heel normaal je plenair, als lesgroepje dus, af te vragen op welke bewoner van Sesamstraat ‘Frans’ het meest leek, op Pino of meneer Aart.
Zeer assertief voor mijn doen heb ik ‘Frans’ om overplaatsing naar een pittiger lesgroepje gevraagd. Lees daarover aflevering drie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns