Terwijl de NOS met enthousiasme de ruim drie uur durende opening van de Paralympische Spelen uitzond (terecht: nooit geweten dat een dans op krukken zo mooi kon zijn), was er in het NOS Journaal ook een kritische noot in de vorm van een nieuwsreportage vanuit Parijs. Want probeer maar eens met het openbaar vervoer van de Champs-Élysées naar het Stade de France te komen. Oud-paralympiër en sportanalist Jiske Griffioen, die in een rolstoel zit, probeerde het en reed overal tegen trappen aan.
Over de auteur
Yasmina Aboutaleb is tv-recensent voor de Volkskrant.
Slechts twee metrolijnen in Parijs zijn (deels) toegankelijk met een rolstoel, vertelde correspondent Frank Renout. Griffoen was veroordeeld tot de RER, de ondergrondse trein, en tot de hulp van zes RER-medewerkers in blauwpaarse hesjes die voor de treindeuren een rijplank klaarlegden. Na een reis en vele keren overstappen kwam ze twee uur later aan. En dit was dan nog tijdens de Spelen.
Niet over de Paralympische Spelen, maar wel bijzonder kritisch, was de documentaire Het verraad van Hilversum (EO, NPO 2), over de rol de van de Nederlandse radio-omroepen tijdens de Tweede Wereldoorlog. En die was niet fraai, vertellen journalisten en historici. De publieke omroepen Avro, KRO, NCRV, Vara en VPRO stelden zich buitengewoon coöperatief op naar de Duitsers – hoewel de Vara wel een aantal keer zijn principiële kant toonde.
Joodse omroepmedewerkers werden uit voorzorg ontslagen, terwijl de Duitsers er zelf nog niet eens over begonnen waren. De KRO stuurde al in 1939 vijftien Joodse orkestleden weg. Ook Avro-directeur Willem Vogt ontsloeg zijn Joodse medewerkers voordat de Duitsers hem dat opdroegen. Zo kreeg legendarische sportjournalist Hartog (Han) Hollander te horen dat er geen werk meer voor hem was.
Zelfs de Duitse Commandant Propaganda Compagnie Arthur Freudenberg was verbaasd over de bereidwilligheid van de Nederlanders. Bij hun aankomst in Hilversum in 1940 krijgen de Duitsers van het Avro-personeel een vriendelijke rondleiding en wordt de boel zonder problemen aan hen overgedragen.
De omroepen gingen ook door met hun radio-amusement. De media bewogen mee, vertelt historicus Bart Wallet, vanuit de gedachte: beter wij dan dat er een NSB-achtige omroep komt.
Maar die kwam er in 1941 toch. De Duitsers hieven de omroepverenigingen op en vervingen die door de Nederlandsche Omroep, waarvoor de meeste omroepmedewerkers gewoon bleven werken. 25 procent van het personeel, onder wie ook Joodse medewerkers, maakte gebruik van een ontslagregeling die de Nazi’s opmerkelijk genoeg instelden voor personeel met ethische bezwaren. En zo zat de film van Alfred Einstein vol bizarre en onthutsende feiten, waarvan je je telkens afvroeg waarom je die niet eerder wist.
Extra opvallend: aan aandacht voor de Tweede Wereldoorlog is op de Nederlandse televisie doorgaans geen gebrek. De dramaserie De Joodse raad won onlangs de prestigieuze Zilveren Nipkowschijf. Maar over hun eigen oorlogsverleden zwijgen de omroepen. Avrotros wilde niet meewerken aan de documentaire. De NPO wilde niet reageren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns