Home

Rampscenario zeespiegel ‘komt niet uit’: Antarctica brokkelt langzamer af dan gevreesd

De stijging van de zeespiegel gaat waarschijnlijk veel minder snel dan werd gedacht. Dat heeft te maken met het gedrag van de zogeheten Doemsdaggletsjer op Antarctica. Ook voor Nederland is dat goed nieuws.

Het somberste scenario voor de stijging van de zeespiegel is helemaal niet zo realistisch, blijkt uit nieuw onderzoek. Antarctica valt minder snel uiteen dan gedacht, en een niveau waarbij Nederland ingrijpende maatregelen moet treffen, is waarschijnlijk nog eeuwen ver weg.

Het VN-panel voor klimaatverandering IPCC ging in zijn laatste rapport uit van een stijging van de zeespiegel die in het ergste geval kan oplopen tot 1,6 meter in 2100, en zelfs tot meer dan 15 meter in het jaar 2300. Het KNMI nam dat in zijn klimaatscenario’s nog wat ruimer: Nederland moet rekening houden met een uiterste zeespiegelstijging tot 2,5 meter in 2100 en ‘meer dan 17 meter’ in 2300.

Dat leidde tot een stroom rapporten en verkenningen bij waterbouwkundigen en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Zelfs het uiteindelijk deels opgeven van de Randstad behoort tot de opties waarover wordt gedacht.

Maar een nieuwe studie, gepubliceerd in het Amerikaanse vakblad Science Advances, toont nu dat het somberste zeespiegelscenario van het IPCC niet realistisch is. Het scenario leunt op de gedachte dat blootliggende hoge ijskliffen op Antarctica in een kettingreactie kunnen instorten. Maar volgens drie computermodellen die het gedrag van ijsmassa’s nabootsen, is het ijs daarvoor te stabiel.

Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech.

Voor Nederland scheelt dat een slok op een borrel. Op een congres van het Kennisprogramma Zeespiegelstijging in maart was de conclusie dat zeespiegelstijging van 3 meter nog te behappen is met het huidige beleid. Pas boven de 5 meter moeten er diepgaande ‘systeemkeuzen’ worden gemaakt over de inrichting van het land. Maar zonder instortende poolkliffen, is 5 meter zeespiegelstijging de komende eeuwen waarschijnlijk niet aan de orde.

Goed nieuws

Volgens de IPCC-tabellen zal de zeespiegel, zonder instortende ijskliffen, in het allerslechtste geval 1,24 meter hoger staan in 2100, half zo hoog al in het KNMI-doemscenario. Voor het jaar 2300 lopen de schattingen uiteen van 1 tot hoogstens 7 meter, in plaats van 17. Dat is wel onder de aanname dat de wereld het klimaatbeleid opgeeft en weer massaal kolen zou gaan stoken. Mét klimaatbeleid is 44 tot 76 centimeter zeespiegelstijging in 2100 vooralsnog het waarschijnlijkst.

Nederlandse klimaatwetenschappers zijn nauwelijks verbaasd. ‘Ik heb altijd al gezegd: 2,5 meter zeespiegelstijging in 2100 is echt overdreven’, zegt Aimee Slangen van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. ‘De laatste jaren was hier steeds meer scepsis over. Maar blijkbaar is het lastig om op zo’n eenmaal vermeld cijfer terug te komen.’

‘Het KNMI heeft deze bovengrens toch wel prominent gepresenteerd: let op, hiermee moeten we rekening houden. Het zou goed nieuws zijn als het niet gebeurt’, zegt hoogleraar waterbouwkunde Bas Jonkman aan de TU Delft.

Hij pleit wel voor rust: ‘Het lijkt me verstandig eerst beter te kijken tegen welke bandbreedte we eigenlijk aankijken, en voorlopig wat meer in het midden te gaan zitten, zodat je het risico dat je onder- of overinvesteert verkleint. Je hebt het hier toch over dure keuzen, met grote maatschappelijke impact. Als een dijk meters hoger wordt, moet hij ook breder en kom je bij mensen in de achtertuin.’

Dat wil niet zeggen dat Nederland nu uit de problemen is, benadrukt Marjolijn Haasnoot, hoogleraar klimaatadaptatie en onderzoeker bij kenniscentrum Deltares. Problemen als verzilting van kustgebieden, zoetwatertekort en extremere waterafvoer via de rivieren blijven toenemen. ‘Daarom vind ik het belangrijk om na te denken: hoe blijven we leven in deze delta?’

IJskliffen

Ook exotische plannen voor de verre toekomst horen daarbij, vindt Haasnoot. ‘Als stresstest. Dit nieuwe onderzoek laat in mijn optiek vooral zien: wetenschappers zijn er nog niet uit. Waarschijnlijk hebben we meer tijd om ons aan te passen. Maar het betekent niet ineens iets totaal anders als we in plaats van in 2100, pas in 2150 op 2 meter zeespiegelstijging zitten.’

Bovendien blijft Antarctica een onzekere factor, benadrukt leider van het ijskliffenonderzoek Mathieu Morlighem desgevraagd vanuit de VS: ‘Er zijn nog altijd processen waarvan we vermoeden dat ze de huidige schattingen kunnen verhogen, maar die nog niet in de numerieke modellen zitten omdat we ze niet goed begrijpen. Bijvoorbeeld de indringing van zeewater onder het grondijs.’

Slangen werkt intussen met een internationaal onderzoeksconsortium aan nieuwe inschattingen van hoe de zeespiegelstijging wél zal verlopen. De eerste resultaten worden volgend jaar verwacht.

Doemsdaggletsjer

Bij de nieuwe ontdekking draait het allemaal om de zogeheten Thwaitesgletsjer, een enorme ijsstroom op Antarctica die nu nog wordt afgestopt door een drijvende, maar steeds instabielere ijsplaat. De ‘doemsdaggletsjer’ wordt het gevaarte ook wel genoemd, want is de ijsplaat eenmaal weg, dan zal de gletsjer vrijelijk ijs naar zee afvoeren. Dat kan de zeespiegel wereldwijd uiteindelijk zo’n 1,5 meter opdrijven.

Sommigen opperden dat daarbij misschien een kettingreactie zou optreden. Zonder ijsplaat zou de hoge gletsjerwand onder zijn gewicht bezwijken en in zee storten, waardoor een nog hoger stuk wand bloot zou komen te liggen, die ook weer zou instorten – enzovoorts.

Toen Morlighem de ijsvlakte echter in de computer denkbeeldig weghaalde, bleek de achterliggende gletsjer niet zo snel in te storten. De ijsmuur is daarvoor niet hoog genoeg. In een andere simulatie, met een hogere ijsmuur, bleek de gletsjer uit te lopen, in plaats van af te brokkelen en als dominostenen in zee te vallen.

Hoger tempo

‘Interessant werk’, vindt glacioloog Roderik van de Wal, na inzage in het onderzoek. Wel zal vervolgonderzoek het nog wel nader moeten bevestigen. ‘Wat ze hier zien, is niet helemaal wat wij zelf zien gebeuren’, zegt hij.

‘Feit blijft dat er een hoop water uit Antarctica zal lopen’, zegt glacioloog Roderik van de Wal (Universiteit Utrecht). Dat gaat dan alleen niet razendsnel, via instortende ijskliffen, maar geleidelijk, door gletsjers die in steeds hoger tempo hun ijs in zee duwen. ‘Laten we nu niet doorschieten naar de andere kant, en denken dat er niets aan de hand is’, waarschuwt Van de Wal.

‘Zelfs als we vandaag stoppen met het verbranden van fossiele brandstoffen, zullen de ijskappen van Groenland en Antarctica de komende eeuwen massa blijven verliezen’, constateert Morlighem. In een 3 graden warmere wereld zal de zeespiegel uiteindelijk – na tweeduizend jaar – 4 tot 10 meter hoger staan, schat het IPCC.

Klimaatverandering: de laatste inzichten

• Waarschijnlijk wordt 2024 het eerste jaar waarin de gemiddelde wereldtemperatuur de 1,5 graad opwarming overschrijdt, gemeten vanaf 1850-1900, toen de mens massaal broeikasgassen ging uitstoten. Door natuurlijke schommelingen kunnen er wel weer koelere jaren komen.

• Door de opwarming smelten de ijsmassa’s van Antarctica en Groenland, die de zeespiegel kunnen verhogen. De drijvende ijsmassa van de Noordpool krimpt ook, maar veroorzaakt geen hogere zeestanden.

• Ook bij streng klimaatbeleid is de smelt van een aantal cruciale ijsplaten aan de rand van West-Antarctica waarschijnlijk al onomkeerbaar, door opwarming van de zee. Dat is op zich nog geen ramp, maar zal de uitstroom van ijsmassa’s vanaf het vasteland in zee versnellen.

• Intussen dreigt het smeltwater van Groenland op het noordelijk halfrond de ‘amoc’ stil te leggen, een zeestroom die warmte noordwaarts brengt.

• Dat zou in Europa regionaal een temperatuurdáling geven, met in ons land op termijn mogelijk 10 tot 15 graden koudere winters, en 5 graden koelere zomers dan nu. Volgens recente berekeningen is het risico 60 procent dat de amok vóór 2050 stilvalt.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next