De vakantie was rustgevend bedoeld, maar vakanties zijn alleen rustgevend als je thuis blijft met een stapel oude kinderboeken en niet als je met de auto naar Engeland gaat. Neem nu alleen al dat links rijden. In feite (dit is een goed bewaard geheim) rijdt men daar niet links, maar in het mídden, vooral op kneuterig-smalle landweggetjes met tweerichtingsverkeer. Zo verloren wij op dag twee de rechterzijspiegel aan een tegenligger, een zeer verontrustend incident.
Vervolgens bedacht huisgenoot P. een leuk wandelingetje in de Cheddar Gorge, een beroemde bergkloof die helaas niet van kaas gemaakt is, maar van allerlei zeiknatte stenen. In die kloof werd toevallig net een horrorfilm opgenomen, een activiteit die de weg versperde, zodat we niet meer uit die kloof konden komen. Uiteindelijk bracht een jongen van de crew ons, uitgeput en verregend, in zijn busje naar de bewoonde wereld, als dank voor de fijne Amsterdamse coffeeshops. Onderweg vertelde hij ons de complete inhoud van de horrorfilm, die ook weer zeer verontrustend bleek.
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
Wat het eten betreft: dat viel reuze mee. Wél vraagt het Britse horecapersoneel je zelfs bij de eenvoudigste bestelling (‘een ei met toast alstublieft’) of je soms ergens allergisch voor bent ‘Any allergies that we should be aware of?’ en krijg je menukaarten vol waarschuwingen: zelfs een doodgewone biefstuk blijkt ‘selderij, gluten, schaaldieren, lupine, melk, mosterd, sojabonen en sulfiet’ te bevatten. Je gaat dan toch een beetje argwanend met je vork in de jus zitten harken, op zoek naar die mysterieuze ingrediënten.
Heel verontrustend zijn ook die schattige ouderwetse rode telefooncellen. Ze bevatten meestal geen telefoon meer, maar wél een defibrillator, zo’n machine om een stilstaand hart weer op gang te brengen. Dat komt waarschijnlijk goed uit voor de roekeloze slachtoffers van selderij, mosterd of lupines, maar alarmerend is het wel, op elke straathoek zo’n herinnering aan onze sterfelijkheid.
Ten langen leste belandden we in de voortreffelijke badplaats Torquay; strand, zee, palmen en heel veel meeuwen. Huisgenoot P. ging op zijn racefiets lekker een eind links rijden, ik zonk neer bij een strandtent en bestelde een gebakken visje. ‘Any allergies that we should...’ begon de ober, maar op mijn ‘no’ bracht hij wel degelijk de lekkernij.
Maar ja, die meeuwen he? Daar dreunde al zo’n hagelwit gevaarte met kille ogen op mijn tafel neer, en wég sleurde hij mijn vis, tussen de rondstuivende blaadjes sla vandaan. ‘Any allergies that we should be aware of?!’ riep ik hem na, maar hij was alweer een stip aan de horizon.
Als hij eraan crepeert is het míjn schuld.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant