Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
Wel of geen verjaardagscadeautjes voor klasgenoten? Kwijtgeraakte spullen, zoals een sportschoen, zelf opnieuw schaffen? En wat als het scherm van de smartphone kapot is? Het regelen van zakgeld of kleedgeld lijkt simpel: een maandelijks bedrag vaststellen en klaar is Kees. Maar het loont om goede afspraken te maken. Hoe doe je dat?
In veel gezinnen verandert de zakgeldroutine als de middelbare school in zicht komt. Krijgen jongere kinderen nog wekelijks contant geld in het vuistje voor leuke hebbedingetjes, bij oudere kinderen gaat het vaak om een maandelijks bedrag dat wordt overgemaakt op de rekening. Volgens cijfers van het Nibud krijgen 12-jarigen op de middelbare school gemiddeld 17 tot 20 euro zakgeld per maand. De doorsnee middelbare scholier krijgt ongeveer 50 euro per maand aan kleedgeld.
Over de auteur
Anna van den Breemer schrijft over grote en kleine levensvragen voor de Volkskrant. In de opvoedrubriek ‘Iedereen doet maar wat’ behandelt ze elke week kwesties waar ouders tegenaan lopen. Ze publiceerde meerdere boeken, waaronder Alle ouders klungelen maar wat aan.
Zo’n groot maandelijks bedrag aan digitaal geld vergt nieuwe vaardigheden. ‘Mobiel bankieren, budgetteren zodat je geld overhoudt én bepalen hoe je omgaat met tikkies aan vrienden’, zegt Annelou van Noort, specialist financiële opvoeding en auteur van Later word ik rijk. Het is verstandig om de financiële verantwoordelijkheden beetje bij beetje uit te breiden. ‘De stap van een paar euro contant zakgeld naar volledig kleedgeld is te groot. Begin met enkel shirtjes en broeken, en daarna pas een winterjas en sportkleding.’
Door zak- en kleedgeld leren kinderen om zelfstandig beslissingen te nemen over geld. Ook met goede afspraken gaat het soms verkeerd. ‘Ze moeten hun neus stoten om iets te leren’, zegt Van Noort. ‘Je kunt beter als 12-jarige een verkeerde game kopen dan op latere leeftijd een blunder maken.’
Het moet normaler zijn voor ouders om met hun kinderen over persoonlijke financiën te kletsen, meent journalist Vincent Kouters, die het boek Over geld praat je wel schreef. ‘Betrek je kind bij je beslissingen om iets wel of niet te kopen. Vaak gaat zoiets terloops, als er een concrete aanleiding is. Koop je een huis, leg dan uit wat een hypotheek is. Vertel hoe een verzekering werkt.’
Probeer alle kostenposten vooraf zo uitgebreid mogelijk te inventariseren om verrassingen te voorkomen, adviseert Van Noort. ‘Wat valt onder het zak- en kleedgeld en wat niet? Denk ook aan een geodriehoek die halverwege het schooljaar breekt. Bij sportkleding kun je afspreken: wij kopen het eerste setje, maar als iets kwijtraakt, dan moet je het zelf aanschaffen.’
Hoe zit het met verjaardagscadeaus voor klasgenoten? ‘Je kunt een kind zeker cadeautjes laten kopen voor broers en zussen’, meent Van Noort. Bij klasgenoten is het lastiger om het binnen het gezin eerlijk te houden. ‘Het ene kind wordt voor tien feestjes uitgenodigd, het andere voor twee.’
Een terugkerend probleem is een gebroken telefoonscherm omdat jongeren hun tas te hard op de grond gooien. Betaal je als ouder de reparatiekosten? ‘Het kan een waardevolle les zijn om dit juist niet te doen, zodat ze leren zorgvuldiger om te gaan met hun spullen’, zegt Van Noort. ‘Geef niet te snel toe als zo’n afspraak er is.’
Deel als ouder ook je eigen geldblunders. Van Noort: ‘Ik kocht online een trui uit China die helemaal niet leek op het plaatje. Dat ík daar was ingetuind, daar lachten mijn kinderen smakelijk om.’
De blauwdruk hoe mensen met geld omgaan, wordt gevormd in de kindertijd. Kouters groeide zelf op in een arm gezin. ‘Het verhaal rondom geld was altijd negatief: we hadden te weinig om op vakantie te gaan of een auto te kopen. En sparen en beleggen was niet voor ons soort mensen.’ Zijn advies: ‘Probeer het verhaal rondom geld positief te houden. En reken je kind niet te hard af op een verkeerde uitgave.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant