De situatie rond de elfjarige Mikael is een voorbeeld uit een groep kinderen die in eenzelfde situatie zitten, zeggen experts tegen NU.nl. "Je kunt een asielsysteem nog zo goed inrichten, maar er zullen altijd van dit soort voorbeelden blijven."
De hoogste rechter van het land oordeelde vorige maand dat de elfjarige Mikael mag worden uitgezet naar Armenië, het land waar zijn moeder in 2010 vandaan vluchtte. Zelf is de elfjarige jongen daar nooit geweest: hij werd geboren in Nederland, maar heeft geen verblijfsvergunning.
In principe heeft iemand na zo'n besluit 28 dagen de tijd om het land vrijwillig te verlaten. Die termijn zou woensdag zijn verlopen. Maar dinsdagavond werd duidelijk dat er opnieuw een aanvraag is ingediend voor Mikael, deze keer via zijn vader.
Daarmee staat de mogelijke uitzetting op pauze. Advocaat Dora Brouwer, die Mikael bij de nieuwe aanvraag bijstaat, denkt dat deze aanvraag kansrijk is, zegt ze tegen de Volkskrant. Ook de moeder zou dan mogelijk kunnen blijven. "Een minderjarig kind heeft het recht om verzorgd te worden door beide ouders."
Rondom het mogelijke vertrek van Mikael was veel te doen: een petitie met de oproep hem te laten blijven werd al ruim 88.000 keer ondertekend. Ook werd er een solidariteitsmars gehouden.
De oppositiepartijen riepen migratieminister Marjolein Faber in een opiniestuk in de Volkskrant op een uitzondering te maken voor Mikael. De minister gaf aan niks te kunnen doen, hoewel experts er in NRC op wezen dat "er altijd wel een mogelijkheid bestaat om iemand een verblijfsvergunning te geven".
Met de nieuwe aanvraag is een directe uitzetting van de baan, hoewel de situatie voor Mikael onzeker blijft. En hij is zeker niet de enige. De afgelopen jaren kwamen meermaals kinderen in het nieuws omdat ze al lang in Nederland waren, maar toch dreigden te worden uitgezet.
Een woordvoerder van Defence for Children, een organisatie die juridisch advies geeft op het gebied van kinderrechten in zulke zaken, wijst onder meer op de recente situatie rondom de familie Babayants uit Emmen. Ook zijn er "oudere" zaken, zoals die van Lili en Howick in 2018. "Allemaal voorbeelden vanuit een heel grote groep kinderen die al lange tijd in grote onzekerheid leeft."
Bij dat soort zaken wordt veelal gewezen op de gevolgen voor de kinderen, die als ze langer dan vijf jaar in Nederland wonen "geworteld" worden genoemd. Ze gaan hier naar school, spreken de taal en hebben vriendjes. Dat ze nog niet weten of ze hier mogen blijven, zorgt voor stress en een gebrek aan toekomstperspectief, blijkt uit onderzoek.
Een uitzetting kan daarbij zorgen voor "ernstige ontwikkelingsschade", stellen de onderzoekers. "Na vijf jaar verblijf van kinderen in het gastland is de kans op schade bij uitzetting onaanvaardbaar hoog."
Binnen die grote groep kinderen zijn enkele gevallen waarbij de omgeving zich sterk maakt om aandacht te vragen voor de zaak, ziet de woordvoerder van Defence for Children. Dat gebeurde ook bij Mikael. "Je ziet dat sommige zaken daardoor groot worden. Maar wat ons betreft zou er oog moeten zijn voor al deze kinderen."
Hoeveel kinderen precies in een soortgelijke situatie zitten, is nu nog niet duidelijk. Volgens Defence for Children gaat het om zeker honderden, maar niet alle kinderen zoeken steun bij de organisatie.
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) zegt dat er 251 kinderen al langer dan vijf jaar in hun opvanglocaties verblijven. Maar er zijn ook kinderen die buiten de opvang wachten op de uitkomst van hun asielaanvraag. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) kan de beste schatting geven, maar doet nog onderzoek naar het precieze aantal.
Het kan ook niet altijd gezegd worden dat het aan deze kinderen en hun ouders te wijten is dat ze al zo lang in Nederland zijn, zegt Geertsema. Volgens de migratierechtdeskundige is de zaak rond Mikael daar een goed voorbeeld van. Nadat hij een zaak bij de rechtbank had gewonnen, ging de Staat in hoger beroep. 2,5 jaar later kwam pas de uitspraak, "een lange periode in een kinderleven".
"We horen al jaren over de achterstanden bij de IND en de rechter. Daardoor weet je dat er in de asielprocedure kinderen zitten die erg geïntegreerd raken", zegt Geertsema. Volgens haar kun je een "asielsysteem nog zo goed inrichten, maar zullen er altijd van dit soort voorbeelden blijven."
Momenteel is er geen speciale regeling voor kinderen in dit soort situaties, zoals jaren geleden wel het geval was. Het zogenoemde kinderpardon gaf kinderen die langer dan vijf jaar in Nederland waren alsnog de mogelijkheid om te blijven. De roep om zo'n speciale regeling klinkt ook nu weer.
Dat dat nu weer gebeurt, snapt Geertsema. "Maar dat is een ventiel in een systeem dat je eens in de zoveel tijd nodig gaat hebben. En daarvoor heb je een politieke meerderheid nodig."
Source: Nu.nl algemeen