Veruit de meeste zaken verlangen een oordeel van slechts een beperkte kring mensen. Dat klinkt eenvoudig en dat is het ook. Er is namelijk een wezenlijk verschil tussen het geven van een inhoudelijk oordeel – met kennis van de héle zaak en met de intentie de boel vooruit te helpen – en het lukraak op straat smijten van halve waarheden met als kennelijk doel iemand uit z’n functie te knikkeren.
Ondertussen lijkt ook het volgende eenvoudig zonder dat dat werkelijk zo is: slachtoffers mogen nooit belemmerd worden hun verhaal te doen. Dit was voor de raad van toezicht van de Radboud Universiteit reden om toestemming te geven aan een oud-medewerker om naar de pers te stappen. De vrouw in kwestie had zes jaar eerder een vervelende ervaring gehad met de toenmalige rector magnificus, Han van Krieken. Na de verkregen toestemming liet ze haar verhaal optekenen in de pers. Zonder inhoudelijk in te gaan op wat er was gebeurd. Zonder erbij te vermelden dat zij kort daarna een gesprek had gehad met Van Krieken waarin hij excuses had gemaakt voor zijn ongelukkige woordkeus. Zonder te vertellen dat zij die excuses had aanvaard. De gevolgen van dit alles waren deze week te lezen in een pijnlijk interview met Van Krieken.
Over de auteur
Ibtihal Jadib is rechter-plaatsvervanger, schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dat slachtoffers nooit belemmerd mogen worden hun verhaal te doen, is niet waar. Er kunnen allerlei bezwaren of voorwaarden spelen, maar het voelt niet comfortabel een slachtoffer te begrenzen. Omdat het voor slachtoffers vaak al moeilijk genoeg is hun verhaal te doen. Omdat slachtoffers niet alleen lijden onder wat er is gebeurd, maar vaak ook gebukt gaan onder de angst niet geloofd te worden, gevoelens van eenzaamheid ervaren en omdat hun pijn gebagatelliseerd kan worden.
De kwalificatie ‘slachtoffer’ wordt bovendien geassocieerd met traumatische gebeurtenissen en heftige juridische procedures. Ik herinner me tijdens mijn studententijd een college strafrecht waarin de docent vroeg: ‘Wie van jullie is ooit slachtoffer geweest van een misdrijf?’ Een enkeling stak weifelend zijn vinger op. Met een grijns stelde de docent de volgende vraag: ‘Wiens fiets is weleens gestolen?’
Mariëtte Hamer spreekt in haar Handreiking cultuurverandering op de werkvloer nergens van slachtoffers. Zij gebruikt de termen ‘melder’ en ‘beschuldigde’. Daarmee blijft Hamer weg van gevoelens die in ons naar boven komen wanneer we beginnen te spreken over slachtoffers en daders en al koorddansend tussen die twee het evenwicht verliezen.
Bij een melding over grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer speelt namelijk een cruciaal gegeven: zowel ten aanzien van de melder als de beschuldigde gelden in gelijke mate rechten en plichten en is de werkgever gehouden de belangen van beide partijen te beschermen. Er moet dus een rechtvaardige procedure zijn. Eentje waarin al die rechten, plichten en belangen tegen elkaar worden afgewogen.
Toch bestaat de neiging om bij daders een paar ons rechtvaardigheid af te romen, terwijl het slachtoffer een pondje extra krijgt toegeschoven. De drang zich achter de ‘goede partij’ te scharen is dan sterker dan het inzicht dat je juist mijlenver moet wegblijven van het moeras van goed of kwaad. Voor je het weet, zitten we met elkaar een potje te kletsen over wie we stom, vervelend of idioot vinden en scharen we dat onder de noemer ‘publiek debat’.
Van Krieken sloot zijn interview af met de mededeling dat hij de kwestie in perspectief wil plaatsen: ‘Wat mij is overkomen is naar, maar er zijn ergere dingen op de wereld.’ Dat vermogen is een kunst waar velen jaloers op mogen zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant