De VVD verkent nieuwe opties voor het Nederlandse immigratiebeleid. Niet elke ondernemer is gelukkig nog heilig.
Het beste nieuws over de vernieuwde visie van de VVD op het migratiebeleid is de verbreding van het perspectief. Aan het begin van deze politieke eeuw, in 2002, streefde het eerste kabinet-Balkenende ook al naar het ‘strengste asielbeleid ooit’, inclusief het aanpassen van het VN-vluchtelingenverdrag, het ‘uitsluitend nog asiel bieden in de regio van herkomst’, het sluiten van verdragen met andere landen over het terugnemen van hun mensen, plus het achter tralies zetten van uitgeprocedeerden in afwachting van hun uitzetting.
Stuk voor stuk ideeën dus die nu op de rechterflank van de Tweede Kamer nog steeds met enige regelmaat gretig worden gelanceerd, waarna in de praktijk steeds weer blijkt dat er juridische, diplomatieke, en soms ook gewoon morele bezwaren in de weg staan. Het netto-effect van al die retoriek: in 2002 waren er ruim 18 duizend asielaanvragen, vorig jaar ruim 38 duizend. In die 22 jaar had de VVD 16 jaar lang de kabinetspost immigratie in handen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Maar nog los van dat gebrek aan probleemoplossend vermogen, gaat het debat voorbij aan de realiteit. Want asielzoekers worden, wederom vooral op de rechterflank, vaak in verband gebracht met de druk op de Nederlandse voorzieningen, het woningtekort in het bijzonder. Maar wie zich daarover oprecht zorgen maakt, kan beter naar de arbeidsmigratie kijken: in 2002 stonden ruim 14 duizend immigranten uit Midden- en Oost-Europa hier geregistreerd. Nu zijn dat er naar schatting 375 duizend. En met de arbeidsmigranten uit de rest van de wereld erbij opgeteld inmiddels meer dan 700 duizend.
Dat is in de eerste plaats een gevolg van het succes van de Nederlandse economie. Waar werk is, komen mensen. Dat is ook de reden waarom een ondernemerspartij als de VVD de arbeidsmigratie jarenlang links liet liggen – de banden met ondernemend Nederland gaan op het partijkantoor boven alles.
Daarom is het op z’n minst verfrissend dat de Kamerfractie nu weliswaar die houding bevestigt – ‘arbeidsmigratie is een liberale verworvenheid’ – maar ook de schaduwzijden benoemt: de uitbuiting, de verkrotting van toch al kwetsbare woonwijken, de druk op voorzieningen, de integratieproblemen van mensen die weinig binding opbouwen met Nederland.
De VVD kiest voor ontmoediging: subsidies voor sectoren die erin slagen door innovatie minder afhankelijk te worden van spotgoedkope arbeidsmigranten, hogere premies voor werkgevers die veel arbeidsmigranten blijven inzetten, fiscale stimulering van hoogwaardige kennismigratie ten koste van de fiscale voordelen voor laagwaardige arbeid.
Met het plan om werkgevers verantwoordelijk te maken voor de huisvesting van hun eigen importarbeiders – met strenge voorschriften om ook hier uitbuiting tegen te gaan – vult de partij het hoofdlijnenakkoord met PVV, BBB en NSC alvast wat verder in.
‘Kiezen wie we écht nodig hebben’, is het motto van de nieuwe VVD-visie. Dat gaat de goede kant op, al ontbreekt nog wel de vraag of een land op een gegeven moment niet gewoon afscheid moet durven nemen van sommige sectoren, als die kennelijk niet rendabel te maken zijn zonder de inzet van laagwaardige bulkarbeid. Kiezen wát we echt nodig hebben wordt, in een land met structurele personeelstekorten, vroeg of laat ook onvermijdelijk.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant